Werkblad Laden en lossen tankauto's
Veiligheid
Inhoud pagina: Werkblad Laden en lossen tankauto's
Toepassingsgebied
Dit werkblad heeft alleen betrekking op het laden en lossen van gevaarlijke (brandbare en/of toxische) vloeistoffen van en naar tankauto's. Bij het laden en lossen van een tankauto kan grofweg onderscheid worden gemaakt in het laden en lossen op een raffinaderij en/of productiebedrijf, het laden en lossen bij een rail- of waterterminal, bij een depot of bij een kleinverbruiker.
Stallen van voertuigen
Uit uitspraken van de RvS moet worden geconcludeerd dat binnen de inrichting aanwezige tankauto's ook meegenomen moeten worden in de beoordeling om een aanvraag voor een milieuvergunning. In sommige situaties is een gestalde tankwagen op dezelfde manier beoordeeld als een stationaire tank (ABRvS 10-11-2004, 200308121/1; ABRvS 25-11-2002, 200205565/2; ABRvS 21-09-2005, 200500423/1). Voor tankauto's en vrachtwagens die met gevaarlijke stoffen zijn geladen geldt ook de vervoersregelgeving. Deze regelgeving valt buiten de reikwijdte van deze wegwijzer/werkbladen.
Dit werkblad gaat niet over:
- laden en lossen spoorketelwagons
- laden en lossen van vaste stoffen
- laden en lossen van vloeibaar gemaakte gassen
- laden en lossen bij een stuwadoorsbedrijf of een LPG-tankstation. Voor stuwadoorsbedrijven wordt verwezen naar werkblad Laden en lossen schepen.
- Het laden en lossen van LPG-tankauto's bij LPG-tankstations valt onder werkblad LPG-tankstations.
Risico's
De risico's bij het laden en lossen zijn vooral:
- breken van een laad- en losslang waardoor het te verladen product uitstroomt;
- ontstaan van een explosief mengsel door niet goed functionerende aansluitingen;
- wegrijden met aangekoppelde laad- en losslang.
Hierdoor kunnen onder andere de volgende effecten ontstaan: toxische plas, plasbrand, toxische wolk, een flash fire en een wolkbrand. Voor een nadere omschrijving van deze effecten en mogelijke maatregelen wordt verwezen naar de bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument.
Achtergrondinformatie |
Belangrijkste wet- en regelgeving
Voor het laden en lossen van tankauto's bestaat geen specifieke wetgeving. Voor het lossen van tankauto's bij tankstations (zonder LPG verkoop) geldt het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling.
Richtlijnen
- PGS 28 Vloeibare aardolieproducten, afleverinstallaties en ondergrondse opslag;
- PGS 29 Vloeibare aardolieproducten, bovengrondse opslag in verticale cilindrische tanks;
- PGS 30 Vloeibare aardolieproducten buitenopslag in kleine installaties;
Informatiebronnen
- Infoblad ‘Parkeren voertuigen met gevaarlijke stoffen', Vervoerinformatiecentrum V&W
- http://www.stoffenbeleid.nl/ (website met informatie over stoffen)IPO Kennisdocument bulk op-en overslag in tanks
- Handleiding PGS 15
- Handreiking RO en Milieu (hoofdstuk EV)
Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking |
Advies brandveiligheid
Zie werkblad Advies brandweer.
Omgeving van de inrichting/installatie
- Liggen er kwetsbare en/of beperkt kwetsbare bestemmingen in de omgeving van de inrichting of zijn die in de toekomst al dan niet te verwachten (geprojecteerde bestemmingen)? Check dit bij de afdeling die verantwoordelijk is voor Ruimtelijke Ordening.
- Welke andere risicovolle activiteiten zijn in de omgeving aanwezig? Het kan gaan om:
- Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en met buisleidingen,
- Voor externe veiligheid relevante bedrijven.
Deze informatie is van belang voor het in acht nemen van gewenste afstanden tot deze activiteiten.
Specifieke maatregelen en voorzieningen
Onderstaande maatregelen en voorzieningen zijn ingedeeld volgens het vlinderdasmodel zoals beschreven in bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) van het achtergronddocument. Aandachtspunten en maatregelen zijn conform PGS 28, 29 en 30. Voor een volledig overzicht van maatregelen en voorzieningen wordt verwezen naar de betreffende PGS-en.
Organisatorische preventieve maatregelen
- Inrichting/procedures zodanig dat verwisseling van producten bij laden en lossen wordt voorkomen
- Goede werking van laad- en losarmen en -slangen:
- Controle op staat van onderhoud
- Toezicht op/Procedures voor:
- Gesloten zijn van afsluiters, deksels etc. op tankauto die niet nodig zijn voor het laden/lossen
- Uitschakelen motor tankauto
- Voorkomen wegrijden tankauto tijdens overslag
Technische effect- en schadebeperkende maatregelen
- Noodstopvoorziening: op de overslagplaats, in de directe omgeving van de overslagplaats en in de controlekamer of cameraruimte moet een goed bereikbare noodstopvoorziening zijn aangebracht om de belading zo snel mogelijk te kunnen stoppen
- Gebruik van camera's: opstelling zodanig dat tijdens verlading permanente controle mogelijk is
Overige technische en organisatorische aandachtspunten
Zie bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen) in het achtergronddocument. Hierin zijn tabellen opgenomen met voorbeelden van preventieve en effectgerelateerde maatregelen.
Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico's |
In van toepassing zijnde PGS- richtlijnen kunnen voor specifieke activiteiten interne afstanden opgenomen. Voorts moet u toetsen aan het algemene beleid.
Indien het Bevi van toepassing is, en er een QRA beschikbaar is, dan kunt u de vergunbaarheid toetsen conform de Bevi- systematiek. De vergunningverlener toetst aan de PR 10-6 grenswaarde (en de richtwaarde) uit het Bevi en bepaalt aan de hand daarvan of de inrichting vergunbaar is. Hierbij dient hij rekening te houden met bestaande en geprojecteerde kwetsbare/ beperkt kwetsbare objecten.
Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, maar waar de contour voor het plaatsgebonden risico's 10-6 mogelijk buiten de bedrijfspoorten van de inrichting valt, wordt aanbevolen om de contouren te laten berekenen volgens de Handleiding risicoberekeningen Bevi. Dit in verband met de uniforme benadering van het thema externe veiligheid.
Stap 3: beoordelen van vergunbaarheid: noodzakelijke maatregelen |
De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste voorzieningenniveau uit de relevante PGS publicaties kan worden gerealiseerd. Zoniet, dan wordt beoordeeld of een vergelijkbaar beschermingsniveau kan worden gerealiseerd door het treffen van alternatieve maatregelen. Als voor de betreffende activiteit geen PGS publicatie beschikbaar is, dan kan wel aangesloten op worden op de beschreven maatregelen en voorzieningen van andere PGS publicaties. In dit geval is de beoordeling van voorzieningen en maatregelen (deels) een kwestie van gezond verstand. De vergunningverlener moet er van overtuigd zijn dat met de voorgestelde en eventueel nog extra voorgeschreven voorzieningen en maatregelen het risico tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht. Zie ook werkblad Advies brandveiligheid.
Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften |
Algemene aanbevelingen voor de formulering van de considerans en voorschriften voor het aspect externe veiligheid vindt u in stap 4 van de wegwijzer. Algemeen geldt dat u ook het advies van de brandweer in deze stap moet meenemen. Zie hiervoor het werkblad Advies brandveiligheid. Bij het opstellen van de considerans en de voorschriften gelden de aandachtspunten die in stap 1 zijn benoemd. Voorschriften kunt u vinden in: PGS 28, 29 en 30.
Indien het Bevi van toepassing is: Toetsen aan de grenswaarden in het Bevi en het groepsrisico verantwoorden conform het gestelde in het Bevi. Bij de verantwoording van het groepsrisico moet de brandweer in de gelegenheid gesteld worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.
Risico-inventarisatie en Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)
Zie de Leidraad Risico-inventarisatie en het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. De vergunningverlener moet ervoor zorgdragen dat de vereiste gegevens door de aanvrager worden verstrekt en vervolgens in het RRGS worden opgenomen.

