Landbouw - Overige : Beoordeling stank hobbymatig gehouden dieren bij vergunningplichtige bedrijven

Home > Uitgebreid zoeken > Beoordeling stank van hobbymatig gehouden dieren bij vergunningplichtige inrichtingen

Landbouw - Overige : Beoordeling stank hobbymatig gehouden dieren bij vergunningplichtige bedrijven

Inhoud pagina: Landbouw - Overige : Beoordeling stank hobbymatig gehouden dieren bij vergunningplichtige bedrijven

Vraag

Hoe moeten hobbymatig gehouden dieren worden beoordeeld in het kader van stank? Bijvoorbeeld een melkrundveehouderij houdt als hobby nog enkele schapen.

Antwoord

Hobbymatig gehouden dieren gehouden bij een vergunningplichtige inrichting meenemen in de vergunning

Sommige veehouders houden naast hun vergunningplichtige veehouderij, ook nog een aantal dieren voor zichzelf als hobby. Een vraag is of deze dieren moeten worden meegenomen in de vergunning. Immers, als een particulier deze dieren zou houden, zouden er ook geen voorschriften in het kader van de vergunning gesteld worden - op voorwaarde natuurlijk dat het niet gaat om hobbymatig gehouden dieren die toch als inrichting moeten worden beschouwd, zie Hobbymatig of kleinschalig houden van dieren.

Uit jurisprudentie blijkt dat de hobbymatig gehouden dieren die bij een vergunningplichtige inrichting worden gehouden, wel in de vergunning moeten worden meegenomen, ABRvS, G05.93.0865, 7-7-1994, Uden:
Een inrichting voor varkens en herten wordt uitgebreid met paarden. Het feit dat de uitbreiding met paarden een hobbymatig karakter heeft doet hier niets aan af.  Elke uitbreiding van een vergunningplichtige inrichting is vergunningplichtig.

Wsv

Wat betreft de Wsv zullen deze dieren op dezelfde manier beoordeeld moeten worden als dieren die bedrijfsmatig worden gehouden. De wet biedt namelijk geen afwijkingsmogelijkheid. Voorwaarde daarbij is wel dat het moet gaan om dieren die als landbouwhuisdieren zijn te kenschetsen, zie  Landbouwhuisdieren - Wsv.

Stankrichtlijnen

Wat betreft de stankrichtlijnen is het de vraag of voor een klein aantal hobbymatig gehouden dieren dezelfde afstand moet worden aangehouden als voor dieren die bedrijfsmatig worden gehouden. Voor zover bekend is hier (nog) geen jurisprudentie over.
Wel is gebleken dat dat hobbymatig gehouden dieren moeten worden meegeteld bij de bepaling van het aantal mve , zie ABRvS, Ravenstein, 8 maart 2001, 199901152/1, M&R 2001/100K, AgriSelect 2001-3/4. Verweerders hebben bij de bepaling van het aantal mestvarkeneenheden 15 vergunde hobbyschapen niet betrokken.  Verweerders hebben zich hierbij gebaseerd op een 'Agrarisch milieubeleidsplan' op grond waarvan het hobbymatig houden van enkele dieren door een veehouder niet behoeft te worden meegenomen in de beoordeling van onder andere de geuremissie van het bedrijf. Volgens de Afdeling hebben verweerders de schapen ten onrechte bij het bepalen van de stankhinder buiten beschouwing gelaten. Het Agrarisch mililieubeleidsplan kan hieraan niet afdoen. Niet valt in te zien dat het enkele feit dat de 15 schapen hobbymatig zouden worden gehouden met zich meebrengt dat deze geen deel uitmaken van de inrichting en niet bijdragen aan de door de inrichting veroorzaakte stankhinder.

 

InfoMil