Ontplofbare stoffen

Ontplofbare stoffen

Veiligheid

Inhoud pagina: Ontplofbare stoffen

De opslag van ontplofbare stoffen is vergunningplichtig, met uitzondering van (zie bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht, categorie 3):

  • opslag tot 1.000 kg consumentenvuurwerk overeenkomstig het Vuurwerkbesluit;
  • opslag van inbeslaggenomen vuurwerk, met aan consumentenvuurwerk vergelijkbare eigenschappen, bij politiebureaus tot 25 kg;
  • opslag van theatervuurwerk tot 25 kg;
  • opslag van maximaal 1 kg zwart kruit;
  • opslag van maximaal 50 kg rookzwak kruit;
  • opslag van maximaal 50 kg netto explosieve massa noodsignalen;
  • opslag van maximaal 250.000 patronen ten behoeve van schiethamers en maximaal 250.000 munitiepatronen of hagelpatronen.

Om de verschillende aangegeven hoeveelheden per explosief te kunnen bepalen, kan van de volgende lijn uitgegaan worden:

  • bij de bepaling van de hoeveelheid vuurwerk kan worden uitgegaan van het gewicht van het vuurwerk zoals bedoeld in het Vuurwerkbesluit;
  • bij zwart kruit en rookzwak buskruit kan worden uitgegaan van het gewicht dat op de verpakking staat vermeld;
  • bij noodsignalen kan worden uitgegaan van de netto explosieve massa omdat papier en plastic geen gevaarszetting vormen. De netto explosieve massa staat normaliter op het desbetreffende artikel (noodsignaal) vermeld.

Vuurwerk

Het Vuurwerkbesluit is van rechtswege van toepassing op inrichtingen voor het opslaan of bewerken van professioneel en consumentenvuurwerk. Tot 1000 kg consumetnenvuurwerk geldt geen vergunningplicht. Het Vuurwerkbesluit is niet van toepassing op in beslag genomen vuurwerk.

De opslag van meer dan 25 kg in beslag genomen vuurwerk met aan consumentenvuurwerk vergelijkbare eigenschappen in een politiebureau wordt vergunningplichtig. Vanwege de bepaling van artikel 1.1.3 van het Vuurwerkbesluit is het onmogelijk om politiebureaus boven de 25 kg onder de werking van het vuurwerkbesluit te brengen. Bij politiebureaus mag dus alleen inbeslaggenomen vuurwerk worden opgeslagen dat met aan consumentenvuurwerk vergelijkbare eigenschappen heeft (tot max. 25 kg). Ander vuurwerk, zoals bijvoorbeeld eigengemaakt vuurwerk, dat in beslag genomen wordt, mag niet meegenomen worden naar het politiebureau.

De opslag van theatervuurwerk, voor zover dat valt onder het Inrichtingenbesluit, hoeft dus niet te voldoen aan de strengere eisen van het Vuurwerkbesluit, maar aan de eisen uit deze regeling. Dit soort opslagplaatsen zal veelal voorkomen bij theaters en vergelijkbare inrichtingen.

Zowel de opslag van theatervuurwerk en de opslag van inbeslaggenomen vuurwerk bij politiebureaus moet plaatsvinden in een brandwerende kast die een brandwerendheid heeft van 60 minuten. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het inbeslaggenomen vuurwerk gevaarseigenschappen heeft die overeenkomen met klasse 1.4. Wanneer vuurwerk dat klaarblijkelijk voor professioneel gebruik bestemd is of vuurwerk dat zelf gefabriceerd is in beslag genomen wordt, is tijdelijke opslag binnen politiebureaus niet toegestaan.

Andere ontplofbare stoffen

Op basis van TNO-onderzoek is vastgesteld dat voor zwart kruit, rookzwak kruit en patronen voor vuurwapens rekening moet worden gehouden met effectafstanden van circa 8 meter. Daarom is in de artikelen 4.3 en 4.4 van het Activiteitenbesluit opgenomen dat een afstand van ten minste 8 meter van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten in acht moet worden genomen bij de opslag daarvan. Voor vuurwerkpatronen hoeft deze effectafstand niet meer te worden aangehouden indien de opslagvoorziening in een brandcompartiment is gelegen of als brandcompartiment is uitgevoerd.

Rookzwak kruit valt onder de klasse 1.3 van het ADR. Deze stof mag tot een hoeveelheid van 50 kg binnen het besluit worden opgeslagen. De regeling geeft de voorwaarden waaronder dat moet geschieden. De voorgeschreven vakverdeling wordt al tientallen jaren gebruikt en beperkt de gevolgen van een calamiteit, omdat het een sympathische reactie voorkomt.

Omdat zwart kruit explosiever is dan rookzwak kruit, zijn de voorwaarden voor het opslaan ervan strenger. Uit proeven van TNO valt af te leiden dat voor zwart kruit ook een opslag in vakverdeling kan plaatsvinden, mits de hoeveelheid per vak minder is dan voor rookzwak kruit.

Andere gevaarlijke stoffen van de klasse 1.3 komen in het civiele gebruik nagenoeg uitsluitend voor in de toepassing als (scheeps)noodsignaal. Toeleveringsbedrijven voor de scheepvaart zullen in het algemeen een beperkte hoeveelheid in voorraad hebben.

Pyrotechnisch speelgoed of pyrotechnische voorwerpen worden beschouwd als gevaarlijke stoffen van klasse 1.4. Dat geldt ook voor hagel- en munitiepatronen. Gevaarsaspecten van deze stoffen en voorwerpen zijn zeer gering. Een hoeveelheid van 250.000 patronen kan met de in de regeling genoemde beperkte voorzieningen worden opgeslagen.

fabriek
 

Kenniscentrum InfoMil