Werkblad Genetisch gemodificeerde organismen
Veiligheid
Inhoud pagina: Werkblad Genetisch gemodificeerde organismen
Het werkblad heeft alleen betrekking op werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) binnen inrichtingen zoals laboratoria, kassen, dierverblijven en procesinstallaties, het zogenaamde ingeperkt gebruik en heeft geen betrekking op de doelbewuste introductie in het milieu van ggo's.
Voor het werken met ggo's is een vergunning nodig op grond van het Besluit ggo milieubeheer. Vergunningen worden verstrekt door het Bureau GGO namens de Minister van Infrastructuur en milieu. Voor de inrichting van de ingeperkte ruimte is een omgevingsvergunning voor milieu op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig.
Dit werkblad is van toepassing op handelingen met ggo's binnen het ingeperkt gebruik, waarbij ingeperkt gebruik staat voor de genetisch modificatie van organismen of vermeerderen, opslaan, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, zich ontdoen of vernietigen van ggo's op laboratoriumschaal of industriële schaal.
Ggo's zijn organismen waarvan het genetisch materiaal is veranderd op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of recombinatie. Handelingen met ggo's brengen bepaalde risico's met zich mee. Echter door de combinatie van specifieke inrichtingsvoorschriften voor de ruimtes en specifieke werkvoorschriften voor de handelingen met ggo's worden de risico's voor mens en milieu zoveel mogelijk beperkt.
Achtergrondinformatie |
Belangrijkste wet- en regelgeving
- Besluit genetisch gemodificeerde organismen wet milieubeheer (gebaseerd op H9 van de Wm;
- Regeling genetisch gemodificeerde organismen, praktische uitwerking van Besluit ggo en implementatie van Europese richtlijnen
- Wet milieubeheer;
- Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- Besluit informatie inzake rampen en zware ongevallen (BIRO);
Informatiebronnen
Handreiking RO en Milieu (hoofdstuk EV)
Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking |
Advies brandweer
Zie werkblad Advies brandweer. Advies bij de Regionale Brandweer indien sprake is van GGO's met inperkingniveau III of IV.
Advies overigen
Het Bureau GGO is onderdeel van het RIVM (www.vrom.nl/ggo-vergunningverlening). In opdracht van de Minister van Infrastructuur en milieu verleent het Bureau GGO vergunningen voor het werken met ggo's (grondslag is Besluit ggo).
Omgeving van de inrichting
Welke scenario's met betrekking tot inperkingniveau III en IV kunnen tot een zwaar ongeval leiden, waarbij de inperking wordt doorbroken? Dat is niet alleen brand, denk ook aan lekkage, inbraak, vernieling, stormschade. In het kader van het BIRO moet de aanvrager informatie over mogelijke rampen met ggo's op inperkingniveau III en/of IV verstrekken aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gelegen.
Typen GGO's, toezicht en werkvoorschriften
- Voor de omgevingsvergunning zijn eigenlijk alleen de inrichtingsvoorschriften van bijlage 4 van de Regeling ggo van belang. De typen ggo's en het toezicht op de werkzaamheden worden via vergunningen van het ministerie van Infrastructuur en milieu (afgehandeld door Bureau GGO) geregeld: voor de werkzaamheden (een IG vergunning) en voor de goedkeuring van de biologische veiligheidsfunctionaris (een BVF goedkeuring)
- Worden de inrichtingsvoorschriften van bijlage 4 van de Regeling ggo nageleefd? Zaak van inspectie (de werkvoorschriften worden dus gehandhaafd door de VROM Inspectie, de inrichtingsvoorschriften van bijlage 4 Regeling ggo moeten worden gehandhaafd door burgemeester en wethouders)
Inperkingsniveau's
- Van welke categorieën van fysische inperking is sprake? De voorkeur gaat uit naar het vastleggen van de aard en het maximale aantal van ieder aanwezig inperkingsniveau. Vanaf niveau III is een specifieke plaatsbepaling nodig. De aanvrager dient altijd een actueel overzicht bij te houden
- Is een risicoanalyse uitgevoerd? Het uitvoeren van een risico analyse valt onder de IG vergunning, een aanvrager moet wel bepalen welke inperkingsniveaus nodig zijn voor de (toekomstige) ggo werkzaamheden
Maatregelen
- Welk brandbestrijdingsconcept wordt in de GGO-werkruimtes gehanteerd?
- Zijn de ongevallen met GGO's in het intern noodplan gepositioneerd?
- Overzicht van de mogelijkheden voor de rampbeperking en rampbestrijding bij de inperkingniveaus III en/of IV
- Welke maatregelen zijn genomen om een ongewoon voorval zoals bedoeld in artikel 17.1 en 17.2 van de Wet milieubeheer te voorkomen? Onder ongewoon voorval is hier bedoeld:
1. de onbedoelde introductie in het milieu van GGO's
2. brand in een werkruimte voor GGO's
3. besmetting van personen.
Bevoegd gezag
- Voor de inperkingniveaus I, II en III zijn burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten het bevoegd gezag voor de vergunning krachtens de Wabo
- Voor het inperkingniveau IV is het ministerie van Infrastructuur en milieu het bevoegd gezag voor de totale vergunning krachtens de Wabo
- Naast de vergunning krachtens de Wabo is tevens een zogenaamde ingeperkt gebruik vergunning (IG vergunning) vereist, die wordt afgegeven door het Bureau GGO (namens het ministerie van Infrastructuur en milieu).
Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico's |
Algemeen
- De vergunningverlener toetst of de extra informatie zoals genoemd in artikel 4:6 van het Mor in de aanvraag is opgenomen
- De vergunningverlener toetst of de categorieën van fysische inperking zijn bepaald overeenkomstig de inschalingregels van bijlage 4 van de Regeling ggo
- De vergunningverlener toetst of de inrichtingvoorschriften zoals genoemd in bijlage 4 van de Regeling ggo kunnen worden nageleefd of dat nadere maatwerkvoorschriften nodig zijn
- De vergunningverlener toetst of alleen sprake is van zogenaamd ingeperkt gebruik (De Wet milieubeheer heeft alleen betrekking op ingeperkt gebruik)
Stap 3: beoordelen van vergunbaarheid: bepalen van noodzakelijke maatregelen |
De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste voorzieningenniveau kan worden gerealiseerd. Daarbij vraagt hij/zij het bureau GGO om advies. Hij/zij vraagt tevens om advies bij de regionale brandweer indien sprake is van GGO's met inperkingniveau III of IV. Als niet aan het gewenste maatregelen- en voorzieningenniveau kan worden voldaan mag de vergunning niet worden verleend.
Inperkingniveaus
- De vergunningverlener toetst of alle typen en aantallen werkruimten waar met ggo's zal worden gewerkt zijn vastgelegd in de aanvraag
- De vergunningverlener toetst de risicoanalyse op externe effecten indien sprake is van ggo's op inperkingniveau III of IV
Maatregelen
- De vergunningverlener toetst of met de getroffen preventieve voorzieningen, brandbestrijdingssystemen, veiligheidsuitrusting, alarmsystemen, inperkingmethoden en -procedures, en de beschikbare hulpmiddelen een aanvaardbaar beschermingsniveau wordt gerealiseerd
- De vergunningverlener beoordeelt het intern noodplan
Omgeving
De vergunningverlener toetst of de scenario's met ggo's op inperkingniveau III en IV, die tot een zwaar ongeval kunnen leiden, kunnen worden aanvaard. Dit punt dient te worden afgestemd met burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gesitueerd.
Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften |
Aandachtspunten considerans
- Globale omschrijving van de soort handelingen met ggo's
- Vastleggen inperkingniveau per werkruimte
- Besluit en Regeling ggo
- Brandbestrijding voor met name inperkingniveau III en IV
- Risicoanalyse
- Voorbereiding bestrijding zwaar ongeval, alleen bij inperkingniveau III en IV
- Ingewonnen adviezen
