Werkblad Spoorwegemplacementen

Werkblad Spoorwegemplacementen

Veiligheid

Inhoud pagina: Werkblad Spoorwegemplacementen

Toepassingsgebied

Dit werkblad heeft alleen betrekking op het rangeren met wagons met gevaarlijke stoffen op emplacementen en niet op het doorgaand vervoer van gevaarlijke stoffen nabij deze emplacementen. Sporen die bestemd zijn voor doorgaand spoorverkeer (doorgaande sporen) en wachtsporen die deel uitmaken van de doorgaande sporen, vormen geen onderdeel van de inrichting.

Risico's

Bij het rangeren met wagons kan door bijvoorbeeld een aanrijding of ontsporing de inhoud van de wagon vrijkomen. Afhankelijk van de aard van de gevaarlijke stof in de wagon kunnen onder andere de volgende effecten ontstaan: toxische plas, plasbrand, toxische wolk, fakkelbrand, flash fire en/of gaswolkexplosie of een BLEVE. Voor een nadere omschrijving van deze effecten en mogelijke maatregelen wordt verwezen naar de bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument.

Spoorwegemplacementen zijn veelal gelegen in binnenstedelijk gebied met vaak een aanzienlijke bevolkingsconcentratie op korte afstand van de handelingen met wagons met gevaarlijke stoffen. Hierdoor is vaak sprake van een hoog risico (zowel plaatsgebonden als groepsrisico) in de  woonomgeving.

Achtergrondinformatie

Belangrijkste wet- en regelgeving

Bij ministeriële regeling worden spoorwegemplacementen aangewezen die onder het Bevi vallen. Tot 22 juni 2010 hebben er nog geen aanwijzingen plaatsgevonden. Bij de aanwijzing zal rekening worden gehouden met de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het is daarbij mogelijk dat incidenteel bovenlokale belangen zwaarder wegen dan een op lokaal niveau gemaakte afweging voor externe veiligheid, bijvoorbeeld als een strikte toepassing van de Bevi- normen leidt tot een significante verhoging van de onveiligheid elders of als het vervoer van gevaarlijke stoffen onmogelijk wordt. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft het bevoegde gezag echter een eigen verantwoordelijkheid om de risico's van een emplacement te beoordelen.

Informatiebronnen

Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking

Brandveiligheid

Zie werkblad Advies brandweer

Omgeving van de inrichting/installatie
  • Liggen er kwetsbare en/ of beperkt kwetsbare bestemmingen in de omgeving van de inrichting of zijn die in de toekomst al dan niet te verwachten (geprojecteerde bestemmingen)? Check dit bij de afdeling die verantwoordelijk is voor ruimtelijke ordening.
  • Welke andere risicovolle activiteiten zijn in de omgeving aanwezig? Het kan gaan om:
  1. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en met buisleidingen;
  2. Voor Externe Veiligheid relevante bedrijven.

Deze informatie is van belang om te beoordelen of deze situatie vergunbaar is op grond van het Bevi.

Aandachtspunten voor de beoordeling van het risico van spoorwegemplacementen

Bevi

Betreft het een emplacement aangewezen in bijlage 3 van het Revi?

Kwantitatieve risicoanalyse (QRA)

Een spoorwegemplacement voor het rangeren van wagons met gevaarlijke stoffen is volgens het Bevi een niet- categoriale inrichting. Voor het bepalen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is het uitvoeren van een QRA noodzakelijk.
De QRA moet tot dat de beschikbaarheid van een nieuwe rekenmethode die in de Handreiking Risicoberekeningen Bevi en SAFETI-NL is opgenomen worden uitgevoerd volgens het Rekenprotocol Vervoer gevaarlijke stoffen per spoor. Een uitgebreide toelichting en uitwerking voor spoorwegemplacementen hiervan is opgenomen in de Handreiking Risicoberekeningen Bevi en SAFETI-NL.

Aandachtspunten bij de uitwerking van de QRA zijn:

  • Activiteiten die op het emplacement plaatsvinden;
  • Wijze van rangeren: middels een heuvel, middels stoten of middels plaatsen;
  • Het totale aantal treinen en wagons;
  • Het aantal treinen met gevaarlijke stoffen;
  • Stofgegevens met betrekking tot de lading van de wagons;
  • Tijdstip en duur van de rangeeractiviteiten;
  • Situering van de wagons met gevaarlijke stoffen op het emplacement.
Specifieke maatregelen en voorzieningen

Onderstaande maatregelen en voorzieningen zijn ingedeeld volgens het vlinderdasmodel zoals beschreven in bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) van het achtergronddocument. Genoemde maatregelen zijn conform Circulaire Risicobenadering voor NS- goederenemplacementen.

Technische preventieve maatregelen

Ontwerp en uitvoering van installaties en inrichting

  • ontwerpeisen voor apparatuur, beveiligingssystemen en componenten daarvan
  • leidingwerk, o.a. bevriezingsverschijnselen, star/flexibel
  • stroomstoringen en de mogelijke gevolgen daarvan evenals het uitvallen van instrumentenlucht. Daarbij moet de apparatuur automatisch in de veilige stand komen en moet een aantal essentiële beveiligingssystemen kunnen blijven functioneren
  • het blijven functioneren essentiële beveiligingssystemen, ook na eventuele calamiteiten
  • controle van en beveiliging op basis van vullingsgraad, druk, temperatuur
  • drukontlast voorzieningen
  • afschermen (elektrische) installatie
  • aardingsysteem

Brand- en noodsituaties

  • bliksembeveiliging
  • brandpreventieve technische maatregelen
  • maatregelen conform advies brandweer

Overige

  • functioneren van wissels: automatische signalering van defecten aan op afstand bedienbare wissels;
  • verlichting
  • verplaatsing specifieke rangeeractiviteiten (op rangeerterrein zelf en/ of uitplaatsing)

 Organisatorische preventieve maatregelen

Aandachtspunten ontwerp en ingebruikname

  • gevarenzone-indeling (ter voorkoming ontsteking brandbare wolk)

Aandachtspunten keuring, acceptatieprocedures, etc.

  • bij de keuring van installaties (incl. branddetectie/blussystemen) moet worden aangegeven:
    • welke installaties moeten worden gekeurd
    • waarop gekeurd moet worden
    • wie de keuring moet uitvoeren
    • volgens welke frequentie gekeurd moet worden
    • volgens welke richtlijn gekeurd moet worden
    • op welke wijze de periodieke keuring wordt geborgd
    • testrapporten: wat doet het bedrijf met de resultaten hiervan?
  • wagons met gebreken: identificatie/keuring/toelatingsprocedure 

Aandachtspunten onderhoud

  • vervanging van instrumentele en/of zelfwerkende beveiligingen: tijdens de vervanging moet de veiligheid gewaarborgd blijven

Aandachtspunten personeel

  • periodieke opleiding operators/(onderhouds)personeel/vakbekwaamheid

Laden en lossen

  • rol/taak chauffeur/machinist bij verladen
  • aanwezigheids checklist voor naleving laad- en losprocedures en procedures voor intern transport
  • permanent toezicht (bij belading)

Overige

  • communicatiesystemen;
  • jaarlijks herzien van selectie en toezenden resultaten voor 1 april aan bevoegd gezag;
  • registratiesysteem met daarin opgenomen de locatie van opgestelde wagons met gevaarlijke stoffen, de aard (ADR of andere classificaties) en de hoeveelheid van de in de wagons aanwezige gevaarlijke stoffen;
  • toezichthouders voor het uitvoeren van controlerondes bij wagons met gevaarlijke stoffen in combinatie met registratie van bijzonderheden en genomen maatregelen.

Technische effect- en schadebeperkende maatregelen

Ontwerp en uitvoering van installatie en inrichting

  • stroomstoringen en de mogelijke gevolgen daarvan evenals het uitvallen van instrumentenlucht. Daarbij moet de apparatuur automatisch in de veilige stand komen en moet een aantal essentiële beveiligingssystemen kunnen blijven functioneren
  • het blijven functioneren essentiële beveiligingssystemen, ook na eventuele calamiteiten
  • afmetingen toegangswegen/wegen op terrein/toegangsdeuren
  • aantal en technische staat van toegangsweg(en) tot opslag/wegen op terrein

Alarmerings- en detectiesystemen

  • (instrumenteel) alarmeringssysteem (o.a. branddetectie)
  • toepassing van kritische alarmeringen: alarmeringen die direct verband hebben met het optreden van bijzondere situaties voor wat betreft veiligheid en emissies
  • noodstroomvoorziening voor essentiële verlichting, gasdetectiesysteem, brandblussysteem, instrumentenlucht, alarmeringen en instrumentele beveiligingen met meldsysteem en besturing

Brand- en noodsituaties

  • brandblus/bestrijdingssysteem
  • inzetplan brandweer
  • terreinafscherming
  • aanwezigheid sprinklerinstallatie en/of brandmeldsysteem
  • maatregelen conform advies brandweer

Overige

  • verlichting
  • wijze waarop bovenleidingen zonder elektrische spanning kunnen worden gezet en de gastoevoer centraal kan worden afgesloten

Organisatorische effect- en schadebeperkende maatregelen

Ingebruikname, normale bedrijfssituatie, onderhoud en modificaties

  • is aangegeven welke ruimten en welke terreindelen voor het publiek toegankelijk zijn?

Noodsituaties

  • actueel noodplan voorhanden
  • ontruimingsoefeningen
  • bedrijfsnoodorganisatie; wijze waarop de hulpverlening nu is geregeld
  • logboek met daarin ongewone voorvallen binnen de inrichting en daarbij genomen veiligheidsmaatregelen
  • lijst met telefoonnummers van personen en diensten die bij een ongewoon voorval moeten worden gewaarschuwd
  • voldoende bereikbaarheid van het terrein voor brandbestrijding
  • maatregelen conform advies brandweer

Overige

  • tijdstip van rangeerhandelingen (aanwezigheid personen in directe omgeving)
  • communicatiesystemen

In het onderzoek PAGE zijn diverse maatregelen en voorzieningen geïdentificeerd. Ook deze kunnen bij de vergunningverlening worden betrokken.

Overige technische en organisatorische aandachtspunten

Zie bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument. Hierin zijn tabellen opgenomen met voorbeelden van preventieve en effectgerelateerde maatregelen.

 Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico's

Spoorwegemplacementen vallen onder het Bevi indien ze zijn aangewezen in bijlage 3 van het Revi. Een QRA dient te worden uitgevoerd volgens het Rekenprotocol Vervoer gevaarlijke stoffen per spoor (nader uitgewerkt in de Handreiking Risicoberekening Bevi ). De resultaten van deze QRA worden getoetst aan het Bevi. Voor ondersteuning bij de beoordeling van de QRA, kunt u contact opnemen met de DCMR Milieudienst Rijnmond: Landelijk Steunpunt externe veiligheid, telefoon 010 - 2468444 of mail: lsev@dcmr.nl. Zie ook paragraaf 2.6 van het achtergronddocument, betreffende advisering en ondersteuning.

De toetsing van het plaatsgebonden risico houdt voor niet-categoriale inrichtingen kort gezegd in, dat er wordt bepaald of binnen de risicocontour voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn. Indien dit het geval is moet de milieuvergunning worden geweigerd. Hierbij speelt het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties een rol.

Stel een verantwoording van het groepsrisico op. Voor de verantwoording kunt u de Handreiking verantwoording groepsrisico gebruiken. Betrek hierbij ook het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de desbetreffende inrichting valt. Tevens moet u de regionale brandweer om advies vragen met betrekking tot rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Zie ook het werkblad Advies brandveiligheid

Stap 3: beoordelen van vergunbaarheid: bepalen van noodzakelijke maatregelen

 

De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste voorzieningenniveau kan worden gerealiseerd. Zie ook het werkblad Advies brandveiligheid

Voor niet- categoriale inrichtingen kan voor het bepalen van de noodzakelijke maatregelen worden aangesloten bij de QRA.

Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften

Algemene aanbevelingen voor de formulering van de considerans en voorschriften voor het aspect externe veiligheid en specifiek het Bevi vindt u in stap 4.
Algemeen geldt dat u ook het advies van de brandweer in deze stap moet meenemen. Zie hiervoor het werkblad Advies brandveiligheid en/ of het werkblad verantwoording groepsrisico in de considerans (in voorbereiding).

Aandachtspunten considerans
  • Gehanteerd rekenmethodiek/ rekenmodel;
  • Ruimtelijke situatie (gehanteerde bevolkingsdichtheden en kwetsbare bestemmingen);
  • Toetsing normen, in combinatie met bijsturingmogelijkheid);
  • Beoordeling technische, organisatorische maatregelen.
Aandachtspunten voorschriften

Circulaire Risicobenadering voor NS- goederenemplacementen
Deze circulaire is niet meer van kracht. Het is bij het opstellen van de voorschriften gewenst om met de modelvoorschriften uit deze circulaire rekening te houden en voor zover relevant aan de vergunning te verbinden. De modelvoorschriften zijn opgenomen in hoofdstuk V en VI.

Mogelijke overige aandachtspunten voor voorschriften
Limiteren van vervoersaantallen per stofcategorie ter borging van de vergunde risicocontouren, mogelijk in combinatie met een zgn. bijsturingartikel.

Toelichting bijsturingartikel 
ProRail kan de vervoersbewegingen beperken als gebleken is dat het aantal treinen en/ of wagons zodanig hoog is geweest dat overschrijding van het GR dreigt.

Risico-inventarisatie en Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)
Zie de Leidraad Risico-inventarisatie en het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. De vergunningverlener moet er voor zorgen dat de vereiste gegevens door de aanvrager worden verstrekt en vervolgens in het RRGS worden opgenomen (zie paragraaf 2.3 onder hulpmiddel: aspecten van externe veiligheid).

safety
 

Kenniscentrum InfoMil