QRA bij niet-Bevi

QRA bij niet-Bevi

Veiligheid

Inhoud pagina: QRA bij niet-Bevi

Deze tekst is gepubliceerd in de InfoMil Nieuws van december 2008.

Bij de vergunningaanvraag voor een bedrijf met gevaarlijke stoffen mag het bevoegd gezag vragen om inzicht in de risico's. Ook als het Besluit externe veilighei inrichtingen (Bevi) daarop niet van toepassing is.

Een QRA is daarvoor vaak een geschikt instrument. De vergunningverlener moet dan wel een reëel vermoeden hebben dat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen bij het bedrijf in geval van een calamiteit kan leiden tot slachtoffers buiten de inrichting.

In hoofdstuk 5 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit (Ivb) staat dat de aanvrager van een milieuvergunning de gegevens moet aanleveren die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag. Volgens artikel 5.4 Ivb kunnen dat ook gegevens zijn over mogelijke ongewone voorvallen met nadelige gevolgen voor het milieu. Bijvoorbeeld over de aard en omvang van een mogelijk incident en de maatregelen die worden getroffen ter beperking van de gevolgen. Bij een bedrijf met gevaarlijke stoffen voorziet een QRA meestal in die behoefte.

De mogelijkheid om een QRA te gebruiken geldt niet voor activiteiten waarop het Activiteitenbesluit van toepassing is, omdat in dat besluit vaste afstanden staan voor risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een aardgasafleverinstallatie voor motorvoertuigen (art. 3.18 AB) of een propaanopslagtank kleiner dan 13 m3 (art. 3.28 AB).

(Opmerking: bij het opstellen van dit artikel was de Wabo nog niet aan de orde. Thans is het Ivb omgezet naar het Besluit omgevingsrecht (Bor), en is in hoofdstuk 4 van het Bor en Regeling omgevingsrecht (Mor) het aanleveren van gegevens geregeld. Ivb artikel 5.4 is nu Mor artikel 4.2 geworden.)

fabriek
 

Kenniscentrum InfoMil