De rol van de vergunningverlener: borgen van veiligheid in de vergunning

De rol van de vergunningverlener: borgen van veiligheid in de vergunning

Veiligheid

Inhoud pagina: De rol van de vergunningverlener: borgen van veiligheid in de vergunning

6.    De rol van de vergunningverlener: borgen van veiligheid in de vergunning


Op de pagina 'beleidsontwikkeling externe veiligheid' is aangegeven dat de overheid diverse instrumenten heeft om de veiligheid van werknemers en omgeving (milieu) te waarborgen. Deze zijn complementair aan elkaar en moeten daarom goed op elkaar worden afgestemd. De vergunningverlener kan hiervoor het eerste deel van het vergunningverleningsproces (Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking) goed gebruiken. Het is daarom aan te bevelen om in deze fase al contact te hebben met (of goed geïnformeerd te zijn over het beleid van) de (regionale) brandweer, de afdelingen bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening en soms de arbeidsinspectie. In sommige gevallen geldt voor de afstemming tussen de vergunningverlener en de andere partijen een wettelijke verplichting (zie 'advisering en ondersteuning' en het stappenschema).

Uiteindelijk moet de vergunningverlener een oordeel vormen over de vergunbaarheid van een inrichting op een bepaalde locatie. Daarbij moet de vergunningverlener in eerste instantie de aangevraagde bedrijfsactiviteiten toetsen aan de wettelijke normen (PR, GR, afstanden, e.d.).

Tevens moet de vergunningverlener nagaan of de juiste maatregelen zijn getroffen. De beste beschikbare technieken (BBT) vormen hierbij het uitgangspunt. Voor aangewezen processen en bedrijfstakken moet het bevoegd gezag gebruik maken van aangewezen bronnen van BBT. Deze aanwijzing vindt plaats door middel van de Aanwijzing BBT-documenten, opgenomen in bijlage 1 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht. Met deze regeling heeft een aantal veelgebruikte richtlijnen (o.a. de PGS-richtlijnen) een duidelijkere status gekregen. De aangewezen bronnen van BBT’s zijn:

  1. de onder auspiciën van de Europese Commissie gepubliceerde BBT-referentiedocumenten (de zogenaamde BREF’s). Hierin zijn ook aspecten van externe veiligheid opgenomen. Deze documenten zijn alleen van toepassing op installaties die onder bijlage I van de IPPC-richtlijn vallen.
    De BREF’s zijn genoemd in tabel 1 van de regeling en zijn te vinden op de website van Infomil.
  2. door andere internationale organisaties vastgestelde documenten met betrekking tot BBT; en
  3. Nederlandse documenten met betrekking tot de bepaling van BBT. Deze documenten zijn genoemd in tabel 2 van de regeling Aanwijzing BBT-documenten. Het gaat hierbij o.a. om een aantal PGS-publicaties.

Daarnaast, en voor de niet-aangewezen processen en bedrijfstakken, kan gebruik gemaakt worden van andere (buitenwettelijke) richtlijnen en/of andere adviezen van deskundigen, zoals publicaties van het RIVM of NIFV, standaardteksten van de provincies van het IPO project Kaderstelling (voor meer informatie over het IPO project zie stap 4). Ook  commerciele bureau’s bieden hun kennis aan.
De verantwoording en motivering van het gebruik van documenten die niet rechtstreeks zijn aangewezen als BBT-documenten ligt bij het betreffende bevoegd gezag. Het is wenselijk dat de motivering van het gebruik van dergelijke documenten in de considerans wordt beargumenteerd.

Maatregelen hebben meestal betrekking op de inrichting. Een enkele keer worden maatregelen in de omgeving getroffen. Bij het bepalen van de gewenste maatregelen spelen de volgende aspecten een rol:

  • de aard en hoeveelheid van de binnen de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen
  • de kans dat deze stof(fen) vrijkomen
  • de effecten van het vrijkomen van die stof(fen) voor de omgeving
  • de maatregelen die kunnen worden genomen om dit te voorkomen.

Voor een uitgebreide beschrijving van stoffen, effecten en maatregelen wordt verwezen naar bijlage 2.

 

Kenniscentrum InfoMil