E03.94.1341 Vereniging Milieudefensie Landbouw Twente - B&W Almelo
Vervoermanagement
Inhoud pagina: E03.94.1341 Vereniging Milieudefensie Landbouw Twente - B&W Almelo
Trefwoorden: Grondstoffen, energie, verkeer en vervoer, onderzoeksmethodiek, Agrarisch Opleidings Centrum
Inleiding
Milieudefensie Landbouw Twente (niet te verwarren met de landelijke vereniging Milieudefensie) is van mening dat, in het kader van een zorgvuldig gebruik van grondstoffen, het beton waarmee de inrichting wordt verbouwd, minstens 20% puingranulaat moet bevatten in plaats van nieuwe grind. Een tweede bezwaar betreft een energieonderzoek voor vergunninghoudster. Milieudefensie Landbouw Twente is van mening dat dit onderzoek volgens de E+M-leidraad van Novem moet worden uitgevoerd. Tot slot stelt Milieudefensie Landbouw Twente nog vast dat een vervoersplan opgesteld had moeten worden ter voorkoming van verkeersoverlast als gevolg van de inrichting.
De Afdeling
De Afdeling is van mening dat de eis van Milieudefensie Landbouw Twente om een voorschrift op te nemen waarin wordt bepaald welke grondstof moet worden gebruikt, betrekking heeft op de bouwvoorschriften en daarmee kan op grond van de Wm geen rekening worden gehouden.
De Afdeling concludeert dat een energieonderzoek ter bescherming van het milieu niet perse volgens de E+M-leidraad van Novem hoeft te worden uitgevoerd. Deze leidraad dient als opzet om mogelijkheden van energiebesparing in kaart te brengen. Het in een voorschrift opleggen van de verplichting om alleen deze leidraad te gebruiken is dan ook in strijd met art. 8.11, lid 3 Wm.
Ten aanzien van het beroep van Milieudefensie Landbouw Twente om door vergunninghoudster een vervoerplan op te stellen, beslist de Afdeling het volgende. ‘Uit de wetgeschiedenis kan worden opgemerkt dat de Wm niet beoogt woon-/werkverkeer en de keuze van transportmiddelen te reguleren en dat zulks op basis van die wet ook niet kan. Alleen de aan- en afvoerbewegingen en de verkeersaantrekkende werking vallen, voor zover dit aan het in werking zijn van een inrichting valt toe te rekenen, onder het bereik van de wet." In casu blijkt niet dat voor onaanvaardbare overlast als gevolg van verkeersovertredende werking moet worden gevreesd.
Wet
Wm art. 1.1 lid 2 (a), 8.11 lid 3

