BREF Op- en overslag
BBT, IPPC en BREFs
Inhoud pagina: BREF Op- en overslag
Beste beschikbare techniek bij opslag minimalisatieplichtige stoffen bij op- en overslag inrichting, 5 Oktober 2011, 201006031/1/M1
Aan een inrichting voor het op- en overslaan en behandelen van vloeibare koolwaterstoffen, vloeibare organische chemicaliën, niet-eetbare oliën en melasse zijn aan de verleende veranderingsvergunning (artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wm) bij besluit van 29 april 2010 nieuwe voorschriften verbonden. De voorschriften hebben betrekking op de emissies afkomstig van verdrijvings- en schoonmaakverliezen uit de elf , op te richten, opslagtanks in twee tankputten.
In een van de voorschriften, 1.1.1.H, is bepaald dat de emissies uit alle tanks in de twee tankputten (schoonmaak- en verdrijvingsverliezen) de waarden voor de emissieconcentratie (halfuursgemiddelde, droog gas (mg/Nm3) niet mogen overschrijden: VOS (vluchtige organische stoffen, met uitzondering van methaan, die bij een temperatuur van 293,15 K een dampspanning van 1 kPa of meer of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid hebben) 150 mg/Nm3; gasvormige organische stoffen : gO.1 120; gO.2 50; gO.3 100; MVP(minimalisatieverplichte stoffen (gas- of dampvormige stoffen) 2 1.
Appellanten betoogt dat de in het voorschrift opgenomen aanvullende emissienormen niet nodig zijn aangezien de elf opslagtanks intern drijvend daktanks zijn en daarom reeds voldoen aan de eis van toepassing van beste beschikbare techniek (bbt)uit de BREF op- en overslag en het BREF raffinaderijen.
Volgens verweerder is met het voorschrift primair aangesloten bij de NeR en heeft het daarbij voorts betrokken de BREF op- en overslag en de BREF raffinaderijen. Volgens verweerder komen de tanks als zodanig niet overeen met toepassing van bbt. Volgens de voor de inrichting relevante BREF's zijn voor de emissies ten gevolge van daklandingen aanvullende bbt-maatregelen mogelijk, zoals een (mobiele) dampverwerkingsinstallatie of fakkels.
De afdeling oordeelt als volgt:
De inrichting is geen gpbv-installatie; gelet hierop dient het bevoegd gezag bij de bepaling van de voor de inrichting in aanmerking komende bbt rekening te houden met de in tabel 2 van de Regeling aanwijzing BBT-documenten aangewezen documenten, zijnde de NeR en de oplegnotitie BREF op- en overslag. Daarnaast heeft verweerder bij de toetsing van de aanvraag de BREF op- en overslag en de BREF raffinaderijen betrokken.
In het deskundigenbericht in de zaak 200804351/1/M1 is ingegaan op de vraag wat toepassing van bbt inhoud met betrekking tot de emissie van daklandingen (neerkomen van het inwendig drijvende dak in een tank op staanders in de tank bij het volledig leegpompen van de tank). Bij negen daklandingen per tank per jaar is volgens het deskundigenbericht de emissie van VOS groter dan de in de BREF op- en overslag aangegeven reguliere emissie. In deze BREF en de BREF raffinaderijen worden volgens het deskundigenbericht daklandingen of het ontgassen en reinigen van tanks niet expliciet beschreven. Op grond van de BREFs kunnen nageschakelde technieken waarbij damp uit het onderste deel van de tank via een opening wordt afgezogen en wordt behandeld in een dvi worden toegepast teneinde de emissie te beperken. Voorst wordt in het bericht verwezen naar de oplegnotitie bij de BREF op- en overslag. Daarin staat dat bij de opslag van stoffen met een dampspanning groter dan 1 kPa (bij 293 K) het toepassen van ofwel een vast dak tank met dvi of inwendig drijvend dek dan wel het bij zeer grote opslagen toepassen van een tank met uitwendig drijvend dek, bbt is. In nieuwbouwsituaties zijn drijvende dekken in voornoemde gevallen bbt indien onder meer geen sprake is van de opslag dan wel relevante emissies van giftige (CMR of minimalisatieverplichte stoffen) stoffen, zo staat in de oplegnotitie vermeld.
Volgens de aanvraag die onderdeel is van de vergunning kan in de inrichting opslag plaatsvinden van stoffen die voor maximaal 50% uit benzeen bestaan. Volgens het deskundigenbericht leiden de aangevraagde en vergunde activiteiten tot een emissie van benzeen, zijnde een VOS in categorie MVP-2, waarvoor volgens de NeR een minimalisatieverplichting geldt. Een tank met alleen een inwendig dak wordt volgens de oplegnotitie, bij nieuwbouw, voor minimalisatieplichtige stoffen niet gezien als bbt. Gelet op het vorenoverwogene heeft het college zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de opslagtanks als zodanig niet bbt zijn.

