Werkblad Gevaarlijk afval
Veiligheid
Inhoud pagina: Werkblad Gevaarlijk afval
Dit werkblad betreft het opslaan en verwerken van gevaarlijke afvalstoffen. Onder gevaarlijke afvalstoffen worden verstaan afvalstoffen zoals aangewezen in de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL). De vergunningverlener zal moeten beoordelen in hoeverre afvalstoffen als gevaarlijke afvalstof zijn te beschouwen.
Voorbeelden van gevaarlijk afval zijn infectueuze stoffen (zoals ziekenhuisafval) en afval dat zware metalen of polychloorbifenylen (PCB's) bevat. De afvalstoffen kunnen worden onderverdeeld in vaste en vloeibare afvalstoffen. Schroot is een voorbeeld van een vaste afvalstof.
Voorbeelden van vloeibare afvalstoffen zijn:
- olie-water-slib-mengsel
- oplosmiddelenmengsel
- afgewerkte olie
- koel- en remvloeistoffen.
In het algemeen moet gevaarlijk afval naar categorie gescheiden opgeslagen, ingezameld en bewerkt of verbrand worden. Vanwege de schadelijke bestanddelen mag gevaarlijk afval niet bij het gewone afval. Klein gevaarlijk afval van huishoudens wordt klein chemisch afval (KCA) genoemd. Klein gevaarlijk afval van bedrijven wordt aangeduid als Klein gevaarlijk afval (KGA). Radioactief afval is weliswaar gevaarlijk, maar valt niet onder de definitie van gevaarlijke afvalstoffen. Hiervoor gelden aparte regels.
Inrichtingen die afval opslaan zijn:
- gemeentelijke inzamelstations, KCA depots
- inzamelaars van afval
- verwerkers van afval
- overige inrichtingen waar afval wordt opgeslagen. Voor de vergunningverlening van opslag van gevaarlijke afvalstoffen in emballage dient tevens gebruik te worden gemaakt van werkblad ‘Gevaarlijke stoffen in emballage'.
Mogelijke handelingen met gevaarlijke afvalstoffen kunnen zijn:
- intern transport
- verlading (op- en overslag)
- vullen/aftappen van vaten
- mengen en roeren
- monstername.
Voor de vergunningverlening van de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen moet u tevens werkblad ‘Handling gevaarlijke stoffen' gebruiken. Ook werkblad ‘Gevaarlijke stoffen in atmosferische tanks' kan van toepassing zijn.
Risico's
De risico's bij het opslaan en verwerken van afvalstoffen zijn complexer en lastiger te identificeren dan bij het opslaan en verwerken van gevaarlijke stoffen. Dit kan worden verklaard door dat bij afvalstoffen alleen de herkomst bekend is, maar niet de exacte samenstelling. De samenstelling van gevaarlijke stoffen is veelal te achterhalen middels Material Safety Data Sheets. Veel afvalstoffen zijn mengsels waarvan alleen globale eigenschappen bekend zijn. De globale naamgeving van afvalstoffen zoals ‘halogeen en brandbaar' bevestigen de onduidelijke samenstelling ook nog eens.
Daarnaast kan de samenstelling van afvalstoffen telkens wisselend zijn. Hierdoor bestaat het risico dat afvalstoffen sowieso ongewenste, maar ook steeds nieuwe en onbekende reacties met elkaar kunnen aangaan.
Een door het bedrijf uitgevoerde risico-identificatie kan als basis dienen om inzicht in de risico's te krijgen en op basis daarvan mogelijke maatregelen en voorzieningen te beoordelen. De handling met gevaarlijke afvalstoffen, de (worst-case) samenstelling van de afvalstoffen en de frequentie van de handling kunnen als basis dienen voor de risico-identificatie.
Achtergrondinformatie |
Belangrijkste wet- en regelgeving
Op de opslagvan verpakte gevaarlijke afvalstoffen in emballage, is (onder voorwaarden) dezelfde wet- en regelgeving van toepassing als op de opslag van gevaarlijke stoffen in emballage:
- Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
- Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi)
- Handleiding risicoberekeningen Bevi, versie 3.2
Voor het verwerken van afvalstoffen is geen specifieke wet- en regelgeving van toepassing.
Richtlijnen
Op de opslag van gevaarlijke afvalstoffen is de PGS 15 van toepassing. De PGS 15 is niet van toepassing op het verwerken van afvalstoffen.
Informatiebronnen
- Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021;
- Stoffenportaal (website met informatie over stoffen)
- Helpdesk afvalbeheer
- Handleiding PGS 15 (en erratum 11-08-2009)
- webpagina PGS 15 beschermingsniveau 1 (website InfoMil, o.a. stappenplan Omgaan met het UPD)
- Handreiking RO en Milieu (hoofdstuk EV)
Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking |
Advies brandweer
Zie werkblad Advies brandweer.
Omgeving van de inrichting/installatie
- Liggen er kwetsbare en/of beperkt kwetsbare bestemmingen in de omgeving van de inrichting of zijn die in de toekomst al dan niet te verwachten (geprojecteerde bestemmingen)? Check dit bij de afdeling die verantwoordelijk is voor Ruimtelijke Ordening.
- Welke andere risicovolle activiteiten zijn in de omgeving aanwezig? Het kan gaan om:
- Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en met buisleidingen;
- Voor externe veiligheid relevante bedrijven.
Deze informatie is van belang voor het in acht nemen van gewenste afstanden tot deze activiteiten.Dit is releveant voor gebouwen die bij de inrichting horen en waarin zich personen bevinden.
Aandachtspunten voor de werkingssfeer PGS 15
Op de opslag van verpakte gevaarlijke afvalstoffen in emballage kan PGS 15 van toepassing zijn. Zie voor de werkingssfeer het werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage.
Aandachtspunten voor de toepassing van het Bevi
Op de opslag van gevaarlijke afvalstoffen kan het Bevi van toepassing zijn. Zie hiervoor werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage.
Aandachtspunten voor de bepaling van het risico
Risico's van de opslag van gevaarlijke afvalstoffen in emballage
Voor de interne afstanden gelden de afstanden die zijn opgenomen in PGS 15. Als de inrichting onder het Bevi valt, moet de externe veiligheidsafstand worden bepaald volgens het Revi. Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, maar waar de contour voor het plaatsgebonden risico's 10-6 mogelijk buiten de bedrijfspoorten van de inrichting valt, wordt aanbevolen om de contouren te laten berekenen volgens de Handleiding risicoberekeningen Bevi. Dit in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid.
Risico's bij de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen
Gezien de diversiteit van handelingen en de bijbehorende risico's is een specifiek aandachtspunt de wijze waarop de inrichting omgaat met risico-identificatie en -analyse:
- hoe identificeert het bedrijf de risico's en wat zijn de resultaten?
- zijn kansen en effecten beschreven (brand, explosie, verspreiding van toxische gaswolken, fragmentatie etc.)?
- zijn er veiligheidsstudies uitgevoerd zoals MCA-analyse, HAZOP etc.?
- afstanden tot interne en externe gevoelige objecten en/of opslagen van gevaarlijke stoffen;
- mogelijkheden voor risico-reductie.
Indien een QRA wordt opgesteld of beschikbaar is kan worden aangesloten bij de Bevi- systematiek.
Specifieke maatregelen en voorzieningen
Onderstaande maatregelen en voorzieningen zijn ingedeeld volgens het vlinderdasmodel zoals beschreven in bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen).
Opslag van gevaarlijke afvalstoffen
Maatregelen conform PGS 15. Zie ook werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage. Specifiek voor afvalstoffen geleden de volgende organisatorische preventieve maatregelen:
- Acceptatie van afval (administratie, acceptatieprocedure)
- Registratiesysteem afval
- (Duidelijk leesbare) instructie van veiligheidshandelingen en te gebruiken middelen
Verwerking van gevaarlijke afvalstoffen
Zie werkblad Handling gevaarlijke stoffen.
Overige technische en organisatorische aandachtspunten
Zie bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen). Hierin zijn tabellen opgenomen met voorbeelden van preventieve en effectgerelateerde maatregelen.
Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico's |
Beoordeling vergunbaarheid door toetsing aan normen voor opslag van gevaarlijke afvalstoffen in emballage:
Een inrichting die niet onder het Bevi valt
Voor interne afstanden moeten worden getoetst aan de veiligheidsafstanden van PGS 15. Als aan de daarin genoemde afstand niet voldaan wordt, dan moet worden aangetoond dat een vergelijkbaar beschermingsniveau wordt bereikt. Voor de externe veiligheidsafstanden wordt aanbevolen om te toetsen volgens de Bevi-systematiek in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid. Zie ook het werkblad Advies Brandvweer.
Een inrichting die onder het Bevi valt
- Categoriale inrichting (u kunt de tabellen van het Revi toepassen): Er gelden vaste afstanden voor de PR-10-6-risicocontour tot (beperkt) kwetsbare objecten. Er moet getoetst worden aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico uit het Bevi,
- Niet-categoriale inrichting (een QRA moet worden opgesteld): De berekende waarden voor het plaatsgebonden risico (PR) moet u toetsen aan de grens- en richtwaarden voor het PR uit het Bevi.
Indien niet aan de grenswaarde voor het PR voldaan kan worden, dan kan de inrichting niet vergund worden. Het groepsrisico dient verantwoord te worden conform het gestelde in het Bevi.
Beoordeling vergunbaarheid door toetsing aan normen voor verwerking van afvalstoffen
De handelingen met gevaarlijke afvalstoffen kunnen voor iedere inrichting verschillend zijn. Aangezien normen voor het verwerken van afvalstoffen ontbreken, moet u toetsen aan het algemene beleid. Indien de inrichting onder het Bevi valt, zie verder het werkblad Bevi.
Stap 3: beoordelen van vergunbaarheid: bepalen van noodzakelijke maatregelen |
Voor alle inrichtingen voor het opslaan en verwerken van (gevaarlijke) afvalstoffen:
De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste voorzieningenniveau uit de van toepassing zijnde PGS- richtlijnen kan worden gerealiseerd. Zo niet, dan wordt beoordeeld of een vergelijkbaar beschermingsniveau kan worden gerealiseerd door het treffen van alternatieve maatregelen. Als op de betreffende activiteit geen PGS richtlijn van toepassing is, dan is de beoordeling van voorzieningen en maatregelen (deels) een kwestie van gezond verstand. De vergunningverlener moet er van overtuigd zijn dat met de voorgestelde en eventueel nog extra voorgeschreven voorzieningen en maatregelen het risico tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht. Zie ook werkblad Advies Brandweer.
Indien het Bevi van toepassing is
Zie werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage.
Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften |
Algemene aanbevelingen voor de formulering van de considerans en voorschriften voor het aspect externe veiligheid en specifiek het Bevi vindt u instap 4. Algemeen geldt dat u ook het advies van de brandweer in deze stap moet meenemen. Zie hiervoor het werkblad Advies Brandweer. Op de webpagina van IPO Kaderstelling zijn standaardteksten opgenomen voor considerans en voorschriften. Voorschriften zijn tevens opgenomen in de relevante PGS publicaties.
Risico-inventarisatie en Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)
Zie de Leidraad Risico-inventarisatie en het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. Indien de inrichting in het risicoregister moet worden opgenomen, dient de vergunningverlener ervoor zorg te dragen dat de vereiste gegevens door de aanvrager worden verstrekt en vervolgens in het RRGS worden opgenomen .

