Opslaan van gassen in opslagtanks
Veiligheid
Inhoud pagina: Opslaan van gassen in opslagtanks
Voor opslag van gassen in tanks is de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit verbreed ten opzichte van de oude besluiten. Zo werd in de oude besluiten alle opslag van gassen in tanks uitgesloten, behalve de opslag van propaan volgens het Besluit voorzieningen en installaties en zuurstof volgens het Besluit woon- en verblijfsgebouwen.
Op grond van bijlage 1 categorie 2.7 onder g van het Besluit omgevingsrecht, vallen inrichtingen voor de opslag van zuurstof in één of meer opslagtanks met een gezamenlijke inhoud van maximaal 100 m3 onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit. Daarnaast zijn de opslag van koolzuur, lucht, argon, helium of stikstof in een opslagtank uitgezonderd van de vergunningplicht. Alle inrichtingen waar LPG wordt afgeleverd aan motorvoertuigen voor het wegverkeer zijn vergunningplichtig.
Zuurstof
Het besluit geeft in artikel 4.5 lid 2 de afstanden voor twee of meer bovengrondse opslagtanks met zuurstof tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit komt overeen met het gestelde in CPR 5, maar is niet goed overgenomen in de PGS 9. De voorschriften in de ministeriële regeling gaan in op bovengrondse stationaire opslagtanks. Hierbij is een uitzondering gemaakt voor stationaire bovengrondse opslagtanks met een inhoud van maximaal 300 liter. Voor deze tanks zijn deze voorschriften te streng, mede gezien deze tanks vaak binnen worden gebruikt zoals bijvoorbeeld de kleine koolzuurtanks bij horecabedrijven. Voor bovengrondse mobiele opslagtanks zijn geen specifieke voorschriften opgenomen in de Activiteitenregeling.
Opslag van propaan in tanks
Voor de opslag van propaan is aangesloten bij de begrenzing uit het Besluit voorzieningen en installaties. Op grond van bijlage 1 categorie 2.7 onder f van het Besluit omgevingsrecht, vallen inrichtingen onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit zolang het propaan uitsluitend in gasfase aan de tank wordt onttrokken. Daarnaast mogen er maximaal 2 propaantanks op de inrichting aanwezig zijn waarbij de individuele tanks geen inhoud van meer dan 13000 liter mogen hebben. Als hier niet aan voldaan wordt is er alsnog sprake van vergunningplicht. De voorschriften over de opslag van propaan staan in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit en zijn dus ook van toepassing op type C bedrijven. Let op: een propaantank bij een IPPC-bedrijf valt tot 1 januar 2013 ook onder het Activiteitenbesluit via artikel 6.7 lid 4.
Zuurstof, koolzuur, lucht, argon, helium, of stikstof
Keuringsregime
Het Warenwetbesluit drukapparatuur stelt eisen aan de drukapparatuur waaronder een keuringsregime. In het Activiteitenbesluit zijn geen voorschriften (o.a. met betrekking tot keuringen) opgenomen met betrekking tot zaken die reeds in het Warenwetbesluit drukapparatuur zijn geregeld dan wel waarover in het kader van het Warenwetbesluit drukapparatuur een afweging is gemaakt. Voor het Warenwetbesluit drukapparatuur is de Arbeidsinspectie bevoegd gezag.
Volgens het Warenwetbesluit drukapparatuur moet sommige drukapparatuur worden onderworpen aan ingebruikname-keuringen en herkeuringen, voor andere drukapparatuur geldt een zogenaamde zorgplicht. De grens tussen de verplichting van ingebruikname-keuring/herkeuring en de zorgplicht is in het algemeen afhankelijk van:
- de maximaal toelaatbare druk (PS) in de apparatuur
- het type stof in de apparatuur (welk risico)
- de fasetoestand (gas of vloeistof)
- de karakteristieke dimensie van de apparatuur (volume voor vaten, nominale diameter voor leidingen).
Als uitzondering op het bovenstaande geeft het Warenwetbesluit drukapparatuur aan dat voor stationaire bovengrondse zuurstof - en distikstofdioxide - tanks met gasafname met een volume kleiner dan of gelijk aan 25.000 liter de keuring voor ingebruikname niet verplicht is. Deze uitzondering geldt niet voor de periodieke herkeuringen.
Veiligheidsafstanden
In artikel 4.5 van het Activiteitenbesluit is opgenomen dat een zuurstoftank ten minste 20 m van een (beperkt) kwetsbaar object moet liggen als er zich binnen 10 van die zuurstoftank een andere gastank bevindt. Deze afstand is bepaald op basis van onderzoek van RIVM en TNO.
Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat bij minder dan 50 verladingen van zuurstof van een half uur per keer geen 10-6 contour ontstaat. Om deze reden zijn geen afstanden opgenomen ten aanzien van de tankwagen en zijn geen verdere eisen gesteld aan het vullen van de tank.
In de ministeriële regeling worden interne afstanden genoemd. De ministeriële regeling stelt dat een bovengrondse stationaire opslagtank met koolzuur, lucht, argon, helium of stikstof op ten minste 3 meter van de erfscheiding moet worden geplaatst.
Opslag van propaan in tanks
Keuringsregime
In artikel 3.30 van de regeling is de verplichting tot keuring, herkeuring en onderhoud van propaantanks met toebehoren, leidingen en andere installatieonderdelen opgenomen. Alle documenten moeten worden bewaard in een installatieboek. De keuring van propaantanks is in principe al opgenomen in het Warenbesluit drukapparatuur en is hier expliciet ook opgenomen in het activiteitenbesluit. Het Warenwetbesluit drukapparatuur geldt niet voor kleine tanks (druk onder 0,5 bar of leidingdiameter onder DN50), daarom is in de regeling ook de keuring volgens NPR 2578 opgenomen. Zie uitleg keuringsregime Warenwetbesluit.
Veiligheidsafstanden
Voor de afstanden voor propaantanks tot omliggende objecten wordt het begrip (beperkt) kwetsbare objecten gebruikt in plaats van woningen en objecten categorie I en II. En de afstanden gelden niet alleen vanaf de tank, maar ook vanaf het vulpunt en de opstelplaats van de tankwagen tot buiten de inrichting gelegen (beperkt) kwetsbare objecten.
Deze veiligheidsafstanden zijn afwijkend van de afstanden uit het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer: alle afstanden zijn kleiner geworden met uitzondering van de afstand voor een opslagtank met propaan groter dan 5 kubieke meter, die vaker dan 5 keer per jaar wordt gevuld. Voor bestaande opslagtanks (van voor inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit) is een overgangstermijn van 3 jaar opgenomen.
Verder gelden nu andere afstanden ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten die zelf ook over een opslagtank met propaan beschikken. Ook hiervoor geldt een overgangstermijn van 3 jaar voor bestaande opslagtanks.
Veiligheidsafstanden opslag propaan
Veiligheidsafstanden opslag propaan | ||
|---|---|---|
Ligging t.o.v. buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (art.3.28, lid 1) | ||
Propaanreservoir | Bevoorrading. | |
| t/m 5x per jaar | meer dan 5x per jaar |
t/m 5 m3 | 10 meter | 20 meter |
> 5 m3 t/m 13 m3 | 15 meter | 25 meter |
Veiligheidsafstand indien objecten zelf beschikken over een propaanreservoir (art.3.28, lid 2) | ||
Propaanreservoir | Bevoorrading. | |
| t/m 5x per jaar | meer dan 5x per jaar |
t/m 5 m3 | 5 meter | 10 meter |
> 5 m3 t/m 13 m3 | 7,5 meter | 12,5 meter |
Veiligheidsafstand indien: -het gebouw bestemd is voor verblijf van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten -er doorgaans grote aantallen personen aanwezig zijn (art.3.28, lid 3). | ||
Propaanreservoir | Veiligheidsafstand | |
t/m 5 m3 | 25 meter | |
> 5 m3 t/m 13 m3 | 50 meter | |
In de tabel is onderscheid gemaakt tussen een bevoorrading van maximaal 5 keer per jaar (huishoudelijk gebruik) en een bevoorrading van meer dan 5 keer per jaar (bedrijfsmatig gebruik).
Ook zijn veiligheidsafstanden tot een aantal specifieke kwetsbare objecten opgenomen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat op korte afstand van een propaanreservoir objecten aanwezig zijn met grote bevolkingsdichtheden of objecten met mensen die zich moeilijk zelf kunnen redden.
PGS-richtlijnen
Bepalingen voor het veilig in werking zijn van opslagtanks voor propaan zijn opgenomen in PGS 19. Deze regeling verwijst daarom voor een aantal onderwerpen naar de voorschriften uit deze richtlijn. Het gaat om voorschriften met betrekking de constructie van de opslagtanks en bijbehorende installatie, veiligheidsmaatregelen zoals interne afstanden en de veilige bedrijfsvoering.

