Vernieuwde Bevi/Revi

Home > Onderwerpen > Hinder, gezondheid, veiligheid > Veiligheid > Bevi, Revi > Vernieuwde Bevi/Revi

Vernieuwde Bevi/Revi

Veiligheid

Inhoud pagina: Vernieuwde Bevi/Revi

Deze tekst is gepubliceerd in de InfoMil Nieuws van april 2009.

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) uit 2004 zijn inmiddels diverse malen gewijzigd. De laatste wijzigingen zijn 13 februari 2009 in werking getreden. Daarom in dit artikel een overzicht van de stand van zaken.

Aanwijzing van Bevi-inrichtingen

Het Bevi is van toepassing op inrichtingen die genoemd zijn in artikel 2 van het Bevi. De onderdelen d en h in dit artikel kennen de mogelijkheid om naast de genoemde inrichtingen andere categorieën inrichtingen aan te wijzen. Die mogelijkheid is inmiddels benut.

Het betreft zogenoemde categoriale inrichtingen (Bevi artikel 2 sub h) waarvoor vaste risicoafstanden zijn vastgelegd in de Revi, zoals meststoffen groep 2 vanaf 100 ton. Er zijn ook niet-categoriale inrichtingen aangewezen (Bevi artikel 2 sub d) waarvoor de risicoafstanden uit een risicoberekening (QRA) moeten blijken. Dit geldt bijvoorbeeld voor propaanopslag vanaf 13 m3. Die risicoberekening moet worden uitgevoerd met de Rekenmethodiek Bevi, die bestaat uit het softwarepakket Safeti-NL en de handleiding risicoberekeningen Bevi.

Er zijn niet alleen nieuwe inrichtingen aangewezen die onder Bevi vallen. Er zijn ook bestaande categorieën inrichtingen aangepast. Sommige inrichtingen zijn daardoor niet meer Bevi-plichtig, zoals transportbedrijven met een kleine hoeveelheid gevaarlijke stoffen of inrichtingen met een  ammoniakkoelinstallatie met minder dan 1.500 kg inhoud. Andere inrichtingen zijn categoriaal geworden, zoals de grotere LPG-tankstations. Voor inrichtingen die later aan het Bevi zijn toegevoegd, is vaak de uiterlijke saneringstermijn aangepast, zie de tabel met saneringsdata.

Opslagen met gevaarlijke stoffen

Tot 13 februari 2009 vielen álle opslagen met verpakte gevaarlijke stoffen boven de 10 ton onder het Bevi. Inmiddels is dit beperkt. Nu geldt het Bevi alleen nog voor opslagvoorzieningen met meer dan 10 ton verpakte gevaarlijke stoffen waar brandbare stoffen samen met stikstof-, zwavel-, chloor-, of fluorhoudende verbindingen (al dan niet verenigd in dezelfde stof) worden opgeslagen. Voor deze opslagen gelden nieuwe vaste afstanden. Dit is niet het geval wanneer ze QRA-plichtig zijn doordat:

  • het bedrijf onder het BRZO (Besluit Risico Zware Ongevallen) 1999 valt;
  • binnen het bedrijf een opslagvoorziening aanwezig is met een oppervlakte groter dan 2.500 m2;
  • er verpakkingseenheden van meer dan 100 kg zeer vergiftige stoffen (of ADR klasse 6.1) in de open lucht worden gelost of geladen.

Op welke besluiten is het Bevi van toepassing?

Bij een aantal besluiten moet het bevoegd gezag voor inrichtingen die onder het Bevi vallen, toetsen of die inrichtingen voldoen aan de grens- en richtwaarden uit het Bevi. Dit geldt voor de volgende besluiten:

  • het bedrijf onder het BRZO (Besluit Risico Zware Ongevallen) 1999 valt;
  • binnen het bedrijf een opslagvoorziening aanwezig is met een oppervlakte groter dan 2.500 m2;
  • er verpakkingseenheden van meer dan 100 kg zeer vergiftige stoffen (of ADR klasse 6.1) in de open lucht worden gelost of geladen.
  • Bij de beslissing op aanvragenvoor een oprichtingsvergunning, een veranderings- of revisievergunning die een toename van het plaatsgebonden risico (PR) tot gevolg heeft. De verantwoording van het groepsrisico hoeft alleen plaats te vinden als de aanvraag negatieve gevolgen heeft voor het plaatsgebonden risico. Dat is inmiddels vaste jurisprudentie van de Raad van State (bijvoorbeeld uitspraak 200806384/1, overweging 2.4.2).
  • Bij het op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)
  1. vaststellen, wijzigen of uitwerken van een bestemmingsplan;
  2. verlenen van een ontheffing van het bestemmingsplan (tijdelijke, binnenplanse of buitenplanse ontheffing) of stellen van een nadere eis;
  3. vaststellen van projectbesluiten (gemeente, provincie, Rijk) of een besluit tot buiten toepassing verklaring van de beheersverordening (gemeente, provincie, Rijk);
  4. vaststellen van een provinciaal- of rijksinpassingsplan;
  5. geven van een aanwijzing (door provincie of Rijk) over een bestemmingsplan.

Hier geldt niet de voorwaarde dat er sprake moet zijn van toenemend plaatsgebonden risico. Veranderingen van bestemmingsplannen moeten altijd aan de grensen richtwaarden van het Bevi getoetst worden. De bouwvergunning voor een kwetsbaar object kan niet worden geweigerd als het bestemmingsplan deze ontwikkeling toestaat. VROM heeft in 2004 gesuggereerd dat een wijziging van de regelgeving er mogelijk voor zou zorgen dat een bouwvergunning rechtsreeks aan het Bevi te toetsen is. Deze directe toetsing zal echter niet mogelijk worden gemaakt. Het is daarom zaak om de bestemmingplannen op orde te hebben.

fabriek
 

Kenniscentrum InfoMil