Buisleidingen

Buisleidingen

Veiligheid

Inhoud pagina: Buisleidingen

Er zijn verschillende ontwikkelingen in het beleid en de regelgeving voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Zo is er een nieuw Besluit externe veiligheid buisleidingen en wordt er gewerkt aan een Structuurvisie buisleidingen. Hiermee moet onder andere duidelijkheid ontstaan over locaties en risicoafstanden voor ondergrondse buisleidingen met gevaarlijke stoffen

Besluit EV buisleidingen

Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).  Het besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (artikelen 5.1 lid 1, 5.2 lid 1, 5.3 lid 1 en 2 en 9.2.2.1) en de Wet ruimtelijke ordening (artikelen 3.37 en 4.3 lid 1 en 2). Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico en verantwoording van groepsrisico, ruimtelijke reservering voor belemmeringenstrook met aanlegvergunningenstelsel en de Bevb voorwaarden binnen 5 jaar verwerken in bestemmingsplannen. De belangrijkste plichten voor de leidingexploitant zijn: zorgplicht, een veiligheidmanagementsysteem en een saneringsplicht binnen 3 jaar. Een uitgebreidere samnvatting kunt u vinden in een eerder nieuwsbericht over het ontwerp-Besluit externe veiligheid buisleidingen.

VROM heeft de Handboek buisleidingen in bestemmingsplannen gepubliceerd, waarin praktische informatie en voorbeelden staan hoe buisleidingen in bestemmingsplannen opgenomen kunnen worden.

Regeling EV buisleidingen

De aanwijzing van buisleidingen, de risicoafstanden en de aanwijzing van de rekenmethodiek zijn opgenomen in de Regeling externe veiligheid buisleidingen. Als categorieën buisleidingen waarvoor het Bevb geldt zijn voorlopig alleen buisleidingen met een druk vanaf 16 bar voor het transport van aardgas en vloeibare brandstoffen aangewezen.

  • Hogedruk aardgasleidingen: voor hogedruk aardgasleidingen (vanaf 16 bar) moet het rekenprogramma CAROLA worden gebruikt. CAROLA staat voor: Computer Applicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas. Het rekenpakket voor bevoegd gezag, adviesbureaus, leidingeigenaren en leidingexploitanten is gebaseerd op een rekenmethodiek die is ontwikkeld door de Gasunie en het RIVM. Het RIVM geeft informatie over CAROLA, verzorgd de verspreiding van dit rekenpakket in Nederland en heeft een Helpdesk CAROLA.
  • Vloeibare brandstoffen: voor buisleidingen met aardolieproducten moet het rekenprogramma SAFETI-NL worden gebruikt. Ook de informatie over SAFETI-NL is te vinden het Centrum voor externe veiligheid van het RIVM en zij beheren de helpdesk SAFETI-NL.
Achtergrondinformatie

In juni 2009 heeft minister Cramer het Bevb aangekondigd en toegelicht in een brief aan de Tweede Kamer. Naar aanleiding van dat ontwerp-Bevb zijn in november 2009 de kamervragen beantwoord. De uitkomst van gesprekken met de Gasunie en het Havenbedrijf Rotterdam is toegelicht aan de Tweede Kamer. Uit de beantwoording van de kamervragen blijkt onder andere dat er geen saneringsregeling komt, het RIVM onderzoekt hoeveel kilometer buisleiding momenteel niet voldoet en de buisleidingen binnen 5 jaar na inwerkingtreding van het besluit correct in bestemmingsplannen moeten staan. De VROM Inspectie ziet toe op de doorwerking in bestemmingsplannen en samen met het Staatstoezicht op de Mijnen zal de VROM Inspectie het naleefgedrag van buisleidingexploitanten onderzoeken.

Structuurvisie buisleidingen

Het Structuurschema Buisleidingen uit 1985 wordt opgevolgd door de Structuurvisie buisleidingen. Deze bevat een lange termijnvisie op het buisleidingtransport van gevaarlijke stoffen (gas, olie, chemicaliën en CO2), zoals de reservering van ruimte voor toekomstige buisleidingen. VROM heeft een concept-visiekaart ontwikkeld met de hoofdverbindingen die van nationaal belang zijn. In januari 2009 zijn voorlichtingsbijeenkomsten gehouden voor RO-medewerkers van provincies en gemeenten. Daar is gesproken over het Nieuwland onderzoek naar de ruimtelijke mogelijkheden voor nieuwe leidingen en de rol- en taakverdeling tussen de overheden bij de ruimtelijke doorwerking. Op grond van de uitkomsten van overleg met de betrokken partners (overheden, bedrijfsleven) zal de visiekaart verder worden aangepast. Op basis van de hoofdlijnen uit de Structuurvisie kunnen provincies en gemeenten het exacte buisleidingtracé bepalen. Uitgangspunt daarbij is zoveel mogelijk bundeling met bestaande buisleiding(-stroken).

Meer informatie

Oude informatie en regelgeving

fabriek
 

Kenniscentrum InfoMil