Jurisprudentie vervoermanagement

Jurisprudentie vervoermanagement

Vervoermanagement

Inhoud pagina: Jurisprudentie vervoermanagement

Sinds 1993 heeft de Raad van State een aantal uitspraken gedaan ten aanzien van voorschriften op het gebied van verkeer en vervoer in de milieuvergunning. In het onderstaande dossier vindt u samenvattingen van de uitspraken en informatie waar u de gehele uitspraak kunt vinden.

In de Jurisprudentiebundel Verruimde reikwijdte Wet milieubeheer (R11) en de aanvulling 2003 (R11-1) vindt u de uitspraken tot maart 2003 ook terug. Tevens vindt u daarin een korte samenvatting van de uitspraken die tot dan toe gedaan zijn.

Jurisprudentie

200605238/1- "Bewonersvereniging De Miranda-Buurt" e.a. – B&W Gemeente Amsterdam

199902274/2 Vereniging Boekelo e.a. 0 B&W Enschede

Verkeer: Onder de milieugevolgen die een inrichting kan veroorzaken moeten in bepaalde omstandigheden ook de gevolgen van verkeer buiten de inrichting worden begrepen. Daarvoor is in ieder geval vereist dat het verkeer in de directe omgeving van de inrichting rijdt.

Het parkeren wordt tot een minimum beperkt, er zijn nabijgelegen parkeerplaatsen en het gaat naar verwachting om een klein aantal auto’s. Geen sprake van dusdanige parkeersoverlast dat vergunning moet worden geweigerd of voorschriften in de vergunning moeten worden opgenomen.

Vervoer: In een vergunning kan niet worden bepaald dat bezoekers een bepaalde rijroute moeten volgen. In een Wm-vergunning kan wel verkeersoverlast maar niet verkeersveiligheid worden beoordeeld.

Verkeer en vervoer: De gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdende verkeer worden niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer van en naar de satellietparkeerplaatsen kan niet in de vergunning worden meegenomen omdat deze niet tot de inrichting behoren.

Energie: Terugverdientijd is niet het enige criterium bij beoordeling van een maatregel. Voorschrijven van een methodiek van onderzoek is in strijd met art 8.11, lid 3.
Verkeer en vervoer: Verkeersaantrekkende werking als gevolg van woon-/werkverkeer geen aanleiding om dit besluit te weigeren of nadere voorschriften te verbinden.
Afval: Geen aanleiding om voorschrift te weigeren.

Energie: Terugverdientijd is niet het enige criterium bij beoordeling van een maatregel.
Water: maatregel moet in verhouding staan tot verbruik en te verwachten besparing.
Verkeer en vervoer: Keuze vervoermiddel woon-/werkverkeer is niet aan de drijver van de inrichting. Men kan geen milieuvriendelijker vervoermiddel voorschrijven in plaats van gekozen vervoermiddel in de aanvraag.
Afval: voorschrift moet in verhouding staan tot hoeveelheid afval.

Grondstof: De Wm houdt geen rekening met welke grondstoffen, bij verbouw van de inrichting, gebruik gemaakt moeten worden, dit is bouwregelgeving.
Energie: Het bevoegd gezag mag niet één methodiek van onderzoek voorschrijven.
Verkeer en vervoer: De Wm beoogt niet woon-/werkverkeer en de keuze van transportmiddelen te reguleren. Alleen aan- en afvoerbewegingen en de verkeersaantrekkende werking vallen de Wm.

Verkeer en vervoer: Het stellen van voorschriften op grond van de Wm ten aanzien van woon-/werkverkeer is niet mogelijk. Het voorschrijven van milieuvriendelijke transportmiddelen betekent verlating van de aanvraag en is niet in overeenstemming met de Wm.

Verkeer en vervoer: Er kunnen gegevens over verkeer en vervoer worden verlangd en daartoe kunnen voorschriften in de vergunning worden opgenomen. Verweerders hebben onvoldoende gemotiveerd waarom zij het verschaffen van de gegevens nodig achten en wat zij met de gegevens zullen doen.

Verkeer en vervoer: Rechtsvraag: maakt de in/uitrit onderdeel uit van de inrichting?

Verkeer en vervoer: Gelet op het relatief gering aantal personen werkzaam binnen de inrichting is voorschrijven van een bedrijfsvervoerplan niet noodzakelijk.

Verkeer en vervoer: Transportmiddelkeuze kan op zichzelf geen grondslag zijn voor het weigeren van de vergunning.

Verkeer en vervoer: De inrichting mag niet in werking zijn zonder een goedgekeurd vervoersplan. Vergunningvoorschriften die het bezoekersverkeer van en naar de inrichting regelen hoeven echter niet aan de vergunning worden verbonden. De keuze van vervoermiddel is aan de bezoeker, niet aan de drijver van de inrichting.

Verkeer en vervoer: De feitelijke verkeersintensiteit van het overige vrachtverkeer op de weg is niet doorslaggevend voor de vraag of het verkeer van en naar de inrichting is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Afval: Het stellen van kwantitatieve doelstellingen in het kader van afvalpreventie en -reductie is niet redelijk door het ontbreken van een algemene aanvaard normstellend kader voor het stellen van afvalstoffenreductieverplichtingen.
Verkeer: Er kunnen in zijn algemeenheid geen eisen gesteld worden aan woon-/werkverkeer.

Verkeer en vervoer: Vervoer van chloor per trein naar de inrichting valt buiten het bereik van de Wm. Er is een onjuiste invulling gegeven aan het begrip 'gevolgen voor het milieu' en 'bescherming van het milieu'.

vervoermanagement
 

Kenniscentrum InfoMil