Ontwerpbesluit lozen buiten inrichtingen
Inhoud pagina: Ontwerpbesluit lozen buiten inrichtingen
Naar verwachting zal 1 januari 2011 het Besluit lozen buiten inrichtingen van kracht worden. Een ontwerp van het besluit is voorgepubliceerd in de Staatscourant van 28 augustus 2009. In dit besluit zijn regels opgenomen voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Lozingen binnen inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit.
Een activiteit kan om verschillende redenen niet binnen een inrichting vallen. Zo worden activiteiten die niet plaatsgebonden zijn, activiteiten die kortdurend zijn of activiteiten waarbij geen sprake is van bedrijvigheid niet als een inrichting aangemerkt. Voorbeelden van lozingen bij zulke activiteiten zijn lozingen van grondwater bij ontwatering, lozingen van afvloeiend hemelwater van wegen en andere verharde oppervlakken, lozingen vanuit rioolstelsels op oppervlaktewater, lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit bijvoorbeeld treinen en vaartuigen en lozingen als gevolg van bouw-, sloop- en renovatiewerkzaamheden nabij een oppervlaktewaterlichaam. Lozingen binnen inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit.
- Werkingssfeer van het Besluit lozen buiten inrichtingen
- Bepalingen voor lozingen die binnen en buiten inrichtingen plaatsvinden
- Bepalingen voor lozingen die alleen buiten inrichtingen plaatsvinden
- Bevoegd gezag
- Het toetsingskader en het stellen van maatwerkvoorschriften
- De systematiek voor lozingen
- Parlementaire behandeling
Werkingssfeer van het Besluit lozen buiten inrichtingen
Het Besluit lozen buiten inrichtingen is gebaseerd op drie wetten namelijk de Wm, de Wtw en de Wbb. In tegenstelling tot het Activiteitenbesluit stelt het besluit alleen regels voor lozingen en is in tegenstelling tot voorgaande Besluiten van toepassing op alle lozingsroutes; directe lozingen op oppervlaktewater en indirecte lozingen op riolering en de bodem.
Voorheen werden voor deze lozingen nog een ontheffing op grond van het Lbb of een Wvo-vergunning verleend of ze waren algemeen geregeld in Wm -of Wvo besluiten. Dit nieuwe integrale besluit vervangt (deels) een aantal van deze besluiten:
- Het Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer (regels voor lozingen op rioolstelsels buiten inrichtingen)
- Lozingenbesluit bodembescherming (regels voor lozingen in de bodem)
- Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater (lozingen op oppervlaktewater)
- Lozingenbesluit Wvo vast objecten (lozingen op oppervlaktewater)
- Lozingenbesluit proefbronnering en bodemsanering (lozingen op rioolstelsels)
De lozingen die in het Besluit lozen buiten inrichtingen zijn geregeld, zijn opgedeeld twee hoofdstukken:
- Lozingen die bij activiteiten plaatsvinden die ook binnen inrichtingen kunnen plaatsvinden en dus in het Activiteitenbesluit zijn geregeld. Deze lozingen zijn geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit.
- Lozingen bij activiteiten die alleen buiten inrichtingen plaatsvinden. Deze lozingen zijn geregeld in hoofdstuk 4 van het besluit.
Bepalingen voor lozingen die binnen en buiten inrichtingen plaatsvinden
Deze lozingen staan in hoofdstuk 3 van het besluit en zijn binnen inrichtingen geregeld in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit, de nummering van de artikelen is ook identiek aan het Activiteitenbesluit.
- lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering
- lozen van grondwater bij ontwatering
- lozen van afvloeiend hemelwater
- lozen van huishoudelijk afvalwater
- lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten in of nabij een oppervlaktewaterlichaam
- lozen ten gevolge van het uitwendig wassen van motorvoertuigen
- lozen ten gevolge van opslaan en overslaan van bulkgoederen.
Bepalingen voor lozingen die alleen buiten inrichtingen plaatsvinden
De bepalingen voor deze lozingen staan in hoofdstuk 4 van het besluit. Het gaat hierbij om lozingen die niet terug te vinden zijn in het Activiteitenbesluit omdat deze lozingen nooit binnen een inrichting plaatsvinden. De volgende lozingen zijn in hoofdstuk 4 geregeld:
- lozen ten gevolge van de afwatering van wegen en overig openbaar gebied
- lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater
- lozen vanaf vaartuigen
- lozen in verband met handelingen in een oppervlaktewaterlichaam
- overig lozen.
In afdeling 4.2 (art. 4.3 en art. 4.4) van het Besluit lozen buiten inrichtingen is het lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport geregeld, zoals de lozingen uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel, een overstortvoorziening of een nooduitlaat op of in de bodem of op het oppervlaktewater. Lozing vanuit deze voorzieningen op of in de bodem en op oppervlaktewater mag alleen plaatsvinden als de stelsels zijn opgenomen en beheerd conform het gemeentelijk rioleringsplan.
Bevoegd gezag
Het Besluit lozen buiten inrichtingen verandert niks aan de bevoegdheidsverdeling van lozingen. Een overgrote deel van de lozingen die geregeld zijn in het Besluit lozen buiten inrichtingen vinden plaats in oppervlaktewater, hiervoor is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Voor lozingen op of in de bodem, het vuilwaterriool of een ontwateringsstelsel of hemelwaterriool is het Wm- bevoegd gezag verantwoordelijk (de gemeente of provincie).
Het toetsingskader en plicht Watervergunning
Het Besluit lozen buiten inrichtingen omvat een breed scala van lozingen die samenhangen met activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen. Gezien dit brede scala is er net zoals bij het Activiteitenbesluit voor gekozen alleen voor een beperkt aantal aspecten van milieurelevante lozingen voorschriften op te stellen.
Voor minder belangrijke lozingsaspecten is een zorgplichtartikel als toetsingskader opgenomen (artikel 2.1) en is er de mogelijkheid tot het stellen van een maatwerkvoorschrift voor alle lozingsactiviteiten die geregeld zijn in hoofdstuk 3 of 4 van het besluit. Bij het stellen van maatwerkvoorschriften is artikel 8.40 Wm tweede en derde lid, van toepassing. Kortweg betekent dit dat slechts maatwerkvoorschriften mogen worden gesteld in het belang van het milieu. Er zijn twee soorten van maatwerkvoorschriften:
- Een maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplicht volgens artikel 2.1. In lid 2 wordt een opsomming gegeven van de aspecten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken en waarvoor een maatwerkvoorschrift mogelijk is;
- Een maatwerkvoorschrift waarvoor in hoofdstuk 3 of 4 de mogelijkheid wordt geboden. Hierbij wordt in het artikel bij desbetreffende activiteit aangegeven in welke gevallen een maatwerkvoorschrift verleend kan worden en binnen welke bandbreedte voorschriften gesteld kunnen worden.
Voor alle lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die niet expliciet zijn geregeld in hoofdstuk 3 of 4 van het Besluit geldt een plicht voor een Watervergunning.
De systematiek voor lozingen
Het Besluit lozen buiten inrichtingen maakt net zoals bij het Activiteitenbesluit in de voorschriften een onderscheid tussen lozingen in het vuilwaterriool en de overige lozingen: lozingen in oppervlaktewater, lozingen in het schoonwaterriool en lozingen in en op de bodem. Het verschil met het Activiteitenbesluit is dat het Besluit lozen buiten inrichtingen niet van toepassing is op lozingen in een oppervlaktewaterlichaam die niet genoemd zijn in hoofdstuk 3 en 4. Hiervoor geldt nog steeds de vergunningplicht op grond van de Waterwet. Als de lozing echter geen aanzienlijke gevolgen heeft voor het milieu, dan kan een lichtere vergunningprodecure worden gevolgd. In het Activiteitenbesluit kunnen de lozingen op een oppervlaktewaterlichaam die niet in hoofdstuk 3 of 4 zijn geregeld, worden toegestaan met een maatwerkvoorschrift op basis van art. 2.2. In 2010 zal art. 2.2. van het Activiteitenbesluit worden aangepast en zullen ook de lozingen op een oppervlaktewaterlichaam binnen inrichtingen die niet genoemd zijn in hoofdstuk 3 en 4 vergunningplichtig worden.
Samengevat:
- Lozing in vuilwaterriool is toegestaan, mits wordt voldaan aan:
de voorschriften per activiteit volgens hoofdstuk 3 en 4, en
de zorgplicht (artikel 2.1). - Lozingen op of in de bodem en lozingen op een schoonwaterriool, zijn verboden, tenzij:
expliciet toegestaan, onder voorwaarden, in hoofdstuk 3 of 4 van het besluit, of
toegestaan bij maatwerkvoorschrift volgens artikel 2.2. - Lozingen in een oppervlaktewaterlichaam zijn verboden, tenzij:
expliciet toegestaan, onder voorwaarden in hoofdstuk 3 of 4 van het besluit, of toegestaan met een vergunning op grond van de Waterwet.
Parlementaire behandeling
Op 20 augustus 2009 heeft de Minister van VROM bij brief het ontwerpbesluit lozen buiiten inrichtingen aangeboden aan de Eerste en Tweede kamer: Kamerstuk 27625, nr. 142.
De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer heeft hierover een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van VROM, die zijn beantwoord op 10 december 2009: Kamerstuk 27625, nr. 152.
Naar aanleiding hiervan hebben verschillende fracties in de vaste commissie voor VROM nog een aantal vragen en opmerkingen ter beantwoording aan de Minister voorgelegd. De regering heeft deze vragen bij brief van 18 maart 2010 beantwoord: Kamerstuk 27625, nr. 160.
