Ondergrondse tanks
Veiligheid
Inhoud pagina: Ondergrondse tanks
Onderstaande ondergrondse opslag in tanks is toegestaan onder het Activiteitenbesluit:
- max. 150 m3 lichte olie, halfzware olie, gasolie en zware olie
- max. 150 m3 harsen, plantaardige en dierlijke oliën en vetten
- max. 150 m3 afgewerkte olie
De eisen voor de opslag van condensaat in ondergrondse tanks worden gesteld bij de activiteit ‘In werking hebben van een installatie voor het reduceren van aardgasdruk, meten en regelen van aardgashoeveelheid of aardgaskwaliteit'. De eisen voor de opslag van de andere stoffen in ondergrondse opslagtanks worden gesteld ‘Opslaan van vloeibare brandstof, lichte stookolie en afgewerkte olie in ondergrondse opslagtanks'.
Definities
De Wet op de accijns onderscheidt in artikel 26 verschillende soorten minerale olie aan de hand van internationaal vastgestelde UN-codes. De verschillende klassen zijn:
- Methaan (bv. aardgas)
- Vloeibaar gemaakt petroleumgas (bv. LPG)
- Lichte olie (bv. benzine)
- Halfzware olie (bv. kerosine en petroleum)
- Gasolie (bv. diesel en huisbrandolie)
- Zware stookolie
Het begrip ‘vloeibare brandstof’ wordt verder in dit besluit alleen gebruikt voor de klassen van stoffen die aan twee eisen voldoen, namelijk dat ze vloeibaar zijn bij atmosferische druk en gemiddelde buitentemperaturen en dat ze onder het begrip ‘gevaarlijke stof’ vallen. Alleen lichte olie, halfzware olie en gasolie vallen hieronder. Door aan te sluiten bij deze indeling is het onderscheid dat in de tot voor kort geldende besluiten gemaakt werd tussen vloeibare brandstoffen en brandbare vloeistoffen niet meer relevant.
Inhoudelijke veranderingen
Deze voorschriften zijn ontleend aan de bepalingen uit het Besluit opslaan in ondergrondse tanks en het Besluit tankstations milieubeheer en zijn daar vrijwel identiek aan. Grootste verschil is dat in tegenstelling tot deze besluiten geen aparte bepalingen zijn opgenomen voor opslagtanks die vóór respectievelijk na 1993 of 1992 zijn aangelegd. De “algemene” bepalingen die betrekking hebben op de keuring van ondergrondse opslagtanks, keuring van kathodische bescherming en periodiek bodemonderzoek staan in de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4 van de Activiteitenregeling.

