Beschermingsniveau geluid
Geluid
Inhoud pagina: Beschermingsniveau geluid
Hieronder vindt u een samenvatting van de regels ter bescherming tegen geluidhinder in het Besluit Landbouw. Deze voorschriften wijken, bijvoorbeeld wat betreft de beoordelingsperioden, op een aantal punten af van wat in andere toetsingskaders voor geluid gebruikelijk is.
Melding
Artikel 7 Besluit landbouw regelt de melding. In het derde lid staan een aantal vereisten genoemd die akoestisch relevant zijn:
c. de aard en omvang van de activiteiten of processen binnen de inrichting;
d. de indeling en de uitvoering van de inrichting;
e. de aard, omvang en frequentie van de transportactiviteiten;
f. de geluidsbronnen en per vast opgestelde voorziening of installatie de plaats waar deze wordt opgesteld, de gebruiksfrequentie en het bronvermogen;
g. de plaats waar wordt geladen en gelost.
In lid 4 Artikel 7 Besluit landbouw is geregeld dat een akoestisch onderzoek kan worden verlangd (binnen vier weken na ontvangst van de melding) indien aannemelijk is dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau of het piekniveau vanwege de geluidsbronnen hoger zal zijn dan de waarden uit de bijlage.
De geluidsbelasting vanwege werkzaamheden en activiteiten zijn niet meegenomen in het vastgelegde beschermingsniveau van het Besluit landbouw (zie ook onder het kopje langtijdgemiddeld beoordelingsniveau). Indien aannemelijk is dat de geluidsniveaus vanwege werkzaamheden en activiteiten een significante bijdrage leveren aan de totale geluidsbelasting, kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat een rapport van een onderzoek naar de akoestische situatie moet worden overgelegd. Het onderzoek richt zich met gebruikmaking van geluidsmetingen of geluidsberekeningen op de bestaande en te verwachten geluidsniveaus vanwege de werkzaamheden en activiteiten (lid 6 artikel 7 Besluit landbouw). Dit lid is per 1 oktober 2009 gewijzigd en daarbij is de term "significante bijdrage" geïntroduceerd (Besluit van 3 juli 2009, Staatsblad 322, jaargang 2009). In de nota van toelichting is aangegeven dat: "Van een significante bijdrage aan het geluidsniveau is in elk geval sprake als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van de mobiele bronnen gelijk is aan of hoger is dan dat van de vast opgestelde bronnen. Gedacht kan worden aan de situatie waarin mobiele bronnen gedurende langere tijd per dagdeel in werking zijn en een aanzienlijk bronvermogen hebben."
Beoordelingsperioden
In het besluit landbouw zijn de beoordelingsperioden (dag, avond en nacht) anders gedefinieerd dan gebruikelijk. Zo start de dagperiode een uur eerder op 06.00 en begint ook de nachtperiode een uur eerder.
- Dagperiode loopt van 06.00 uur tot 19.00 uur
- Avondperiode loopt van 19.00 uur tot 22.00 uur
- Nachtperiode loopt van 22.00 uur tot 06.00 uur
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Het beschermingsniveau van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Tabel 1, voorschrift 1.1.1) is gebaseerd op de vast opgestelde installaties en toestellen.
Door middel van maatwerkvoorschriften kunnen hogere danwel lagere grenswaarden vastgesteld worden (voorschrift 4.1.1). Ook kunnen voorzieningen en gedragsregels gesteld worden om aan de grenswaarden te voldoen (voorschrift 4.1.4).
Het beschermingsniveau van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau laat de geluidsniveaus van werkzaamheden en activiteiten (waaronder mobiele geluidsbronnen, zoals motorvoertuigen) buiten beschouwing. In voorkomende gevallen kunnen die geluidsbronnen een reële bijdrage leveren aan de totale geluidsemissie vanwege de inrichting. Dit kan het geval zijn bij inrichtingen waar grootschalig producten worden opgeslagen, bewerkt of verwerkt. In dergelijke situaties kunnen in redelijkheid aan die geluidsbronnen maatwerkvoorschriften worden gesteld (voorschrift 4.1.6). Maatwerkvoorschriften kunnen bijvoorbeeld zijn voorschriften ten aanzien van frequentie of ten hoogste toegestane gebruiksduur, gedragsvoorschriften, voorzieningen, of technische maatregelen aan de bronnen zelf.
Stomen van grond
Bij het bepalen van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing. Echter, geluidhinder door grondstomen met een installatie van derden moet wel zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt (voorschrift 1.1.4). De inrichtinghouder treft met het oog daarop maatregelen of voorzieningen die betrekking hebben op de periode waarin het grondstomen plaatsvindt, de locatie waar de installatie wordt opgesteld, en het aanbrengen van geluidsreducerende voorzieningen binnen de inrichting. Dit kan eventueel worden vastgelegd met maatwerkvoorschiften (voorschrift 4.1.5).
Piekniveau's
Bij de beoordeling van piekniveau's worden, anders dan bij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, naast de vast opgestelde installaties en toestellen, ook de verrichte werkzaamheden en activiteiten betrokken (voorschrift 1.1.3).
De grenswaarden voor het piekniveau zijn niet van toepassing:
- in de dagperiode (tussen 06.00 uur en 19.00 uur) op het laden en lossen, alsmede op het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid;
- in de avond- en nachtperiode (tussen 19.00 uur en 06.00 uur) op het laden en lossen ten behoeve van de afvoer van tuinbouwproducten door middel van groepsvervoer, voorzover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt.
Ook voor piekniveaus kunnen door middel van nadere hogere danwel lagere grenswaarden vastgesteld worden (voorschrift 4.1.1). Ook kunnen voorzieningen en gedragsregels gesteld worden om aan de grenswaarden te voldoen (voorschrift 4.1.4).
In voorschrift 1.1.8 is aangegeven dat bij het bepalen van de piekniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.3, buiten beschouwing blijft het geluid van:
- het komen en gaan van bezoekers;
- het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan;
- bezoekers op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;
- bezoekers op het open terrein van een sportinrichting of recreatie-inrichting.
Gemeentelijke verordening
Er kan middels een gemeentelijke verordening op basis van de gemeentewet een ander beschermingsniveau worden vastgelegd. Dan geldt het beschermingsniveau van voorschrift 1.1.1 onder a niet (voorschrift 1.1.2). In een dergelijk gebied bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet meer dan de waarden die zijn opgenomen in die gemeentelijke verordening. De waarden bedragen ten hoogste 5 dB(A) meer of minder dan de in voorschrift 1.1.1 onder a opgenomen waarden. Bij vaststelling van de waarden wordt ten minste rekening gehouden met het in het gebied heersende referentieniveau.
