Vragen en antwoorden
Energie
Inhoud pagina: Vragen en antwoorden
Vragen en antwoorden
- Op welke wijze kan een terugverdientijd van een energiebesparende maatregel worden berekend?
De eenvoudige manier om de terugverdientijd te berekenen is de investering (minus eventuele fiscale voordelen en/of subsidies) te delen door de kostenbesparing.
- Wat is de relatie tussen artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit en Energiebesparing en Winst?
De databank Energiebesparing en winst ondersteunt het bevoegd gezag bij het verkrijgen van een inzicht in de mogelijke energiebesparende maatregelen. De checklist en het naslagwerk dat Energiebesparing en Winst genereert, is een hulpmiddel om gezamenlijk het gesprek aan te gaan.
- Wat is de relatie tussen een MJA3-bedrijf en een inrichting type A en B?
Zowel type A en B bedrijven moeten aan artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit voldoen.
- Wanneer mag een energiebesparingsonderzoek worden verlangd?
Het bevoegd gezag kan bij grootgebruikers (meer dan 200.000 kWh elektriciteit of 75.000 m3 gas) een energiebesparingsonderzoek eisen.
- Valt permanente afdekking van koelmeubelen bij supermarkten onder beste beschikbare techniek (BBT)?
Het afdekken van koelmeubelen bij supermarkten is een best beschikbare techniek, die, indien de terugverdientijd kleiner dan vijf jaar is, geeist kan worden op basis van het activiteitenbesluit.
- Welke eisen mogen aan een energiebesparingsonderzoek worden gesteld?
Aan een energiebesparingsonderzoek worden diverse eisen gesteld wat betreft informatie over relevante maatregelen, terugverdientijden etc. InfoMil heeft ook een publicatie gemaakt met richtlijnen voor een onderzoek.
- Wat is de relatie tussen het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit?
Zowel in het Bouwbesluit als in het Activiteigenbesluit worden eisen gesteld voor het behalen van energie-efficiëntie in het gebouw. Het Bouwbesluit heeft als wettelijke grondslag de Woningwet en voor het Activiteitenbesluit is dit de Wet milieubeheer.
- Wie is verantwoordelijk voor het realiseren van de energiebesparende maatregelen in een gebouw, de verhuurder of huurder?
De verantwoordelijkheid voor het doorvoeren van de energiebesparende maatregelen ligt bij degene die "bij machte is de overtreding te beëindigen. Als het om de schil van het gebouw gaat, is het vaak de eigenaar van een gebouw. Als het om de processen gaat is het veelas de drijver van de inrichting.
- Moet een MJA3-bedrijf voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit?
Een deelnemer aan de MJA3 (meerjarenafspraak) moet ook voldoen aan de eisen die op grond van de Wet milieubeheer gelden. Als een bedrijf deelneemt aan een meerjarenafspraak energie-efficiëntie (bijvoorbeeld MJA3) en onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit valt, moeten ook voldoen aan artikelen 2.15 van dit besluit.
- Is het mogelijk om op basis van het zorgplichtartikel in het Activiteitenbesluit direct te handhaven wanneer de energie-efficiëntie in een bedrijf onder de maat is?
Op basis van het zorgplichtartikel in het Activiteitenbesluit is het mogelijk om te handhaven op overmatig energieverbruik, ongeacht of het een klein-, midden- of grootverbruiker betreft.
- Is het mogelijk om op grond van het Activiteitenbesluit een maatwerkvoorschrift op te leggen?
Op grond van lid 3 van artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag met betrekking tot de verplichting bedoeld in het eerste lid maatwerkvoorschriften stellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld.
- Moet de gemeente bewijzen welke energiebesparende maatregelen in vijf jaar (of minder) wordt terugverdiend?
Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder moet de ondernemer doorvoeren. De maatregelen genoemd in Energie en Winst zijn in principe terug te verdienen in vijf jaar. Als de ondernemer van mening is dat het in zijn geval anders is, moet hij dat overtuigend aantonen aan het bevoegd gezag.

