Besluit EV buisleidingen
Veiligheid
Inhoud pagina: Besluit EV buisleidingen
Een verkorte versie van deze tekst is gepubliceerd in de InfoMil Nieuws van oktober 2009.
Het is algemeen bekend dat de risicoafstanden uit circulaires voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen en aardgas achterhaald zijn. Daarom wordt door velen uitgekeken naar een nieuwe AMvB voor buisleidingen. Inmiddels is het ontwerp-Besluit externe veiligheid buisleidingen gepubliceerd en wordt dit najaar door de Tweede Kamer behandeld. Het besluit zal op z'n vroegst medio 2010 in werking treden. Een van de eisen is dat bestemmingsplannen die niet voldoen binnen 5 jaar worden geactualiseerd.
Bestemmingsplannen
Volgens het ontwerp-besluit worden gemeenten verplicht om bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het PR is de 10-6 contour de grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het GR moet worden verantwoord binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Voor brandbare vloeistoffen reikt dat tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden. Daarnaast wordt in elk bestemmingsplan ruimte gereserveerd voor onderhoud aan de leiding door een belemmerende strook van minimaal 5 meter aan weerszijden van de leiding met een bouwverbod en een aanlegvergunningenstelsel.
Verplichtingen buisleidingexploitant
Bij de aanleg of vervanging van buisleidingen moet de 10-6 contour in principe binnen 5 meter van de leiding liggen. Verder moeten alle wijzigingen passen binnen het bestemmingsplan en de leidingexploitant geeft deze wijzigingen ook door aan het Risicoregister Gevaarlijke Stoffen (RRGS). Daarnaast bevat het concept-besluit een zorgplichtbepaling ter voorkoming van ongewone voorvallen en er moet worden voldaan aan de NEN 3650 (constructie-eisen) en de NTA 8000 (aanwezigheid veiligheidsbeheersysteem).
Knelpunten
In Nederland is al ongeveer 18.000 km aan ondergrondse buisleidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig, waarvan ruim 65% hogedruk aardgasleidingen (vanaf 16 bar). Naar schatting voldoen deze leidingen op ongeveer 100 plaatsen niet aan de eisen van het nieuwe besluit. Voor de bestaande situaties geldt:
- PR-knelpunten worden binnen drie jaar gesaneerd door de buisleidingexploitant. De gemeente bekostigt de sanering van knelpunten die zijn ontstaan doordat zij de afstandeisen uit de oude circulaires niet in acht heeft genomen. Bij het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen mag worden geanticipeerd op de sanering van knelpunten binnen 3 jaar.
- Bestemmingplannen die niet voldoen aan het besluit worden binnen 5 jaar geactualiseerd door de gemeente, met medewerking van leidingexploitant.
Regeling externe veiligheid buisleidingen
Bij het besluit hoort ook een regeling, waarin onder andere de veiligheidsafstanden en rekenmethoden voor de verschillende buisleidingen worden beschreven. Naar verwachting zullen het besluit en de regeling gefaseerd in werking treden, te beginnen met de hogedruk aardgasleidingen. Gemeenten kunnen voor aardgasleidingen zelf berekeningen uitvoeren met het CAROLA-rekenprogramma van het RIVM. De afstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen zijn al door het RIVM gepubliceerd en de afstanden of rekenmethoden voor buisleidingen met andere chemicaliën worden in een later stadium bekend gemaakt.

