200507534/1 St. Stedebouw en Stadsherstel, Vereniging Beheer Forepark e.a. - B&W Den Haag
Vervoermanagement
Inhoud pagina: 200507534/1 St. Stedebouw en Stadsherstel, Vereniging Beheer Forepark e.a. - B&W Den Haag
Trefwoorden: Verkeersafwikkeling, parkeren, sluipverkeer
Inleiding
Alle appellanten betogen tot slot dat de vergunning had moeten worden geweigerd vanwege de gevolgen van verkeer. Appellante sub 2 betoogt in dit verband dat de onderbouwing door verweerder van zijn standpunt over de parkeervoorzieningen, de kwaliteit van de verkeersafwikkeling en de verkeersoverlast en veiligheidsrisico’s van het verkeer onvoldoende is. Appellanten sub 3 en 4 menen verder dat onvoldoende aandacht is besteed aan de gevolgen van (sluip)verkeer in Oud Voorburg. (…)
De Afdeling
Verkeersafwikkeling en parkeren
Appellante stelt dat de motivering van verweerder over de verkeersafwikkeling tekortschiet en verwijst hiertoe naar een begin 2004 aan verweerder uitgebracht advies. In het advies is onder het kopje "Voorlopige en globale conclusies" in de kern vermeld dat nog nader onderzoek nodig is.
De Afdeling vindt de motivering echter wel voldoende. In de verwijzing van appellante naar het anderhalf jaar vóór het nemen van het bestreden besluit uitgebrachte advies ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder zich met die motivering niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de aan de vergunning verbonden voorschriften de hiermee verband houdende overlast voldoende voorkomen of beperken.
Verkeer
Bij de vergunningverlening staan de milieugevolgen die de inrichting kan veroorzaken ter beoordeling. Onder omstandigheden moeten daaronder niet alleen de gevolgen van de inrichting zelf, maar ook de gevolgen van verkeer buiten de inrichting worden begrepen. Daarvoor is in ieder geval vereist dat het verkeer in de directe omgeving van de inrichting rijdt. Het verkeer in Oud Voorburg doet dat niet: het bevindt zich op ruime afstand van de inrichting, aan de andere zijde van de A4. De gevolgen van dit verkeer behoefden daarom niet bij de vergunningverlening te worden betrokken.

