Koelinstallaties

Koelinstallaties

Veiligheid

Inhoud pagina: Koelinstallaties

De vergunningplicht voor ammoniakkoelinstallaties geldt vanaf 1.500 kilogram (via bijlage 1 categorie 2.7 onder n van het Besluit omgevingsrecht), dit komt overeen met de ondergrens van het Besluit externe veiligheid.

Opbouw van de voorschriften

De artikelen uit het Activiteitenbesluit hebben betrekking op de keuringseisen en de relatie met de ministeriële regeling en gelden voor alle koelinstallaties. De eisen uit de ministeriële regeling hebben alleen betrekking op koelinstallaties met ammoniak. Beide typen koelinstallaties moeten ten minste een maal per twee jaar worden gekeurd op veilig functioneren, lekkages en energiezuinigheid door een onafhankelijke deskundige (artikel 4.20 van het besluit). Verder moet een koelammoniakinstallatie voldoen aan een aantal voorschriften van PGS 13 (artikel 4.37 van de regeling).

Koelinstallaties met een brandbare stof als koudemiddel (bijvoorbeeld propaan, butaan, propyleen of een mengsel hiervan) moeten voldoen aan de ATEX-normering en NPR 7600:2001 (toepassing van natuurlijke koudemiddelen in koelinstallaties en warmtepompen). De NPR is gericht op de veiligheid tijdens het installeren, opleveren, gebruiken en onderhouden van de installatie. Deze koelinstallaties vallen direct onder het Warenwetbesluit drukapparatuur, zodat hierover in deze regeling geen eisen zijn opgenomen. De Arbeidsinspectie is het bevoegde gezag voor het Warenwetbesluit drukapparatuur. De overschrijding van de risiconorm door de opslag van minder dan 100 kg van deze stoffen is overigens verwaarloosbaar.

PGS13

Ammoniakkoelinstallaties die voldoen aan de stand der techniek, kunnen tot een inhoud van 1.500 kilogram ammoniak onder dit besluit vallen. In PGS 13 is de stand der techniek voor ammoniakkoelinstallaties (zowel voor installaties kleiner als groter dan 1.500 kilogram) vastgelegd. PGS 13 bevat voorschriften op het gebied van brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid. In dit artikel wordt uitsluitend verwezen naar het hoofdstuk dat betrekking heeft op milieuveiligheid.

In paragraaf 2.5 van de PGS 13 is een relatie gelegd tussen de hoeveelheid aanwezige ammoniak in de koelinstallatie en de te treffen minimale veiligheidsvoorzieningen. De functionele en uitvoeringseisen van deze veiligheidsvoorzieningen staan in de hoofdstukken 4 en 5 van PGS 13. De voorschriften in hoofdstuk 4 zijn dus niet op alle koelinstallaties van toepassing, maar zijn afhankelijk van de hoeveelheid koudemiddel in de installatie. Om verwarring in de praktijk te voorkomen, is dit onderscheid in MR artikel 4.30, eerste lid onder a benadrukt. Paragrafen in relatie tot arbeids- en brandveiligheid zijn niet opgenomen.

Directe en indirecte koelsystemen

Bij directe koelsystemen kan in geval van een lekkage ammoniak rechtstreeks in contact komen met het te koelen product, opgenomen worden in de ventilatielucht die in een ruimte wordt ingeblazen of direct uitstromen in een ruimte. Bij een indirect koelsysteem is er altijd een tussenmedium waardoor een extra barrière aanwezig is tussen de ammoniak en het product of de lucht. Voor ijsbanen worden indirecte koelsystemen als stand der techniek beschouwd; voor nieuwe situaties zijn directe koelsystemen dus niet meer toegestaan. In artikel 6.28 is opgenomen dat deze bepaling niet van toepassing is op al bestaande ijsbanen.

Toezicht door bevoegd gezag

fabriek
 

Kenniscentrum InfoMil