Geluidsgevoelige objecten in het kader van de Wet geluidhinder
Geluid
Inhoud pagina: Geluidsgevoelige objecten in het kader van de Wet geluidhinder
De Wet geluidhinder biedt vooral in het ruimtelijk spoor bescherming tegen (spoor)weglawaai en industrielawaai van inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidsgevoelige objecten.
De volgende objecten worden in Wet geluidhinder beschermd (art. 1):
- woningen
- geluidsgevoelige terreinen
- andere geluidsgevoelige gebouwen
Onder "woningen" wordt verstaan:
- gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is.
Onder "geluidsgevoelige terreinen" wordt verstaan:
- terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
- woonwagenstandplaatsen.
Onder "andere geluidsgevoelige gebouwen" wordt verstaan:
- onderwijsgebouwen (delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactiviteiten maken voor de toepassing van de Wgh geen deel uit van een onderwijsgebouw (per 15-7-2009, hiervoor goldt dit laatste alleen voor een gymnastieklokaal));
- ziekenhuizen en verpleeghuizen;
- andere gezondheidszorggebouwen dan ziekenhuizen en verpleeghuizen die zijn aangegeven in het Besluit geluidhinder (Bgh).
Volgens art. 1.2 Bgh zijn andere gezondheidszorggebouwen:
- verzorgingstehuizen;
- psychiatrische inrichtingen;
- medisch centra;
- poliklinieken;
- medische kleuterdagverblijven.
Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen zijn op basis van de Wgh niet beschermd tegen geluidhinder. In twijfelgevallen (valt een bepaalde bestemming onder een bepaalde categorie) is een goede motivering van belang.
Enkele specifieke objecten
Hieronder worden een aantal specifieke objecten besproken. Daarbij is in sommige gevallen gebruik gemaakt van jurisprudentie. Hierbij moet gerealiseerd worden dat uitspraken altijd betrekking hebben op een specifiek geval waarbij allerlei overwegingen een rol kunnen spelen. Wanneer u een van de uitspraken wilt aanhalen, wordt geadviseerd om de gehele uitspraak op te vragen en de overwegingen goed in acht te nemen.
Asielzoekercentrum
Sinds de wijziging van de Wgh op 2 mei 2003 is een asielzoekercentrum in het kader van de Wgh geen geluidsgevoelig object (artikel 1a Wgh). In de memorie van toelichting bij die wetswijziging wordt aangegeven hoe om te gaan met tijdelijke verblijven: "Uitgangspunt bij de hantering van het begrip "woning" is dat de woning wordt gebruikt voor permanente bewoning door één gezin, daaronder begrepen samenwonende partners en alleenstaanden. Recreatiewoningen, zijnde woningen die niet zijn bestemd voor permanente bewoning, vallen dus niet onder dit begrip. Dit uitgangspunt wordt door de jurisprudentie bevestigd. Behalve recreatiewoningen zijn in de categorie "tijdelijke verblijven" nog te onderscheiden hotels, gevangenissen, huizen van bewaring en kazernes. Deze tijdelijke verblijven vallen evenmin onder het begrip "woning"."
Recreatiewoningen/vakantiewoningen
Vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder doch voor recreatief verblijf hoeven niet bij de besluitvorming te worden betrokken. ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1, Geluid, september 2000
Motel/Hotel
Een motel is in het kader van de Tracéwet geen geluidsgevoelige objecten. N.B. De Tracéwet verwijst in het kader van geluidsgevoelige objecten naar de Wet geluidhinder. ABRvS 17 maart 2004, nr. 200300807/1
Kinderdagverblijf
Een kinderdagverblijf wordt niet in het Besluit geluidhinder als geluidsgevoelige bestemming genoemd, noch heeft jurisprudentie het als zodanig aangewezen.
Praktijklokaal van een technische school
In artikel 1 van de Wgh wordt een gymnastieklokaal specifiek uitgesloten als deel van een onderwijsgebouw. Voor de wetswijziging van 1 januari 2007 was deze uitzondering al opgenomen in bijvoorbeeld het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen (Stb. 1993, 393). In de toelichting bij dit besluit wordt vermeld dat een gymnastieklokaal zelf als een goede geluidsafscherming kan dienen, terwijl de lesactiviteiten in zo'n lokaal niet geluidsgevoelig zijn te noemen. Wanneer de lesactiviteiten in een praktijklokaal voornamelijk bestaan uit het werken met (lawaaierige) machines, ligt het voor de hand om, analoog als bij een gymnastieklokaal, een praktijklokaal niet als deel van een onderwijsgebouw te beschouwen.
Woonboten/schepen
Een woonboot is geen geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Dit is op te maken uit de wetsgeschiedenis van de Wet geluidhinder. Reden daarvoor is dat het treffen van geluidswerende voorzieningen slechts een zeer beperkte oplossing kan zijn en dat voorzieningen als wallen en schermen veelal niet in de rede liggen. Dit standpunt is onderschreven in de jurisprudentie, zie ABRvS, 17 november 2010, nr. 201004504/1/M2 (zie ook de Vraag en antwoord Jurisprudentie woonboten).
Geluidsgevoelige objecten én andere regelgeving
Ook in andere juridische kaders speelt de vraag wat nu precies een geluidsgevoelig object is. Daarbij kunnen ook verschillen optreden. Het is daarom belangrijk om goed voor ogen te hebben in welk juridisch kader de afweging wordt gemaakt of een object geluidsgevoelig is of niet.
- Geluidsgevoelige objecten in het kader van de ruimtelijke ordening
- Geluidsgevoelige objecten in het kader van het Activiteitenbesluit
- Geluidsgevoelige objecten en vergunningsplichtige inrichtingen

