Dossieropbouw en voorbereiding toezicht

Home > Onderwerpen > Duurzame ontwikkeling, techniek > Energie > Uniforme leidraad energiebesparing > Dossieropbouw en voorbereiding toezicht

Dossieropbouw en voorbereiding toezicht

Energie

Inhoud pagina: Dossieropbouw en voorbereiding toezicht

Het bevoegd gezag heeft de verantwoordelijkheid om het fysieke en/of digitale bedrijfsdossier dusdanig op te bouwen, waardoor een effectieve en juiste uitvoering van toezicht mogelijk is. Het bevoegd gezag moet per bedrijf alle milieurelevante bevindingen in het bedrijfsdossier vastleggen. Hieronder vallen dus ook de bevindingen met betrekking tot energie-efficiëntieverbetering. Een structurele aandacht voor energie-efficiëntieverbetering bij bedrijven (of instellingen) start met het vastleggen van het jaarlijkse energiegebruik in het bedrijfsdossier. Het Activiteitenbesluit maakt een onderscheid in kleingebruikers, middelgrote gebruikers en grootgebruikers en is gebaseerd op het jaarlijkse energiegebruik van een bedrijf. Voor ieder type energiegebruiker geldt een andere aanpak waardoor het categoriseren van de bedrijven noodzakelijk is. Een inzicht in het jaarlijkse energiegebruik is voor een ondernemer ook een eerste stap richting een structurele aandacht voor zuinig gebruik van energie in de bedrijfsvoering. Beide partijen zijn gebaat bij het vastleggen van deze informatie.

Dossieronderzoek

Het doornemen van het bedrijfsdossier kan een eerste indruk geven over de bedrijfssituatie in relatie tot het jaarlijkse energiegebruik. Wellicht is in het verleden via een voormalig 8.40-meldingsformulier al een inzicht verkregen in het jaarlijkse energiegebruik. Een andere informatiebron kan een aanvraag voor een vergunning zijn. Het gaat daarbij nadrukkelijk om bedrijven die met de komst van het Activiteitenbesluit direct onder algemene regels vielen. Een derde mogelijkheid is een beschikbaar rapport van een energiebesparingonderzoek die op grond van een voormalige 8.40-amvb of via een vergunning is afgedwongen. De beschikbaarheid van al deze informatie is overigens sterk afhankelijk in welke mate het bevoegd gezag aandacht heeft besteed aan energie-efficiëntieverbetering in het verleden. Via het bedrijfsdossier kunnen ook lopende procedures worden achterhaald, zoals een eventuele deelname aan een meerjarenafspraak energie-efficiëntie (zie 'Aanpak toezicht deelnemers MJA'). Indien blijkt dat het bedrijfsdossier geen energierelevante informatie bevat, vormt dit een aandachtspunt bij een eventuele ontvangen melding en het eerstvolgende bedrijfsbezoek. Nieuwe bevindingen met betrekking tot het jaarlijkse energiegebruik moeten dan alsnog in het bedrijfsdossier worden vastgelegd.

Ontvangst melding

Een ondernemer die een bedrijf wilt oprichten, is verplicht dit aan het bevoegd gezag te melden. De ondernemer moet dit minimaal vier weken voor het oprichten aan het bevoegd gezag bekend maken. Het oprichten van een bedrijf heeft betrekking op nieuwbouw (zie 'Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit') of het vestigen van een nieuw bedrijf in een bestaand gebouw. De meldingsplicht voor een ondernemer geldt ook voor wijzigingen in de bestaande bedrijfsvoering van een bedrijf. In het Activiteitenbesluit is aangegeven welke gegevens minimaal via de melding aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt.

Het behandelen van een melding is een geschikt moment om een inzicht te krijgen in het jaarlijkse energiegebruik. Een melding bevat minimaal gegevens over de aard en de omvang van de activiteiten en processen in het bedrijf. Hierdoor kan het bevoegd gezag rederlijkerwijs via de melding een inzicht in het jaarlijkse energiegebruik verlangen door bijvoorbeeld de overzichten van de energiebedrijven (de energierekening) op te vragen. Voor nieuwbouw of -vestiging kan ook de schatting van het energiegebruik door het energiebedrijf worden opgevraagd.

Bedrijfsbezoek

Naast het uitvoeren van dossieronderzoek en het behandelen van een melding, is een bedrijfsbezoek een voor de hand liggende volgende stap om inzicht te krijgen in het energiegebruik van een bedrijf. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft een toezichthouder de bevoegdheid om gegevens op te vragen die noodzakelijk zijn om aan de wet- en regelgeving te kunnen toetsen. Om juist en volledig aan artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit te toetsen, is een inzicht in het jaarlijkse energiegebruik noodzakelijk. Het bedrijfsbezoek is ook het moment om het energiebesparing- potentieel vast te stellen, zodra sprake is van een middelgrote gebruiker of grootgebruiker.

Schattingen jaarlijks energiegebruik

Indien sprake is van een bedrijfsoprichting wordt voor het afsluiten van een energieleveringscontract door het energiebedrijf een inschatting gemaakt. Deze informatie kan het bevoegd gezag gebruiken tijdens het toetsen aan artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit. Daarnaast kunnen ervaringscijfers bij vergelijkbare bedrijven worden gebruikt, zodat het bevoegd gezag een inschatting kan maken van het jaarlijkse energiegebruik in een bepaald gebouw. Het gebruik van kengetallen kan ook inzicht geven of het energiegebruik binnen het bedrijf aan de ‘hoge' of ‘lage' kant is. Veelgebruikte kengetallen voor het jaarlijkse energiegebruik zijn:

  • Aantal kWh per m2 vloeroppervlak;
  • Aantal m3 aardgas per m2 vloeroppervlak.

Voor diverse bedrijfstakken zijn diverse kengetallen beschreven in het document "Cijfers en tabellen 2007" ontwikkeld door Agentschap NL.

Uitgangspunten toezicht op energie-efficiëntieverbetering

Iedere toezichthouder kan direct ‘zijn steentje bijdragen' door het jaarlijkse energiegebruik per bedrijf te achterhalen. Het vastleggen van deze informatie wordt dan ook minimaal van het bevoegd gezag verwacht. Op basis van het jaarlijkse energiegebruik, wordt een bedrijf als kleingebruiker, middelgrote gebruiker of als grootgebruiker beschouwd. De verdeling qua typen energiegebruikers is voor iedere gemeente verschillend. Mede hierdoor is het voor een gemeente relevant en noodzakelijk om deze verdeling inzichtelijke te hebben.

Een tweede belangrijk aspect is het koppelen van het type energiegebruiker aan een bepaalde branche of sector. Op basis van deze informatie kan de meest effectieve aanpak worden gekozen, zoals een individuele of branchegerichte benadering van de relevante energiegebruikers. In figuur 3 zijn de relevante aandachtpunten voor het toezicht op energie-efficiëntieverbetering weergegeven.

Uitgangspunten toezicht 

Figuur 3: uitgangspunten voor het starten van toezicht op energie-efficiëntieverbetering bij bedrijven en iinstellingen (inrichting type A of B).

112484
112485
112486
hoogspanning
 

Kenniscentrum InfoMil