Bijlage 3: Risico-identificatiemethoden
Veiligheid
Inhoud pagina: Bijlage 3: Risico-identificatiemethoden
Hieronder zijn de volgende risico-identificatiemethoden kort omschreven.
1. Firepran
2. FMEA
3. HACCP
4. HAZID
5. HAZOP
6. LOPA
7. Risk Based Design
8. SIL
9. What if-studie
Voor de QRA wordt verwezen naar de memo van het RIVM: Wat is een QRA? Een introductie over QRA's voor inrichtingen in NederLand.
1. Firepran
Firepran is een brandveiligheidsanalyse die wordt gebruikt om vast te stellen of er voldoende brand- en explosieveiligheidsmaatregelen zijn genomen voor bijvoorbeeld een veilige opslag. Hiertoe worden de aanwezige veiligheidsmaatregelen beoordeeld. Er wordt bepaald of de aanwezige maatregelen afdoende veilig zijn of dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
Een Firepran bestaat formeel uit de volgende stappen:
- Opstellen van een filosofie.
- Beschrijving van de situatie (gericht op het gebouw en installaties).
- Ontwikkelen van scenario’s.
- Beoordelen van de scenario’s in relatie tot de situaties en acties vaststellen.
- Beoordelen van de acties.
- Opnieuw uitvoeren Firepran (na ingrijpende wijzigingen).
2. FMEA
De FMEA (FME(C)A) (Failure Mode Effect & Criticality Analysis) beschouwt apparatuur en componenten daarvan, waarvoor een soort storinganalyse wordt uitgevoerd. Hierbij worden de verschillende wijzen van falen van de componenten uitgewerkt in termen van gevolg en veiligheidsbelang voor het gehele apparaat en omgeving. Vervolgens kunnen de kwetsbare componenten worden geïdentificeerd en eventueel aanvullende eisen aan de betrouwbaarheid van de kwetsbare en kritische componenten worden gesteld.
3. HACCP
De HACCP-methodologie (Hazard Analysis of Critical Control Points) is een processtap gerichte risicoanalyse tool en eigenlijk alleen van toepassing op voedselveiligheid. Vanwege de processtapbenadering is het mogelijk om de HAZOP-methodologie te integreren (door per processtap de desbetreffende P&ID’s er bij nemen).
4. HAZID
De HAZID (Hazard Identification) identificeert potentiële gevaarlijke gebeurtenissen, de gevolgen/consequenties daarvan en de aanwezige veiligheidsmaatregelen/-voorzieningen. De HAZID wordt uitgevoerd in de vorm van een brainstormsessie. Een HAZID wordt toegepast om te documenteren of er in vervolgfasen van een ontwerpproces rekening gehouden moet worden met reductie van risico’s als gevolg van potentiële incidenten.
5. HAZOP
De HAZOP (HAZard and OPerability study) is een systematisch onderzoek met gidswoorden naar alle voorzienbare afwijkingen van een normale procesvoering (hierbij zijn inbegrepen de in- en buiten bedrijfstelling), naar de oorzaken en de gevolgen van die afwijkingen in kwalitatieve zin en naar de noodzakelijke acties.
Onderzocht wordt of de installatie anders kan functioneren dan is bedoeld bij de normale ontwerpintentie. Het doel van een HAZOP is het voorkomen van storingen, ongevallen en (milieu)incidenten door verbeteringen in het ontwerp van een installatie vast te stellen en deze aan te brengen.
Kenmerken van HAZOP zijn:
- multidisciplinaire team aanpak;
- brainstorm;
- systematische methodiek;
- identificatietechniek.
Een HAZOP kan worden uitgevoerd bij de volgende situaties:
- ontwerp van een nieuwe procesinstallatie;
- toetsing van een bestaande procesinstallatie;
- introductie van nieuwe grondstoffen of wijziging van bestaande grondstoffen;
- ingrijpende modificatie van bestaande procesinstallaties.
Een HAZOP wordt door een team uitgevoerd. Dit team kan bestaan uit een:
- procestechnoloog van de betreffende fabriek;
- projectleider;
- bedrijfsleider;
- supervisor en/of (eerste) operator;
- vertegenwoordiger TS;
- vertegenwoordiger V&M.
Binnen het team wordt een voorzitter en een secretaris aangewezen. Met de HAZOP-teamleden wordt een actielijst opgesteld. Hierbij worden acties aan personen toegewezen. Het proces van totstandkoming van een HAZOP doorloopt een aantal fasen en heeft de volgende kenmerken:
Voorafgaand aan de HAZOP
- Er wordt afgesproken in welke gedeelten de procesinstallatie wordt verdeeld. Dit kan het beste geschieden op basis van de PI&D van de installatie.
- Er wordt vastgesteld welke parameters en gidswoorden worden gebruikt. Hiertoe kan een keuze worden gemaakt uit de standaardlijst van parameters en gidswoorden.
Tijdens de HAZOP
Er wordt een HAZOP-blad ingevuld. Hierop worden in tabelvorm de volgende zaken genoteerd:
- combinatie van gidswoord en parameter (afwijking);
- mogelijke oorzaken van de afwijking;
- gevolgen;
- aanwezige procesbeveiligingen;
- vereiste acties.
Het is van belang vooraf de juiste gidswoorden te selecteren. Daarbij kunnen de basisoorzaken zoals genoemd in het Brzo worden meegenomen. De kwaliteit van een HAZOP hangt af van de keuze van de gidswoorden, de ervaring van de teamleden en vooral ook de ervaring van de HAZOP-voorzitter.
6. LOPA
De LOPA (Layers of Protection Analysis) is vergelijkbaar met de SIL-classificatie. Het verschil is dat per ongevalscenario niet alleen de instrumentele procesbeveiliging, maar ook alle andere mogelijke beveiligingsniveaus worden beschouwd.
Het doel van de LOPA is de verschillende beveiligingen of beschermingslagen te combineren om de totale bescherming te beoordelen. Ook hier wordt de betrouwbaarheid van de verschillende lagen bekeken.
7. Risk based design
Risk based design is het proces waarbij tijdens de ontwerpfase van een installatie de risico’s van ongewenste gebeurtenissen worden geanalyseerd met als doel die risico’s tot een acceptabel niveau (ALARP) te reduceren. Om het bedrijfsrisico in te kunnen schatten moet er eerst duidelijkheid bestaan over de bedrijfsdoelstellingen zoals beschikbaarheid, kwaliteit, veiligheid (intern en extern), milieudoelstellingen en de omgevingsfactoren. Vervolgens worden de risico’s ten gevolge van storingen in kaart gebracht met behulp van risicoanalysetechnieken, zoals FMEA, SIL, HAZOP etc.
Voor die risico’s die buiten de acceptatiecriteria vallen moeten additionele maatregelen worden getroffen om het risico terug te brengen tot het gewenste niveau. In eerst instantie zullen dit aanpassingen zijn die het proces inherent veiliger maken, maar indien dit niet mogelijk is kan men instrumentele en mechanische beveiligingen overwegen.
Het gehele proces kan worden omschreven als risk based design.
8. SIL
De SIL (Safety Integrity Level)-classificatie en verificatie zijn gebaseerd op de IEC-richtlijnen 61511 en 61508. SIL beoogt een classificatie van instrumentele (proces)beveiliging op basis van de kans en het effect van het scenario (productiestop overdruk, LOC, brand, etc.) waarvoor de beveiliging is ontworpen.
Op basis van de SIL-klasse wordt het ontwerp van de procesbeveiliging minder of meer betrouwbaar uitgevoerd.
9. What if-studie
Een What if-studie is net als de HAZOP een systematisch onderzoek met gidswoorden naar alle voorzienbare afwijkingen. De selectie van gidswoorden en de invulling door de voorzitter zijn bepalend voor de uitkomst.
