Advisering en ondersteuning

Advisering en ondersteuning

Veiligheid

Inhoud pagina: Advisering en ondersteuning

7. Advisering en ondersteuning

Bij de bepaling van de noodzakelijke maatregelen spelen adviseurs een belangrijke rol. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen (verplichte) adviezen en ondersteuning: in sommige gevallen is het inwinnen van advies verplicht en soms is het inwinnen van advies ter ondersteuning van een goede beoordeling van de vergunningaanvraag gewenst.

Van verplichte advisering is sprake indien een wettelijk voorschrift bepaalt dat advies moet worden ingewonnen. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht  bevatten enkele bepalingen over verplichte advisering. Bij de aanvraag dient de VROM-Inspectie in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen, indien de Minister van VROM dit voor de betreffende categorie heeft bepaald. Ook moet men de waterkwaliteitsbeheerder om advies vragen.
Verplichte advisering is ook voorgeschreven in het Bevi en het Brzo. Op grond van het Bevi moet men het bestuur van de veiligheidsregio (de brandweer) om advies vragen in het kader van de verantwoording van het groepsrisico. Daarnaast moeten (buur)gemeente(n) tot wier grondgebied zich het invloedsgebied van een inrichting uitstrekt, om advies worden gevraagd.

In het kader van het Brzo moet de waterkwaliteitsbeheerder om advies worden gevraagd. De Arbeidsinspectie en het bestuur van de veiligheidsregio (en als de provincie bevoegd gezag is, ook de gemeente) hebben in het kader van het Brzo een eigen verantwoordelijkheid.

Naast het inwinnen van advies bij de wettelijke adviseurs, kan het bevoegd gezag ook bij andere instanties terecht voor ondersteuning ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming. Belangrijke landelijke ondersteunende instanties (InfoMil, RIVM-CEV, DCMR, de website Groepsrisico.nl en Relevant met onder andere verschillende Kennistafels ) worden hierna kort besproken.


InfoMil informeert overheden over milieubeleid en vormt een schakel tussen de beleidsmakers (het Ministerie van VROM) en uitvoerders bij gemeenten, provincies en waterschappen. In beide richtingen worden ervaringen verzameld en verschaft. InfoMil combineert zijn expertise van de uitvoeringspraktijk met die van wetgevingsprocessen.

Het Centrum voor Externe Veiligheid (CEV) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) is het aanspreekpunt bij technische vragen over risico’s die voortvloeien uit de opslag en productie, en het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Als onafhankelijk kenniscentrum ondersteunt het RIVM-CEV zowel landelijke als lokale overheden bij het beoordelen en bijsturen van deze risico’s.

Bij DCMR is het Landelijk Steunpunt externe veiligheid Steunpunt Brzo ondergebracht.

Het Steunpunt Brzo bestaat uit deskundigen die in hun uitvoeringspraktijk met het Brzo worden geconfronteerd. Zij adviseren gemeenten over de technische en inhoudelijke aspecten bij de uitvoering en de interpretatie van het Brzo.

Het advies van het Steunpunt Brzo richt zich op de taken die het bevoegd gezag in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht  uitvoert. Uitgangspunt is, dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid en de besluitvorming volledig bij dat bevoegd gezag blijven liggen. Het Steunpunt Brzo werkt samen met de VNG, InfoMil en RIVM en rapporteert ieder jaar in een jaarverslag aan het Ministerie van VROM.

Het QRA Steunpunt is ingesteld ter ondersteuning van het bevoegd gezag bij het uitvoeren van risicoberekeningen voor Pbzo-inrichtingen. Dit zijn inrichtingen die volgens de vergunning hoeveelheden gevaarlijke stoffen mogen hebben die wel de lage drempel van het Brzo overschrijden, maar niet de hoge drempelwaarde overschrijden. Als het Registratiebesluit van kracht is, zal het steunpunt ook openstaan voor inrichtingen die zich bij het RIVM moeten registreren, en daarvóór nog geen verplichting hadden voor het uitvoeren van een risicoberekening.


Groepsrisico op Relevant (voorheen groepsrisico.nl) 
Deze informatie dient ter ondersteuning van de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico. Er zijn voorbeelden van verantwoordingsbesluiten opgenomen. Op de site is verder een overzicht opgenomen van relevante jurisprudentie .

De verantwoording van het groepsrisico bestaat uit kwalitatieve en kwantitatieve aspecten, die hierna worden toegelicht. Aangezien het bevoegd gezag ten aanzien van de verantwoordingsplicht de vrijheid heeft om bepaalde onderdelen nader uit te werken in eigen beleid, moet ook dit beleid bij de verantwoording worden betrokken. Zo heeft de provincie Zuid-Holland bijvoorbeeld de verantwoording volgens een eigen methodiek vormgegeven (CHAMP-methodiek) en hebben ook de Drechtsteden een invulling aan de verantwoording van het groepsrisico gegeven in een eigen toetsingskader.


Relevant
De provincies financieren Relevant, dat zorgt voor uitwisseling van kennis over externe veiligheid. De middelen die Relevant inzet zijn een website, Kennistafels en een jaarlijks congres. Meer informatie over Relevant is te vinden op haar website.

 

Kenniscentrum InfoMil