Regelgeving per type inrichting

Home > Onderwerpen > Duurzame ontwikkeling, techniek > Biomassa > Regelgeving per type inrichting

Regelgeving per type inrichting

Biomassa

Inhoud pagina: Regelgeving per type inrichting

De Wetswegwijzer Emissies bij Energiewinning geeft voor elke situatie een overzicht van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Daarnaast geeft deze informatie over de BBT afweging en veel achtergrondinformatie, zoals jurisprudentie. Hieronder is de relevante regelgeving beknopt samengevat.

Type C en IPPC-inrichtingen
De belangrijkste wetgeving voor emissies naar de lucht staat op de pagina's Stookinstallaties en afvalverbranding. Voor biomassa toepassingen zijn van belang:

  • Besluit Emissie eisen Middelgrote Stookinstallaties (BEMS)
  • Besluit verbranden afvalstoffen (Bva)
  • Besluit Emissie Eisen Stookinstalllaties A (BEES A)
  • BBT documenten als BREFs, NeR (algemene eisen en bijzondere regelingen) en de Handreiking (Co-)vergisting van mest

Type A en B inrichtingen
Energiewining uit biomassa door type A of B inrichtingen is slechts in een beperkt aantal gevallen toegestaan:

  • In stookinstallaties met een nominaal vermogen tot en met 20 kW zijn alle vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen toegestaan, zonder dat er voorschriften aan zijn verbonden.  Let wel: als er binnen een type A of B inrichting sprake is van het verbranden van afval in een stookinstallatie, dan is de inrichting vergunningplichtig, dus type C.
  • In stookinstallaties met een nominaal vermogen van meer dan 20 kW is alleen biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14.214 toegestaan. Als andere biobrandstof wordt verstookt is de inrichting verguningplichtig, dus type C.
  • Onder stookinstalaltie worden hier niet kachels, (bakkers)ovens en drogers bedoeld. Het gaat om stookinstallaties, zoals gedefinieerd in het BEMS.

Geen inrichting
Indien het geen inrichting betreft gelden geen algemene milieuregels. Wel zijn er andere regels.

  • Typekeuringen
    Voor energiewinning in niet-inrichtingen zijn typekeuringen voor bijvoorbeeld kleine ketels en kachels relevant. De Voedsel en WarenAutoriteit (VWA) is het bevoegd gezag voor deze typekeuringen.
  • Biomassa- en afvalverbranding buiten inrichtingen
    Indien de biomassa stroom een afvalstroom is, is het van belang te weten dat er een verbod is op het verbranden van afvalstoffen buiten de inrichting (art. 10.2 Wm). Hiervoor is ontheffing mogelijk wanneer hierop gemeentelijk beleid is geformuleerd (WM10.63). De ontheffing kan dan verleend worden op grond van de Wm én de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De APV regelt de aspecten openbare orde en veiligheid. Van de website van VNG kan de VROM handreiking ‘Toepassen regelgeving verbranden buiten inrichtingen' worden gedownload. De handreiking biedt ruimte voor een eigen beleid.
    Ter informatie: bij de verbranding van biomassa stromen, ook schone stromen, kunnen er behalve NOx, SO2 en stof ook andere emissies voorkomen, zoals chloriden, fluoriden, PAK's en dioxines. Biomassa stromen hebben nu eenmaal een andere samenstelling dan fossiele brandstoffen.
  • Biobrandstoffen in het verkeer
    Meer informatie over het gebruik van biobrandstoffen in het verkeer staat in het Dossier Biobrandstoffen op rijksoverheid.nl en op de website van GAVE.
98262
95567
biomassa

Biomassa onder IPPC-richtlijn?

 Voor IPPC installaties in relatie tot energiewinning uit biomassa kunnen twee situaties worden onderscheiden:

A. Tengevolge van de energiewinning uit biomassa is er sprake van een IPPC inrichting, voorbeelden:

  • Op de inrichting is de som van de thermisch vermogens van alle stookinstallaties, inclusief de biomassa installatie, groter dan 50 MWth (cat. 1.1), zoals een verbrandingsinstallatie waar gele lijst stoffen worden meeverbrand in een installatie > 50 MWth (cat. 1.1).
  • Een vergassingsinstallatie (>3 ton/uur) voor een biomassastroom van de gele lijst (cat. 5.2)

B. Biomassa installaties die niet los kunnen worden gezien van een andere activiteit uit bijlage 1 van de IPPC-richtlijn die binnen de inrichting plaatsvindt zijn ook IPPC-installaties, bijvoorbeeld:

  • Een houtgestookte ketel op een inrichting waar koolwaterstoffen worden geproduceerd (cat. 4.1a)
  • Een biogas gestookte WKK zuigermotor op een stortplaats die meer dan 10 ton afval per dag ontvangt (cat. 5.4)
  • Een zuigermotor op mestvergistingsgas afkomstig uit een inrichting die meer dan 40000 pluimveeplaatsen heeft (cat. 6.6)
  • Een met bio-olie van dierlijke afkomst gestookte 1 MWth ketel bij een abattoir (>50 ton/dag) (cat 6.4a).

 

Kenniscentrum InfoMil