Directe geluidhinder
Geluid
Inhoud pagina: Directe geluidhinder
Noch in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noch in de Wet milieubeheer zijn regels of normen opgenomen voor de beoordeling van geluidhinder. Bepalend bij het stellen van voorschriften tegen geluidhinder in de omgevingsvergunning is dat zij "nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken" (artikel 5.3 Bor).
Een bevoegd gezag kan zelf geluidsbeleid opstellen om vergunningaanvragen te beoordelen en een acceptabel hinderniveau voor de directe omgeving van de inrichting vast te stellen.
Een hulpmiddel bij het het opstellen van een eigen geluidsbeleid is de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening uit 1998 (of scan orgineel document). Deze Handreiking is met een brief van Vrom in 2001 aangevuld betreffende het onderwerp maximale geluidniveaus bij ongevallenbestrijding. De Handreiking vervangt de Circulaire Industrielawaai uit 1979 (1 september 1979, nr. 92.462.DGMH/G).
Voor gemeenten die geen eigen geluidsbeleid willen opstellen is ook de oude beoordelingssystematiek uit de Circulaire Industrielawaai in de Handreiking opgenomen (hoofdstuk 4). Dit hoofdstuk wordt door de meeste gemeenten gebruikt voor de beoordeling van het equivalente geluidsniveau van een inrichting. Ook andere delen van de Handreiking, zoals paragraaf 3.2 over maximale geluidsniveau's worden (zonder vastlegging in een eigen geluidsbeleid) door gemeenten gebruikt bij de beoordeling van het aspect geluid bij vergunningverlening.
De afgelopen twee jaar is gewerkt aan een nieuwe handreiking voor industrielawaai. Dit proces duurde zo lang, omdat er nogal wat discussie was over een aantal onderwerpen. Najaar 2008 heeft het ministerie het proces geheel stopgezet en een andere lijn uitgezet. Belangrijkste punten daarin zijn:
- Er komt geen nieuwe Handreiking;
- Normering geluid voor vergunningverlening wordt ingebracht in het wetstraject SWUNG II;
- Tot de afronding wetstraject SWUNG II blijft Handreiking uit 1998 als toetsingskader bestaan.
Spoorwegemplacementen en piekgeluiden
In de praktijk bleek de Handreiking moeilijk bruikbaar voor de beoordeling en begrenzing van de piekgeluiden van spoorwegemplacementen . Hiervoor is een apart beoordelingskader opgesteld.
In de Beoordelingswijze piekgeluiden voor spoorwegemplacementen(kenmerk LMV 2003.116514) adviseert het ministerie over de vergunningsplichtige inrichting "spoorwegemplacementen" op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met betrekking tot activiteiten die piekgeluiden veroorzaken. Het advies is deze geluiden in het vervolg te beoordelen op een nieuwe wijze die in deze circulaire wordt beschreven. Hiermee wordt de beoordelingswijze van piekgeluiden voor spoorwegemplacementen op basis van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening op dit punt verlaten.
De nieuwe beoordelingswijze is er specifiek op gericht om op effectieve wijze bescherming te bieden tegen het optreden van schrikreacties en/of slaapverstoring die veroorzaakt wordt door deze inrichtingen. De kans op schrikreacties en/of slaapverstoring kan worden verminderd door het opnemen van een vergunningsvoorschrift.
Er zijn diverse uitspraken van de Raad van State over de circulaire waaronder:
- 2 juli 2008, nr. 200704793/1 onder overweging 2.7;
- 20 mei 2009, nr. 200803659/1 onder overweging 2.4 en 2.5;
- 2 juni 2010, nr. 200904793/1/M1 onder overweging 2.8.

