Opslag bestrijdingsmiddelen
Veiligheid
Inhoud pagina: Opslag bestrijdingsmiddelen
Deze tekst is gepubliceerd in de InfoMil Nieuws van december 2009.
InfoMil ontvangt regelmatig de vraag aan welke eisen de opslag van bestrijdingsmiddelen moeten voldoen. Voor de opslag van bestrijdingsmiddelen vanaf 400 kilogram gelden de regels uit PGS 15. Voor kleinere hoeveelheden geldt de zorgplicht uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Zorgplicht
Per oktober 2007 is het Bestrijdingsmiddelenbesluit vervallen. Hierin stond exact beschreven aan welke eisen een bestrijdingsmiddelenopslag moest voldoen. Sindsdien geldt de zorgplicht uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor de opslag van bestrijdingsmiddelen tot 400 kilogram. Uit de Memorie van toelichting bij deze wet blijkt dat er bewust voor is gekozen om de gedetailleerde voorschriften te vervangen door een zorgplicht.
De zorgplichtbepaling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (artikel 18) regelt het voorkomen, beperken of ongedaan maken van gevaar als gevolg van vervoer, bewaren, toepassen of verwerken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Dat geldt voor mensen, gewenste planten en dieren, bodem en water. In de praktijk wordt dit beoordeeld op basis van gezond verstand en kennis van de risico's van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Artikel 18. Zorgplichtbepaling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden:Een ieder is verplicht ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of de tot die middelen behorende werkzame stoffen alsmede ten aanzien van lege verpakkingen voldoende zorg in acht te nemen. Die zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten gevaar ontstaat of kan ontstaan voor de mens, voor dieren of planten waarvan de instandhouding gewenst is, voor planten die aan anderen toebehoren of voor bodem of water, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel onverwijld alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde voornoemd gevaar te voorkomen of de nadelige gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. |
Signaaltoezicht
De Algemene Inspectiedienst (AID) houdt toezicht op gewasbeschermingsmiddelen, die dienen om gewenste gewassen beschermen. De VROM-Inspectie houdt toezicht op biociden, die dienen om ongewenste organismen te bestrijden. De inspectiediensten beoordelen per geval of de opslag zorgvuldig is. Ook waterschappen zijn bevoegd om te handhaven op de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Als het Wm bevoegd gezag twijfelt of signalen wil doorgeven, kan contact worden opgenomen met de AID (vragen naar vakspecialist 'planten'):
•· Utrecht, Noord Holland, Zuid-Holland: | 030 - 6692669 |
•· Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland: | 038 - 4291300 |
•· Zeeland, Noord-Brabant, Limburg: | 040 - 2563800 |
•· Meldkamer buiten kantooruren: | 045 - 5466230 |
Veiligheidseisen
Het Activiteitenbesluit en bijbehorende Ministeriële regeling en het Besluit landbouw stellen geen aanvullende veiligheidseisen aan de opslag van verpakte bestrijdingsmiddelen tot 400 kilogram. Zo blijkt uit de tabel bij artikel 4.6 van de regeling dat voor zo'n opslag geen PGS15 opslagvoorziening is vereist.
Bodembescherming
Veel bestrijdingsmiddelen zijn bodembedreigende vloeistoffen. Hiervoor gelden wel eisen aan de verpakking. Bovendien moet een verwaarloosbaar bodemrisico worden gerealiseerd. Dit is onder andere geregeld in paragraaf 2 en artikelen 4.1, 4.2, 4.9 en 4.10 van de Ministeriële regeling bij het Activiteitenbesluit, in voorschriften 2.6.1 tot en met 2.6.3 van bijlage 1 bij het Besluit landbouw en in voorschriften 2.1.1 tot en met 2.1.3 van bijlage 1 bij het Besluit glastuinbouw.
Memorie van toelichting bij de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden:
|

