Aanpak toezicht kleingebruikers

Aanpak toezicht kleingebruikers

Energie

Inhoud pagina: Aanpak toezicht kleingebruikers

Bedrijven die jaarlijks minder dan 50.000 kWh aan elektriciteit en jaarlijks minder dan 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen verbruiken, worden als kleingebruiker beschouwd. Op grond van artikel 2.15 rust op deze kleingebruikers geen wettelijke plicht om energiebesparende maatregelen te treffen. Desondanks is het aan te bevelen om ook bij deze groep bedrijven aandacht te vragen voor een zuinig en doelmatig gebruik van energie. Dit geldt zeker als het gaat om activiteiten gaat waarmee met een geringe inspanning relatief veel energie te besparen valt. Stimuleren van energiebesparing is bij deze kleingebruikers de hoofdregel. Een toezichthouder heeft wel de mogelijkheid om in situaties waar sprake is van evidente energieverspilling direct op basis van de zorgplicht van het Activiteitenbesluit te handhaven (zie 'Activiteitenbesluit'). Op grond van het Activiteitenbesluit is het nadrukkelijk niet mogelijk om op basis van de zorgplicht aanvullende eisen te stellen via maatwerkvoorschriften.

Energiebesparing stimuleren

Indien sprake is van een kleingebruiker is het mogelijk om een ondernemer te wijzen op relevante (generieke) energiebesparende maatregelen. Het bevoegd gezag kan de ondernemer extra stimuleren door bijvoorbeeld de hulpmiddelen van het Energiecentrum MKB onder de aandacht te brengen. Daarnaast kan worden verwezen naar specifieke informatie over mogelijke energiebesparende maatregelen in Energiebesparing en Winst. Een interessante optie is om een ondernemer in te lichten over lopende initiatieven van de relevante branchepartij of van het bevoegd gezag, zoals specifieke voorlichtingsbijeenkomsten. Met behulp van deze acties kan de bewustwording van de ondernemer worden vergroot.

Het bevoegd gezag wordt geadviseerd om de bevinding dat hier sprake is van een kleingebruiker standaard vast te leggen in het bedrijfsdossier. Toekomstige wijzigingen in de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld uitbreiding van het bedrijf) kunnen ertoe leiden dat het jaarlijkse energiegebruik in de loop van de tijd is toegenomen en dan toch sprake is van een middelgrote gebruiker. Het bevoegd gezag kan een dergelijke wijziging mede op basis van het energiegebruik vaststellen en dan alsnog energie-efficiëntieverbetering toetsen aan artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit.

hoogspanning
 

Kenniscentrum InfoMil