Werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage

Werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage

Veiligheid

Inhoud pagina: Werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage

Dit werkblad betreft de opslag van gevaarlijke stoffen in emballage zoals in vaten, jerrycans, IBC's (intermediate bulk containers). Dit werkblad gaat niet over de opslag van gevaarlijke stoffen in stationaire opslagtanks en procesvaten die onderdeel uitmaken van tussenopslagen in het productieproces. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen in stationaire opslagtanks zijn het werkblad Gevaarlijke stoffen in atmosferische tanks en werkblad Drukhouders bruikbaar.

Risico's

De risico's bij het opslaan van gevaarlijke stoffen in emballage zijn:

  1. Het vrijkomen van de inhoud bij overslag, bijvoorbeeld na een aanrijding of door andere beschadigingen (bijv. door vallen, corrosie, enz.)
  2. Het vrijkomen van toxische rookgassen en toxische stoffen bij een brand in een opslagvoorziening. Dit laatste scenario zal voor de meeste opslagen het scenario zijn dat het grootste effect heeft (grootste veiligheidsafstand)

Afhankelijk van de toestand van de stof kunnen de volgende effecten ontstaan: toxische plas, plasbrand of toxische wolk. Door warmtestraling (bij brand) kan emballage bezwijken waardoor de gehele opslag zou kunnen afbranden. Voor een nadere omschrijving van deze effecten en mogelijke maatregelen wordt verwezen naar de bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen).

Achtergrondinformatie

Belangrijkste wet- en regelgeving

Richtlijnen
  • PGS 15 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
  • NPR 5054/ NEN 5051.
Informatie
 Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking
Advies brandweer

Zie werkblad Advies brandweer.

Omgeving van de inrichting/installatie
  • Liggen er kwetsbare en/of beperkt kwetsbare bestemmingen in de omgeving van de inrichting of zijn die in de toekomst al dan niet te verwachten (geprojecteerde bestemmingen)? Check dit bij de afdeling die verantwoordelijk is voor Ruimtelijke Ordening.
  • Welke andere risicovolle activiteiten zijn in de omgeving aanwezig? Het kan gaan om:
  1. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en met buisleidingen;
  2. Voor externe veiligheid relevante bedrijven.

Dit is relevant voor gebouwen die bij de inrichting horen en waarin zich personen bevinden.

Aandachtspunten voor de bepaling van het risico

Werkingssfeer PGS 15

De (tijdelijke) opslag van gevaarlijke stoffen in emballage valt, afhankelijk van de soort opgeslagen stoffen, onder de werkingssfeer van de PGS 15. Zie tabel 2 in PGS 15, voor welke stoffen wel en niet onder de werkingssfeer van de PGS 15 vallen.

Werkingssfeer van het Bevi

Onder het Bevi valt: een inrichting waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen, of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen, worden opgeslagen in een hoeveelheid van meer dan 10 000 kg per opslagvoorziening, indien;
1) Brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, stikstof- of zwaveloudende verbindingen worden opgeslagen, of
2) Binnen een opslagvoorziening zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen.

  • Welke hoeveelheden stoffen worden tijdelijk opgeslagen (maximaal 48 uur) en hoeveel permanent?
  • Gaat het om een categoriale of niet-categoriale inrichting?

Het is een categoriale inrichting als:

  • De inrichting niet onder het Brzo valt
  • Het vloeroppervlak van een tot die inrichting behorende opslagvoorziening ten hoogste 2.500 m2 bedraagt;
  • Geen verpakkingseenheden van meer dan 100 kg met gevaarlijke stoffen of preparaten die bij of krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten zijn ingedeeld als zeer vergiftig, of gevaarlijke stoffen van ADR klasse 6.1, verpakkingsgroep  1, in de open lucht worden gelost en geladen.

In overige gevallen moet een QRA worden opgesteld. Voor PGS 15 opslagen kan altijd een QRA worden opgesteld. In dat geval worden de Revi tabellen niet toegepast en gelden de risico afstanden die in de QRA zijn berekend. Zie artikel 3, lid 1 van het Revi.

Overige situaties

Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, maar waar de contour voor het plaatsgebonden risico 10-6 mogelijk buiten de bedrijfspoorten van de inrichting valt, wordt aanbevolen om de contour te laten berekenen volgens de Handleiding risicoberekeningen Bevi. Dit in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid.

Specifieke maatregelen en voorzieningen

Onderstaande maatregelen en voorzieningen zijn ingedeeld volgens het vlinderdasmodel zoals beschreven in bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen). Genoemde maatregelen zijn conform PGS 15.

Technische preventieve maatregelen
  • Gescheiden opslag: scheiding tussen vakken
  • Gescheiden opslag van gevaarlijke stoffen: onverenigbare combinaties
  • Opslagruimten (constructie)
  • Wijze van opslag (compartimentering, ruimte tussen de paden, verpakking, maximale vakgrootte, maximum oppervlak opslagplaats)
  • Veiligheidssignalering
  • Elektrische installatie
  • Verwarmingsinstallatie
Organisatorische preventieve maatregelen
  • Etikettering.
Technische effect- en schadebeperkende maatregelen
  • Maximum oppervlak opslagplaats
  • Brandbestrijdingssystemen (blusmiddelen, toegankelijkheid terrein, beschermingsniveaus)
  • Bluswateropvang
  • Branddetectie (beschermingsniveau 1 en 2)
  • Productopvang.
Organisatorische effect- en schadebeperkende maatregelen
  • (Duidelijk leesbare) instructie en voorlichting van organisatorische maatregelen, eerste hulp bij ongelukken en alarmregeling.
Overige technische en organisatorische aandachtspunten

Zie bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument. Hierin zijn tabellen opgenomen met voorbeelden van preventieve en effectgerelateerde maatregelen.

 Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico's

Indien de inrichting onder het Bevi valt  zal er een QRA beschikbaar zijn. De berekende waarden voor het plaatsgebonden risico (PR) moet u toetsen aan de grens- en richtwaarden voor het PR uit het Bevi. Indien niet aan de grenswaarden voor het PR voldaan kan worden, dan kan de inrichting niet vergund worden. Het groepsrisico dient verantwoord te worden conform het gestelde in het Bevi. Voorts moet u toetsen aan het algemene beleid. Voor de interne veiligheidsafstanden moet worden voldaan aan de afstanden die in de relevante PGS publicaties zijn opgenomen. Zie ook het werkblad Advies brandweer

Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, maar waar de contour voor het plaatsgebonden risico's 10-6 buiten de bedrijfspoorten van de inrichting valt, wordt aanbevolen om te toetsen volgens de Bevi-systematiek in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid. Voor de interne veiligheidsafstanden moet worden voldaan aan de afstanden die in de relevante PGS publicaties zijn opgenomen. Indien niet aan de grenswaarde voor het PR voldaan kan worden, dan kan de inrichting niet vergund worden. Het groepsrisico dient verantwoord te worden conform het gestelde in het Bevi. Zie ook het werkblad Advies brandweer.  

Stap 3: beoordelen van vergunbaarheid: bepalen van noodzakelijke maatregelen

De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste voorzieningenniveau conform de PGS 15 kan worden gerealiseerd. Zo niet, dan wordt beoordeeld of een vergelijkbaar beschermingsniveau kan worden gerealiseerd door het treffen van alternatieve maatregelen. Zie ook werkblad Advies brandweer. 

Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften 

Algemene aanbevelingen voor de formulering van de considerans en voorschriften voor het aspect externe veiligheid en specifiek het Bevi vindt u instap 4 van de wegwijzer. Algemeen geldt dat u ook het advies van de brandweer in deze stap moet meenemen. Zie hiervoor het werkblad Advies brandweer.

Op de webpagina van IPO Kaderstelling zijn standaardteksten opgenomen voor considerans en voorschriften. In PGS 15 zijn ook voorschriften opgenomen.

Aandachtspunten considerans

Voor alle opslag van gevaarlijke stoffen in emballage:

  • Beschrijving opslagsituatie (type gevaarlijke stof, maximale hoeveelheid, opslagwijze (binnen/ buiten, in kast, kluis of opslaggebouw), getroffen maatregelen en voorzieningen etc. Zie ook stap 1 ‘Specifieke maatregelen en voorzieningen')
  • Wel/niet onder werkingssfeer Bevi (zie stap 1: ‘Aandachtspunten voor de bepaling  van het risico')
  • Afstanden tot interne gevoelige objecten en/of opslagen gevaarlijke stoffen.

Indien het Bevi van toepassing is:

  • Aanduiding opslagsituatie conform Bevi (oppervlak, voorzieningenniveau, gehalte N, S, C1 etc.);
  • Toetsing plaatsgebonden risico aan grens- en richtwaarde uit het Bevi;
  • Verantwoording groepsrisico conform Bevi.

Indien het Bevi niet van toepassing is maar de situatie is wel volgens de Bevi-systematiek beoordeeld, dan is het nodig dit te onderbouwen in de considerans.

Bij het opstellen van de considerans en de voorschriften gelden de aandachtspunten die in stap 1 zijn benoemd. PGS 15 is niet van toepassing op de opslag van uitsluitend irriterende of schadelijke stoffen. Dergelijke opslagen kunnen echter wel relevant zijn voor de externe veiligheid, vanwege het feit dat bij brand toxische verbrandingsproducten kunnen ontstaan. Indien in een dergelijk geval zodoende het Bevi van toepassing is op de inrichting als gevolg van de opslagvoorziening(en) van gevaarlijke stoffen, verdient het aanbeveling om voor deze opslagvoorziening(en) maatregelen en voorzieningen voor te schrijven conform PGS 15.

Risico-inventarisatie en Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)

Zie de Leidraad Risico-inventarisatie en het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. De vergunningverlener moet ervoor zorgdragen dat de vereiste gegevens door de aanvrager worden verstrekt en vervolgens in het RRGS worden opgenomen.

 

 

Kenniscentrum InfoMil