Hogere waarde en Wabo: Tijdelijke afwijking
Geluid
Inhoud pagina: Hogere waarde en Wabo: Tijdelijke afwijking
Vraag
Moet bij een omgevingsvergunning voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan voor bijvoorbeeld een tijdelijke school of voor een tijdelijke woning binnen een zone de Wet geluidhinder in acht worden genomen en eventueel een besluit hogere waarde genomen worden?
Antwoord
Nee, de Wet geluidhinder hoeft niet in acht worden genomen.
Een tijdelijke wooneenheid of een tijdelijke school wordt mogelijk gemaakt via een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan op basis van art. 2.12 lid 2 Wabo. Deze tijdelijke afwijking, die voor een periode van maximaal vijf jaar kan worden verleend (zie art. 5.18 Bor), wordt niet in de Wgh genoemd.
De Wgh is dus niet van toepassing op een omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van een bestemmingsplan en daarmee is er ook geen hogere waarde procedure aan de orde. Ook in situaties waarbij de Wgh niet van toepassing is, zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel een akoestische beoordeling dienen plaats te vinden. Dat blijkt ook uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over een dergelijke vrijstellingsbevoegdheid (ABRvS 3 oktober 2007 nr. 200701334/1). Het bevoegd gezag moet voor het garanderen van een aanvaardbaar verblijfsklimaat ook het aspect geluid bij de belangenafweging betrekken.
Bij deze akoestische beschouwing kunnen de volgende aspecten bijvoorbeeld een rol spelen:
- de geluidsnormen van het Bouwbesluit voor niet-permanente bouwwerken
- de duur van de ontheffing.

