Werkblad Gevaarlijke stoffen in atmosferische tanks

Werkblad Gevaarlijke stoffen in atmosferische tanks

Veiligheid

Inhoud pagina: Werkblad Gevaarlijke stoffen in atmosferische tanks

Dit werkblad is gericht op de opslag van gevaarlijke stoffen in bovengrondse tanks (atmosferisch). Bepaalde aandachtspunten zijn ook bruikbaar voor de vergunningverlening van de opslag van gevaarlijke stoffen in ondergrondse tanks. Vanuit EV-optiek verdient opslag in ondergrondse tanks overigens de voorkeur. Echter bij grote opslagvolumes zullen ondergrondse opslagtanks kostentechnisch niet realiseerbaar zijn. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen in emballage wordt verwezen naar werkblad Gevaarlijke stoffen in emballage. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen in tanks onder druk wordt verwezen naar werkblad Drukhouders.

Hieronder zijn enkele stoffen opgesomd die worden opgeslagen in bovengrondse tanks. Deze lijst is niet uitputtend:

  • organische peroxiden
  • vloeibare aardolieproducten
  • organische oplosmiddelen (zoals alcohol, aceton)
  • anorganische zuren en basen (b.v ammoniak oplossing).

Risico's

Enkele risico's van het opslaan van gevaarlijke stoffen in bovengrondse tanks zijn:

  • vrijkomen van dampen
  • lekkage
  • instantaan falen van een tank.

Hierdoor kunnen vloeistoffen en dampen vrijkomen en kunnen de volgende effecten ontstaan: toxische plas, plasbrand, toxische wolk, flash fire en/of gaswolkexplosie, fakkelbrand en BLEVE. De omvang van de effecten is afhankelijk van de opgeslagen hoeveelheid en de gevaarseigenschappen van de vrijgekomen stof. Voor een nadere omschrijving van deze effecten en mogelijke maatregelen verwijzen we naar de bijlage 2  (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument.

Achtergrondinformatie

Belangrijkste wet- en regelgeving

Voor de opslag van gevaarlijke stoffen in atmosferische bovengrondse tanks bestaat geen specifieke wet- en regelgeving. Het Bevi is onder bepaalde voorwaarden van toepassing op de opslag van gevaarlijke stoffen in bovengrondse tanks. Bij opslag van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen kan de inrichting onder het Brzo gaan vallen, de inrichting valt in dit geval automatisch ook onder het Bevi.
Het Bevi is van toepassing op een inrichting met een opslag in atmosferische tanks als:

  • inrichtingen waar meer dan 150m3 zeer licht ontvlambare of licht ontvlambare vloeistof in een bovengronds insluitsysteem aanwezig is (Revi, art. 1b, onder a)
  • inrichtingen waar een vergiftige of zeer vergiftige stof in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 1.000 liter aanwezig is (Revi, art. 1b, onder e)
  • de inrichting ten gevolge van de in de tanks opgeslagen hoeveelheden onder het Brzo valt

Toelichting
Voorbeelden licht ontvlambaar: Benzine, Bio ethanol
Voorbeelden zeer licht ontvlambaar: Pentaan, tolueen

Richtlijnen
  • PGS 8 Opslag van Organische Peroxiden
  • PGS 28 Vloeibare aardolieproducten: afleverinstallaties en ondergrondse opslag
  • PGS 29 Bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks
  • PGS 30 Vloeibare aardolieproducten, buitenopslag in kleine installaties (wordt momenteel herzien)
  • PGS 31 Chemicaliëntanks (in voorbereiding)
  • BRL K903 (norm voor certificatie van tankinstallateurs)
Informatiebronnen

Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking

 
Advies brandveiligheid

Zie werkblad Advies brandweer.

Omgeving van de inrichting/installatie
  • Liggen er kwetsbare en/of beperkt kwetsbare bestemmingen in de omgeving van de inrichting of zijn die in de toekomst al dan niet te verwachten (geprojecteerde bestemmingen)? Check dit bij de afdeling die verantwoordelijk is voor Ruimtelijke Ordening.
  • Welke andere risicovolle activiteiten zijn in de omgeving aanwezig? Het kan gaan om:
  1. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en met buisleidingen,
  2. Voor externe veiligheid relevante bedrijven.

Deze informatie is van belang voor het in acht nemen van gewenste afstanden tot deze activiteiten.

Aandachtspunten specifiek voor opslag gevaarlijke stoffen in atmosferische tanks
  • Per gevaarlijke stof die binnen de inrichting is of wordt opgeslagen: de maximale opslagcapaciteit, de officiële stofnaam, de gevaarsaanduiding (brandbaar, ontvlambaar, etc.), vlampunt
  • Maximale hoeveelheid aan gevaarlijke stoffen die in bovengrondse tanks wordt opgeslagen (totaal en per reservoir)
  • Grootste tank per tankput en van de totale opslag (grootste insluitsysteem)
  • Benodigde afmetingen van de tankputten
  • Aantal opslagtanks
  • Gevaarlijke stoffen: vaak dezelfde stoffen opgeslagen of regelmatige wisseling van stoffen binnen de inrichting?
  • Maximale inhoud van de opslagtank(s)
  • Type tanks: enkelwandig of dubbelwandig; tank met een vast dak, tank met een drijvend dak of een tank met een vast dak en een inwendig drijvend dak
  • Horizontale en/of verticale cilindrische tanks.
Specifieke maatregelen en voorzieningen

Onderstaande maatregelen en voorzieningen zijn ingedeeld volgens het vlinderdasmodel zoals beschreven in bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) van het achtergronddocument. Maatregelen zijn in te delen in:

  • Technische preventieve maatregelen(constructie van een tank)
  • Algemene maatregelen (b.v. vermijden van ontstekingsbronnen)
  • Organisatorische preventieve maatregelen (b.v. toezicht)
  • Technische effect- en schadebeperkende maatregelen (b.v. een brandmuur)
  • Organisatorische effect- en schadebeperkende maatregelen (b.v een noodplan)
Aandachtspunten voor de beoordeling van het risico

Voor de interne afstanden gelden de afstanden die zijn opgenomen in de relevante PGS publicaties. Als de inrichting onder het Bevi valt, moet de externe veiligheidsafstand worden berekend volgens het Revi. Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, maar waar de contour voor het plaatsgebonden risico's 10-6 mogelijk buiten de bedrijfspoorten van de inrichting valt, wordt aanbevolen om de contouren te laten berekenen volgens de Handleiding risicoberekeningen Bevi. Dit in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid.

Overige technische preventieve maatregelen

Zie tevens bijlagen 2 (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument. Hierin zijn tabellen opgenomen met voorbeelden van preventieve en effectgerelateerde maatregelen).

Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico's

 

Indien de inrichting onder het Bevi valt  zal er een QRA beschikbaar zijn. De berekende waarden voor het plaatsgebonden risico (PR) moet u toetsen aan de grens- en richtwaarden voor het PR uit het Bevi. Indien niet aan de grenswaarden voor het PR voldaan kan worden, dan kan de inrichting niet vergund worden. Het groepsrisico dient verantwoord te worden conform het gestelde in het Bevi. Voorts moet u toetsen aan het algemene beleid. Voor de interne veiligheidsafstanden moet worden voldaan aan de afstanden die in de relevante PGS publicaties zijn opgenomen.

Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, maar waar de contour voor het plaatsgebonden risico's 10-6 buiten de bedrijfspoorten van de inrichting valt, wordt aanbevolen om te toetsen volgens de Bevi-systematiek in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid.

Stap 3: beoordelen van vergunbaarheid: bepalen van noodzakelijke maatregelen

 

De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste voorzieningenniveau uit de van toepassing zijnde richtlijnen kan worden gerealiseerd. Zo niet, dan wordt beoordeeld of een vergelijkbaar beschermingsniveau kan worden gerealiseerd door het treffen van alternatieve maatregelen. Als op de betreffende activiteit geen PGS- richtlijn van toepassing is, dan kan wel gebruik gemaakt worden van de geboden maatregelen en voorzieningen uit de genoemde PGS- en. In dit geval is de beoordeling van voorzieningen en maatregelen (deels) een kwestie van gezond verstand. De vergunningverlener moet er van overtuigd zijn dat met de voorgestelde en eventueel nog extra voorgeschreven voorzieningen en maatregelen het risico tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht. Zie ook werkblad Advies brandveiligheid.

Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften

 

Algemene aanbevelingen voor de formulering van de considerans en voorschriften voor het aspect externe veiligheid en specifiek het Bevi vindt u in stap 4 van de Wegwijzer. Algemeen geldt dat u ook het advies van de brandweer in deze stap moet meenemen. Zie hiervoor het werkblad Advies brandweer. Bij het opstellen van de considerans en de voorschriften gelden de aandachtspunten die in stap 1 zijn benoemd. Teksten voor de considerans en voorschriften zijn opgenomen de webpagina van IPO Kaderstelling. Voorschriften zijn tevens opgenomen in PGS 8, 28, 29 en 30.

Risico-inventarisatie en Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)

Zie de Leidraad Risico-inventarisatie en het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. De vergunningverlener moet ervoor zorgdragen dat de vereiste gegevens door de aanvrager worden verstrekt en vervolgens in het RRGS worden opgenomen.

 

Kenniscentrum InfoMil