Hinderbron: (Anti) hagelkanon
Geluid
Inhoud pagina: Hinderbron: (Anti) hagelkanon
Vraag
Binnen de gemeente worden (anti)hagelkanonnen gebruikt om schade door hagel aan de gewassen te voorkomen. De kanonnen produceren een enorm geluid. Hoe kunnen we met de geluidsoverlast omgaan?
Antwoord
Hagelkanon als zelfstandige inrichting?
Hoe met geluidoverlast kan worden omgegaan hangt, in de praktijk, af van de vraag of het hagelkanon een zelfstandige inrichting is. In het stelsel van de Wet milieubeheer (Wm) is er sprake van een inrichting indien cumulatief wordt voldaan aan de volgende criteria:
- De activiteit moet voldoen aan de definitie van het begrip inrichting zoals geformuleerd in art. 1.1 lid 1 Wm. Daarin is de volgende definitie opgenomen: inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
- De activiteit moet zijn opgenomen in Bijlage I onderdeel B of C Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit volgt uit het bepaalde in art. 1.1 lid 3 Wm.
Veelal wordt een hagelkanon geplaatst in een zeecontainer. Een hagelkanon gebruikt acetyleen en perslucht. De acetyleen wordt tot ontbranding gebracht waardoor er een enorme knal ontstaat die zorgt voor drukverschillen in de lucht. Door de drukverschillen kunnen hagelbuien mogelijk beïnvloed worden. Hagelkanonnen kunnen een piekbelasting tot 140 dB(A) hebben.
Een hagelkanon is geplaatst in een container en staat daar voortdurend opgesteld. Een hagelkanon voldoet dus aan het eerste criterium.
De enige categorie van bijlage I onderdeel B en C van het Bor waar het hagelkanon onder zou kunnen vallen is categorie 2 van bijlage C; opslag van gasflessen. Als er sprake is van de opslag van acetyleen flessen met een inhoud van meer dan 0,025 m3 (categorie 2.2 onder a), is er tevens sprake van een inrichting volgens het tweede criterium.
De Vrom-inspectie heeft over het beschouwen van een hagelkanon als inrichting een brief (d.d. 17 december 2008, Kenmerk: 2008111338/GBO/MDB verzonden aan de Colleges van B&W van de gemeenten en aan de Colleges van Gedeputeerde staten)1 opgesteld. Hierin wordt verwezen naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 maart 2008, 200703988/1 (Borsele). Het betreft een uitspraak van de Afdeling inzake een beroep dat was ingesteld tegen een Wm-vergunning voor een hagelkanon. De Afdeling gaat er van uit dat het hagelkanon (opgesteld buiten een ‘andere’ inrichting) onder het Activiteitenbesluit valt. In haar brief geeft de Vrom-inspectie aan dat uit de uitspraak volgt dat een hagelkanon een inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer. In de praktijk staan hagelkanonnen over het algemeen opgesteld buiten het terrein van de inrichting en zal sprake zijn van een zelfstandige Wm-inrichting.
Hagelkanon gereguleerd met het Activiteitenbesluit of APV?
In de bijlage bij de brief van de VROM-inspectie is een overzicht gegeven van de (milieu)wet- en regelgeving die van toepassing is en de consequenties voor de praktijk. Hagelkanonnen die een zelfstandige inrichting zijn vallen onder het Activiteitenbesluit.
Gelet op jurisprudentie mag een APV geen bepalingen bevatten voor inrichtingen. Alleen indien een hagelkanon geen inrichting zou zijn kunnen derhalve in de APV regels worden gesteld voor anti-hagelkanonnen.
1 In de brief van de Vrom-inspectie wordt verwezen naar een eerdere brief van de inspectie over hagelkanonnen (d.d. 23 januari 2008, kenmerk: 2007129620/YBU/MDB).

