200301163/1 Onbekend – B&W van Middelharnis
Vervoermanagement
Inhoud pagina: 200301163/1 Onbekend – B&W van Middelharnis
Trefwoorden: Verkeer, hinder
Inleiding
Afwijzing van verzoek om handhavingsmaatregelen te treffen tegen een inrichting. Appellanten stellen geluidhinder te ondervinden van de verkeersbewegingen ter plaatse van de in- en uitrit van het terrein van de inrichting. Zij menen dat de in- en uitrit onderdeel uitmaakt van de inrichting zodat de geluidbelasting ter plaatse is aan te merken als directe hinder die aan de voor de inrichting geldende geluidgrenswaarden moet worden getoetst.
Verweerder stelt dat de verkeersbewegingen van en naar de inrichting op de in- en uitrit als indirecte hinder moet worden beschouwd, omdat de in- en uitrit niet alleen door de onderhavige inrichting wordt gebruikt, maar ook ontsluiting biedt aan de de achter de inrichting gelegen landbouwgronden en het naastgelegen woonhuis.
Rechtsvraag: Maakt de in/uitrit onderdeel uit van de inrichting?
De Afdeling
De Afdeling stelt vast dat de in- en uitrit niet valt binnen de begrenzing van de inrichting zoals die blijkt uit de door de verweerder ter zitting getoonde kaart waarop het terrein van de inrichting zoals die blijkt uit de door de verweerder ter zitting getoonde kaart waarop het terrein van de inrichting staat ingetekend. De stukken en het verhandelde ter zitting geven de Afdeling geen grond om van een andere begrenzing uit te gaan. Gelet hierop heeft de verweerder op goede gronden de verkeersbewegingen van en naar de inrichting op de in- en uitrit niet betrokken bij de beoordeling van de vraag of aan de geldende geluidgrenswaarden kan worden voldaan.

