Regels voor terrassen
Geluid
Inhoud pagina: Regels voor terrassen
Regels voor terrassen zijn vastgelegd in diverse documenten. Zo richt het Activiteitenbesluit van de Wet milieubeheer zich op de bescherming van het milieu. Lokale regels kunnen zijn vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Deze heeft betrekking op de openbare orde. In dat kader kunnen ook diverse verordeningen of nota's zijn opgesteld en/of vergunningen zijn afgegeven. Het een en ander geregeld zou ook kunnen zijn in bestemmingsplannen. Tot slot ziet de Drank -en Horecawet toe op de hygiëne. Deze laatste wordt hier niet behandeld.
ACTIVITEITENBESLUIT
- Het terras is onderdeel van de inrichting
- Milieuregels
- Geluid
- Stemgeluid
- Muziekgeluid
- Geluid bij evenementen
- Zorgplicht?
Het terras is onderdeel van de inrichting
Voor het gebruik van terrassen afzonderlijk zijn geen landelijke regels gesteld. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (verder aangeduid als Activiteitenbesluit) geldt voor bijna alle horecabedrijven, dus ook voor een terras dat bedrijfsmatig wordt gebruikt.
Milieuregels
Milieuregels voor horeca zijn voornamelijk gesteld in het Activiteitenbesluit. Voor bijna alle horecabedrijven en dus ook de bijbehorende terrassen gelden de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Het gaat hierbij dan voornamelijk om bepalingen om hinder voor de omgeving te beperken of te voorkomen. Het Activiteitenbesluit stelt voor horeca voornamelijk eisen aan geluid, lucht en afvalwater. Voor terrassen zijn de laatste twee onderwerpen minder relevant.
Geluid
De geluidsvoorschriften voor het horecabedrijf gelden voor de gehele inrichting. Het geluid inclusief dat van een terras moet worden getoetst aan de geluidsvoorschriften in artikel 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit. In artikel 2.18 van het besluit zijn uitzonderingen genoemd.
Stemgeluid
Bij het bepalen van het geluidsniveau wordt het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein buiten beschouwing gelaten, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein (artikel 2.18, eerste lid, onderdeel a). Deze bepaling is in het Activiteitenbesluit opgenomen, omdat rigide toepassing van de geluidsnormen het in veel gevallen onmogelijk zou maken een terras in gebruik te hebben. De uitsluiting van stemgeluid afkomstig van een terras geldt uitsluitend voor situaties waarbij het terras aan de straat is gelegen. In die gevallen mag namelijk worden aangenomen dat het van het terras afkomstige geluid opgaat in het omgevingsgeluid. Indien een terras omsloten is door bebouwing, zal het omgevingsgeluid doorgaans veel lager zijn. Stemgeluid van het terras zal dan eerder leiden tot overlast. Bij de beoordeling van dergelijke situaties moet het stemgeluid dus wel meegenomen worden. Verwarmde of overdekte terrassen noden tot een gebruik in alle jaargetijden en ook hier moet het stemgeluid wel getoetst worden.
Wanneer stemgeluid afkomstig van een terras al dan niet moet worden meegenomen bij deze toetsing, is weergegeven in een handige tabel.
Het is niet eenvoudig om maatregelen te treffen om het stemgeluid te beperken. Er zou met maatwerkvoorschriften gedragsregels kunnen worden vastgesteld om aan de grenswaarden te voldoen (artikel 2.20, vijfde lid). Dit is alleen mogelijk als het terras verwarmd of overdekt is of als het om een binnenterrein gaat. In de andere gevallen zijn de geluidsnormen immers niet van toepassing. Een dergelijke maatregel betreft bijvoorbeeld de periode van openstelling van het terras of het maximaal aantal mensen. Het is echter lastig aannemelijk te maken bij welke periode en/of capaciteit het stemgeluid nog voldoet aan de geluidgrenswaarden. Daarom zouden dergelijke regels beter passen in een terrasvergunning op grond van de APV.
Voor onverwarmde en onoverdekte terrassen kunnen geen maatwerkvoorschriften voor stemgeluid worden vastgesteld. Voor die situaties zouden eventueel regels opgenomen kunnen worden in terrasvergunning. Deze zijn gericht op de openbare orde en het voorkomen van overlast.
Muziekgeluid
Bij de toetsing van muziekgeluid wordt onderscheid gemaakt tussen versterkte en onversterkte muziek.
Voor versterkte muziekgeluid gelden de geluidsnormen uit de voorschriften in artikel 2.17. Als niet aan de geluidgrenswaarden kan worden voldaan, kan voor versterkte muziek maatwerkvoorschriften worden vastgesteld (artikel 2.20, vijfde lid). Hierbij kan worden gedacht aan verplicht stellen van een begrenzer.
Onversterkte muziek is van toetsing aan de geluidsnormen uitgezonderd (artikel 2.18, eerste lid, onderdeel f). Dat betekent dat op een terras de muziek mag klinken van een leuk onversterkt salsafeest met trompetten, percussie en zingende dames en heren.
Het is niet mogelijk maatwerkvoorschriften is op te stellen voor onversterkte muziek. Het kan echter zijn dat de lokale situatie wel om regels vraagt. De gemeente kan wel regels opnemen voor onversterkte muziek in een gemeentelijke verordening (zie model APV). Of deze of vergelijkbare regels ook in uw gemeente gelden, kunt u lezen in uw eigen APV.
Een aantal gemeenten had in een nadere eis (op basis van de oude 8.40 amvb, Besluit Horeca, sport en recreatie) bepaald dat het ten gehore brengen van muziek op een terras van de inrichting verboden is. Deze nadere eis is voor onbepaalde tijd overgegaan in het Activiteitenbesluit, maar geldt nu alleen nog voor versterkte muziek. In het overgangsrecht van het Activiteitenbesluit is bepaald dat vastgestelde nadere eisen alleen als "nieuwe "maatwerkvoorschriften gelden als ze ook op basis van het Activiteitenbesluit als maatwerkvoorschriften mogen worden opgenomen. Deze overgang geldt dus niet voor onversterkte muziek, omdat die immers van toetsing aan de grenswaarden is uitgesloten.
Geluid bij evenementen
Artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit stelt dat de geluidsbepalingen in het Activiteitenbesluit niet gelden voor festiviteiten die in de APV zijn aangewezen. Ook voor individuele festiviteiten kan een ontheffing van de geluidsvoorschriften gekregen worden. Het aantal keren dat een bedrijf een individuele festiviteit mag organiseren, moet in een verordening worden vastgelegd met een maximum van twaalf dagen (of dagdelen) per jaar. In de verordening kunnen voorwaarden worden verbonden aan festiviteiten om geluidsoverlast te beperken. De meeste gemeenten hebben in de APV vastgelegd hoeveel algemene festiviteiten de gemeente vaststelt en hoeveel individuele festiviteiten de bedrijven mogen hebben. Als een gemeente daarover niets heeft geregeld, zijn festiviteiten niet mogelijk als daarmee de geluidsnormen uit artikel 2.17 worden overschreden.
Zorgplicht?
Met artikel 2.1, derde lid kan met maatwerkvoorschriften een nadere invulling worden gegeven aan de zorgplicht. Deze maatwerkvoorschriften worden gesteld als nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de regels uit het Activiteitenbesluit. Dit is niet mogelijk als een aspect al uitputtend is geregeld in het besluit. Het geluid van een terras bestaat meestal uit (achtergrond)muziek en het stemgeluid. Hierover zijn regels opgenomen in het Activiteitenbesluit, en is daarmee uitputtend geregeld. Het is dus niet mogelijk om maatwerkvoorschriften vast te stellen op basis van de zorgplicht.
BELEID EN EXTRA REGELGEVING VIA VERORDENING
De meeste terrassen bevinden zich op straat, vaak voor de gevels van de horecabedrijven, maar in elk geval in de directe omgeving ervan. De straat is openbare ruimte; het is meestal niet toegestaan om daar zonder vergunning een deel van te gebruiken voor een terras. Dit is vrijwel altijd geregeld in de APV. De meeste gemeenten hebben daar de modelverordening voor gebruikt. Deze is soms aangepast met eigen bepalingen. Er zijn echter ook gemeenten waarin de APV weinig of niets regelt ten aanzien van terrassen. Check daarom eerst de APV binnen uw eigen gemeente.
Enkele grotere gemeenten hebben zelfs een terrassenverordening, afgestemd op het lokale beleid. Dit beleid kunt u vaak terugvinden in de toelichting van die specifieke verordening.
Beleid formuleren over het gebruik van de openbare ruimte als terras voor vijf horecabedrijven binnen een gemeente lijkt misschien weinig zinvol. Het is te overwegen als het maatschappelijk belang hiermee is gediend en het duidelijkheid geeft voor alle partijen. In geval van mogelijke overlast biedt het vangnetartikel (artikel 4:6 van model-APV, overige geluidhinder) een juridische basis voor eventuele stappen. Die kunnen inhoudelijk worden gemotiveerd (wel of niet aanvaardbare geluidshinder) op basis van het opgestelde beleid.
Beleid ontstaat voornamelijk door politieke motieven en belangen, en om duidelijkheid te scheppen. Om deze reden kan het beleid over bijvoorbeeld terrassen tussen gemeenten sterk verschillen.
Maar beleid kan ook ontstaan naar aanleiding van nieuwe landelijke regelgeving. Neem het rookverbod in de horeca; hierdoor zijn rokende bezoekers vaak aangewezen op terrassen en gebruik van de openbare weg. Als gevolg hiervan zijn er meer (alternatieve) terrassen geopend, zijn terrassen vaak langer open en worden ze ook in de winter gebruikt. Dit is een dilemma voor veel gemeenten. Wat kun je als overheid nog toestaan; wat is redelijk?
Als er overlast wordt ondervonden, is beperking van het gebruik van dit soort terrassen een mogelijkheid. Voorbeelden van regels die door verschillende gemeenten worden gehanteerd zijn:
- Bepalen dat er meubilair op een terras moet zijn, of zelfs uitsluitend zitgelegenheid mag worden geboden. Dit beperkt het maximale aantal mensen dat zich op het terras kan bevinden.
- Beperking van de openingstijden van een terras in afwijking van de openingstijden het horecabedrijf zelf.
- De grens van het terras vastleggen, door pinnen of afscherming (schotten).
Als een gemeente voor regulering van terrassen met het Activiteitenbesluit beperkingen ervaart, is er voldoende beleidsvrijheid voor gemeenten om zelf regels te stellen met de APV. Daarbij wordt opgemerkt dat het Activiteitenbesluit vooral de geluidsemissie bij normale bedrijfsvoering betreft en APV regels stelt om overlast in het kader van openbare orde te voorkomen.
De omschrijving van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer luidt: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
Natuurlijk is er ook een aantal bedrijven waar het Activiteitenbesluit niet voor geldt, of slechts marginaal. Recreatie-inrichtingen met meer dan 500.000 bezoekers is type C volgens het Activiteitenbesluit en hebben daarvoor een milieuvergunning nodig. Of het gaat om juist de hele kleine horeca, die niet zijn aan te merken als inrichting. Denk daarbij aan een kiosk met een terras. Voor deze kleine bedrijven gelden dus geen regels.
1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:
- de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
| Tabel 2.17a. | 07:00-19:00 uur | 19:00-23:00 uur | 23:00-07:00 uur |
|---|---|---|---|
| LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen | 50 dB(A) | 45 dB(A) | 40 dB(A) |
| LAr,LTLT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen | 35 dB(A) | 30 dB(A) | 25 dB(A) |
| LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen | 70 dB(A) | 65 dB(A) | 60 dB(A) |
| LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen | 55 dB(A) | 50 dB(A) | 45 dB(A) |
- de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
- de in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
- de in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
- de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; en
- de in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.
2. Ten aanzien van een inrichting die is gelegen op een gezoneerd industrieterrein, waarbij binnen een afstand van 50 meter geen gevoelige objecten, anders dan gevoelige objecten gelegen op het gezoneerde industrieterrein, zijn gelegen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten niet meer dan de in tabel 2.17b bij het betreffende tijdstip aangegeven waarde.
| Tabel 2.17b | 07.00-19.00 uur | 19.00-23.00 uur | 23.00-07.00 uur |
|---|---|---|---|
| LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting | 50 dB(A) | 45 dB(A) | 40 dB(A) |
3. Ten aanzien van een inrichting die is gelegen op een bedrijventerrein, bedragen in afwijking van het eerste lid, het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) op de in tabel 2.17c genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer dan de in die tabel aangegeven waarden. De in artikel 2.17c aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen zijn niet van toepassing indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen. De in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel zijn ook van toepassing bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. De waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten.
| Tabel 2.17c. | 07.00-19.00 uur | 19.00-23.00 uur | 23.00-07.00 uur |
|---|---|---|---|
| LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein | 55 dB(A) | 50 dB(A) | 45 dB(A) |
| LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein | 35 dB(A) | 30 dB(A) | 25 dB(A) |
| LA max op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein | 75 dB(A) | 70 dB(A) | 65 dB(A) |
| LA max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein | 55 dB(A) | 50 dB(A) | 45 dB(A) |
4. In afwijking van het eerste en het tweede lid, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), bij een inrichting voor openbare verkoop van vloeibare brandstoffen, mengsmering of aardgas aan derden voor motorvoertuigen voor het wegverkeer, dat:
- de geluidsniveaus op de in tabel 2.17d genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
- de in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur in tabel 2.17d opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
| Tabel 2.17d. | 07:00-21:00 uur | 21:00-07:00 uur |
|---|---|---|
| LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen | 50 dB(A) | 40 dB(A) |
| LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen | 70 dB(A) | 60 dB(A) |
- de in tabel 2.17d aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
- indien de inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en binnen een afstand van 50 meter geen gevoelige objecten, anders dan gevoelige objecten gelegen op het gezoneerde industrieterrein zijn gelegen, de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) uit tabel 2.17d gelden op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting; en
- de in tabel 2.17d aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.
1. In afwijking van de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.19, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) vaststellen.
2. Het bevoegd gezag kan slechts hogere waarden vaststellen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.19, indien geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.
3. De in het tweede lid bedoelde hogere etmaalwaarden zijn niet van toepassing indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen.
4. Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de plaats waar de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.19, voor een inrichting gelden.
5. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen welke technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht en welke gedragsregels in acht worden genomen teneinde aan geldende geluidsnormen te voldoen.
6. In afwijking van de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.19 kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift voor bepaalde activiteiten in een inrichting, anders dan festiviteiten als bedoeld in artikel 2.21, andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) vaststellen. Het bevoegd gezag kan daarbij voorschriften vaststellen met betrekking tot de duur van de activiteiten, het treffen van maatregelen, de tijdstippen waarop de activiteiten plaatsvinden of het vooraf melden per keer dat de activiteit plaatsvindt.
1. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20, blijft buiten beschouwing:
- het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;
- het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten;
- het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden;
- het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire inrichtingen;
- het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekcorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uren per week op militaire inrichtingen;
- het ten gehore brengen van onversterkte muziek tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.
2. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17 wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.
3. Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17 blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
- het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden;
- het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.
4. De maximale geluidsniveaus (LAmax), bedoeld in artikel 2.17 zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing ten aanzien van aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij laad- en losactiviteiten indien:
- degene die de inrichting drijft aantoont dat het maximaal geluidsniveau (LAmax), genoemd in tabel 2.17a, niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en
- het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 meter van het motorvoertuig niet hoger is van 65 dB(A).
5. Bij gemeentelijke verordening kunnen ten behoeve van het voorkomen van geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het ten gehore brengen van onversterkte muziek.
Het gaat hierbij om de zogenaamde collectieve festiviteiten, zoals carnaval, Koninginnedag, kermissen of manifestaties die een gemeente aangaan.
In de APV van Rotterdam wijst men de afgelopen jarendrie dagen aan waarop collectieve festiviteiten mogen plaatsvinden. In Amsterdam is bepaald dat naast Koninginnedag de burgemeester negen dagen aanwijst voor collectieve festiviteiten. Daarnaast mogen inrichtingen twee individuele festiviteiten organiseren.
Stadskanaal heeft beleid voor terrassen vastgesteld. In deze gemeente eenvoudig om een terras te exploiteren. Een ondernemer hoeft het terras slechts te melden bij de gemeente. In Middelburg is het beleid gericht op welstand. In haar beleid heeft de gemeente zelfs uitgangspunten geformuleerd over hoe terrasmeubilair er uit moet zien. Amersfoort heeft in haar beleid de nadruk gelegd op modernisering, niet te veel van hetzelfde, meer ruimte voor eigentijdse concepten. En in de binnenstad van Amsterdam is veilig en onbelemmerd voetgangersverkeer hoofdthema.
Sinds 1990 geldt er een rookverbod in overheidsinstellingen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen, instellingen in de maatschappelijke dienstverlening en het sociaal cultureel werk en binnensportinrichtingen. Vanaf 1 januari 2004 geldt het rookverbod ook voor alle overige bedrijven met werknemers. Voor de ‘voor publiek bestemde horecadelen' binnen de sectoren horeca, sport en kunst/cultuur is destijds een uitzondering gemaakt. Daar mocht dus nog gerookt worden. Per 1 juli 2008 zijn de sectoren horeca, sport en kunst/cultuur niet langer uitgezonderd en moeten ook ondernemers in de horeca hun zaak rookvrij maken.
(uit een plaatselijke courant in 2008) De gemeente Vlaardingen gaat beginnen met een proef met winterterrassen. Aanleiding is het rookverbod dat sinds 1 juli geldt in alle horecagelegenheden in Nederland. Daardoor zijn de rokers min of meer naar buiten gejaagd. Burgemeester Bruinsma wil daarom een experiment starten waarbij horeca-eigenaren een vergunning kunnen aanvragen om ook in de winter een terras te hebben. Nu loopt het seizoen nog van 1 april tot en met 31 oktober.


