Werkblad Opslag vuurwerk
Veiligheid
Inhoud pagina: Werkblad Opslag vuurwerk
De verantwoordelijkheid voor de inhoud van deze documenten ligt bij de opsteller van het product. InfoMil biedt in de rubriek Overheden voor overheden ruimte voor horizontale kennisuitwisseling.
Voor vuurwerk kunnen een aantal activiteiten worden benoemd. Het gaat daarbij om:
- Productie;
- Opslag en verkoop;
- Gebruik.
Bij de opslag van vuurwerk wordt onderscheid gemaakt in:
- Consumentenvuurwerk, waaronder fop- en schertsvuurwerk of theatervuurwerk;
- Professioneel vuurwerk.
Dit werkblad is alleen van toepassing op de vergunningverlening voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk, zoals beschreven in het Vuurwerkbesluit. Het Vuurwerkbesluit geeft strikte kaders voor de vergunningverlening. De opslag van professioneel vuurwerk is vaak niet vergunbaar vanwege de extreem grote veiligheidsafstanden. Dit werkblad heeft geen betrekking op de toestemmingen voor het gebruik van vuurwerk bij evenementen en is het evenmin van toepassing op de opslag van in beslag genomen vuurwerk. De vuurwerkcoördinatoren hebben standaardteksten opgesteld voor het verlenen van vergunningen voor vuurwerkevenementen, zie hiervoor de webpagina van IPO Kaderstelling. Voor de opslag van inbeslaggenomen vuurwerk zijn landelijke selectievoorschriften opgesteld.
Het risico van de opslag van vuurwerk is dat als gevolg van brand fragmentatie of een fysische explosie kan optreden. Voor een nadere omschrijving van deze effecten en mogelijke maatregelen wordt verwezen naar de bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen). De externe veiligheidsafstanden voor de opslag van vuurwerk die moeten worden aangehouden zijn gebaseerd op te verwachten effecten.
- Achtergrondinformatie
- Stap 1. Vooroverleg en informatieverstrekking
- Stap 2. Beoordelen van vergunbaarheid aanvaardbaarheid van risico
- Stap 3. Beoordelen van vergunbaarheid bepalen van noodzakelijke maatregelen
- Stap 4. Formuleren van de considerans en de voorschriften
Achtergrondinformatie |
Belangrijkste wet- en regelgeving
- Vuurwerkbesluit
- Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk
- Aanwijzingsbesluit memorandum 60, 2004
NB: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft in artikel 3 lid 1 onder a aan dat het Bevi niet van toepassing is op inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak vuurwerk wordt opgeslagen.
NB: In bijlage 1 onder A lid 6 van het Vuurwerkbesluit is aangegeven dat bij ministeriele regeling wordt bepaald welke versie van het memorandum nr. 60 moet worden toegepast. In het aanwijzingsbesluit memorandum 60 van 2004 wordt aangegeven dat de versie 12 van maart 2004 toegepast moet worden om te voldoen aan de voorschriften van bijlage 1 van het Vuurwerkbesluit.
- Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Brzo): zie verder werkblad Brzo.
NB: het Brzo is van toepassing op zeer grote opslagen van vuurwerk als de in dit besluit vermelde drempelwaarden voor kruitgewicht worden overschreden (50 ton kruitgewicht voor PBZO-plicht en > 200 ton kruitgewicht voor VR-plicht). De drempelwaarde is forfaitair 30% van het verpakte vuurwerk bij consumenten vuurwerk en 100% bij professioneel vuurwerk. Professioneel vuurwerk wordt beschouwd als zeer explosief. Bepaalde onderdelen worden beschouwd als massa- explosief.
Wijzigingen Vuurwerkbesluit
De aanleiding van het besluit van 9 december 2009 tot aanpassing van het Vuurwerkbesluit is het gevolg van een Europese richtlijn. Daarin wordt voor pyrotechnische artikelen, zoals vuurwerk, geregeld dat die voldoen aan veiligheidseisen en verplicht worden voorzien van het CE- keurmerk. Deze en nog een aantal andere eisen uit die richtlijn zijn vertaald naar het Vuurwerkbesluit. Het besluit is grotendeels in werking getreden met ingang van 4 juli 2010.
In 2007/2008 is een evaluatie naar de knelpunten in de uitvoering van het Vuurwerkbesluit uitgevoerd. Daaruit voortvloeiende aanpassingen zullen met een afzonderlijk wijzigingsbesluit in het najaar van 2011 in het Vuurwerkbesluit worden doorgevoerd.
Ingrijpende wijzigingen zullen zijn:
- Verhogen meldingsgrens voor opslag tot 10.000 kg.
- Verhogen meldingsgrens voor ontbranden professioneel vuurwerk tot 200 kg.
- Opnemen eisen voor ontbrandingen in een ministeriële regeling.
- Verlenen toepassingsvergunningen door de Minister van VROM.
- Verhogen van de verkoophoeveelheid van 10 kg naar 25 kg.
- Verhogen van de hoeveelheid vuurwerk in de verkoopruimte van 250 naar 500 kg.
- Toestaan tweede bufferbewaarplaats.
- Extra bepalingen om de strafrechtelijke vervolging van de handel van illegaal, gevaarlijke vuurwerk te verbeteren.
Informatiebronnen
- Voor afvalvuurwerk: Landelijk afvalbeheerplan 2002-2012, sectorplan 16: explosieve afvalstoffen en drukhouders
- IPO project Kaderstelling vergunningverlening: Externe veiligheid
- IPO project Kaderstelling vergunningverlening: Vuurwerkevenementen
- Handreiking Vuurwerk
- Handreiking RO en Milieu (hoofdstuk EV)
Stap 1: vooroverleg en informatieverstrekking |
Advies brandveiligheid
Zie werkblad Advies brandweer
Advies externe deskundigen
Voor extern advies kunt u inschakelen:
Omgeving van de inrichting/installatie
- Liggen er kwetsbare objecten in de omgeving van de inrichting of zijn die in de toekomst al dan niet te verwachten (geprojecteerde kwetsbare objecten)? Check dit bij de afdeling die verantwoordelijk is voor ruimtelijke ordening.
Deze informatie is van belang voor het in acht nemen van gewenste afstanden tot deze activiteiten. Bij de opslag van vuurwerk zijn de veiligheidsafstanden gebaseerd op te verwachten effecten.
Aandachtspunten voor de toepassing van het Vuurwerkbesluit
Vooroverleg: In het vooroverleg kunt u al direct vaststellen of de aangevraagde activiteit vergunbaar is. Vraag om een actuele plattegrond van de inrichting en de omgeving (verplicht) en maak gebruik van:
- Het bestemmingsplan;
- Afstanden tot interne objecten (bijlage 1 van het Vuurwerkbesluit);
- Afstanden tot externe objecten (bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit);
Aandachtspunten bij het vooroverleg zijn:
Soort en hoeveelheid vuurwerk:
- Welke soort(en) vuurwerk worden opgeslagen?
- Welke hoeveelheden worden per soort opgeslagen?
- Welke ADR-klasse wordt aangevraagd?
Bedrijfsvoering en activiteiten:
- Tijdstippen en frequentie waarmee vuurwerk wordt afgeleverd;
- Welke werkzaamheden worden verricht (opslag, overslag, bewerken, herverpakken, verkoop, (voor)monteren)?
- Hoe is de expeditie van het vuurwerk geregeld?
Brandbeveiliging:
- Programma van eisen met betrekking tot de brandbeveiligingsinstallatie (bijlage 1 paragraaf 5, Vuurwerkbesluit).
Programma van eisen (PvE):
Het bedrijf moet een PvE (laten) opstellen voor de brandbeveiligingsinstallatie. Een geaccrediteerde organisatie moet het PvE goedkeuren. Het bevoegd gezag moet het PvE goedkeuren voordat met de aanleg van de installatie wordt begonnen. Het PvE moet binnen de inrichting aanwezig zijn. De Raad voor Accreditatie staat niet toe dat het PvE wordt goedgekeurd door de opsteller van het PvE. Op een PvE die is opgesteld voor 1 november 2004 is een overgangsregeling van kracht, waarbij de Raad voor de Accreditatie toestaat dat inspectie- instellingen zowel PvE's opstellen als goedkeuren. Meer informatie hierover vindt u in de toelichting van het memorandum 60 van 26 september 2005.
Constructieve en bouwkundige uitvoering:
- Brandwerendheid NEN 6069 (materiaaleisen en elektrische voorziening)
- Materiaal: beton, cellenbeton of metselwerk (bijlage 1 onder B paragraaf 2 van het Vuurwerkbesluit)
- Afmetingen en toegankelijkheid
Afmeting vuurwerkopslagplaats
Voor consumentenvuurwerk (verpakt) is circa 4 m3/ ton nodig. Voor onverpakt vuurwerk in een bufferbewaarplaats circa 7 m3/ ton. Het gangpad moet ten minste 0,75 meter breed zijn. In een bufferbewaarplaats moet 4 m2 beschikbaar blijven voor ompakken.
Opslag van consumentenvuurwerk tussen 10 kg en 1000 kg
Voor de opslag van deze hoeveelheden consumentenvuurwerk is geen milieuvergunning nodig. Men kan volstaan met een melding bij de gemeente. Voor de verkoop wordt wel vaak een verkoopvergunning (op grond van de APV) vereist om bijvoorbeeld een spreidingsbeleid gestalte te geven. Het Vuurwerkbesluit bevat de van toepassing zijnde voorschriften onder bijlage 1 en 3.
Opslag van consumentenvuurwerk tussen 1000 kg en 10.000 kg
Voor de opslag van deze hoeveelheden moet een vergunning worden aangevraagd bij de gemeente.
Opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk/ opslag van professioneel vuurwerk (zoals theatervuurwerk)
De vergunning moet worden aangevraagd bij de provincie. Check of het Brzo van toepassing is.
Specifieke maatregelen en voorzieningen
Onderstaande maatregelen en voorzieningen zijn ingedeeld volgens het vlinderdasmodel zoals beschreven in bijlage 2 (aspecten van externe veiligheid). Genoemde maatregelen zijn conform het Vuurwerkbesluit, bijlage 1.
Technische preventieve maatregelen
- Afstanden van deuren (onderling en naar overige ruimten);
- Constructieve uitvoering;
- Verwarmingssysteem.
Organisatorische preventieve maatregelen
- Tijdstippen en frequentie waarmee vuurwerk wordt afgeleverd;
- Procedures ten aanzien van de te verrichten werkzaamheden (opslag, overslag, bewerken, herverpakken, verkoop, (voor)monteren)?;
- Toegankelijkheid: welke ruimten en welke terreindelen zijn voor publiek toegankelijk?
Technische effect- en schadebeperkende maatregelen:
- Brandbestrijdingsmiddelen (handblusmiddelen, brandhaspels);
- Sprinkler-, brandmeld- en ontruimingsinstallatie (paragraaf 5, bijlage 1 van het Vuurwerkbesluit);
- Materiaaleisen: materiaal van wanden, vloer en dekking van de (buffer)bewaarplaats en de verkoopruimte (conform Bouwbesluit);
- Bouwtechnische en brandwerende maatregelen.
Organisatorische effect- en schadebeperkende maatregelen
Geen specifieke aandachtspunten: zie bijlage 1 van het Vuurwerkbesluit.
Overige technische en organisatorische aandachtspunten
Zie tevens de bijlage 2 (stoffen, effecten en maatregelen). Hierin zijn tabellen opgenomen met voorbeelden van preventieve en effectgerelateerde maatregelen.
Stap 2: beoordelen van vergunbaarheid: aanvaardbaarheid van risico |
In de aanvraag moet worden vermeld hoeveel vuurwerk een bedrijf maximaal opslaat. Op basis hiervan kan de vergunbaarheid conform het Vuurwerkbesluit worden getoetst.
Vanuit het Vuurwerkbesluit worden de volgende normen gesteld:
- Interne afstandsnormen:bijlage 1 van het Vuurwerkbesluit
- Externe afstandsnormen: bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit
- Indien niet wordt voldaan aan de afstandseisen zoals opgenomen in bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit, kan er een kleinere afstand worden vastgesteld voor inrichtingen met theatervuurwerk of > 10.000 kg consumentenvuurwerk. De warmtestraling moet ten minste beperkt worden tot 10 kW/m2 (zie artikel 4.2 van het Vuurwerkbesluit).
Domino-effecten worden niet meegenomen in de beoordeling. De vergunningverlener toetst of wordt voldaan aan de veiligheidsafstanden zoals die zijn opgenomen in het Vuurwerkbesluit.
Stap 3: beoordelen vergunbaarheid: bepalen van noodzakelijke maatregelen |
De vergunningverlener beoordeelt of het gewenste technische en bouwkundige voorzieningenniveau zoals gesteld in het Vuurwerkbesluit kan worden gerealiseerd. Hij toetst daarbij onder andere aan:
- Brandwerendheideisen NEN 6069
- Normen ten aanzien van de elektrische installatie
- Normen ten aanzien van de sprinklerinstallatie
Zie ook werkblad Advies brandveiligheid.
Stap 4: formuleren van de considerans en de voorschriften |
Algemene aanbevelingen voor de formulering van de considerans en voorschriften vindt u onder aspecten van externe veiligheid. Algemeen geldt dat u ook het advies van de brandweer in deze stap moet meenemen. Zie hiervoor het werkblad Advies brandveiligheid.
Aandachtspunten considerans
- Afstanden tot kwetsbare of risicovolle objecten binnen de inrichting en in de omgeving;
- Toetsing aan de normen en maatregelen uit het Vuurwerkbesluit (eventueel nadere eisen);
- Verwerk het verplichte advies van de brandweer (artikel 2.2.3 lid 4 Vuurwerkbesluit).
Aandachtspunten voorschriften
Het Vuurwerkbesluit is een direct werkend besluit. Voor aandachtspunten van de voorschriften wordt derhalve direct verwezen naar:
- Bijlage 1 en artikel 2.2.1 en 2.2.2 van het Vuurwerkbesluit (voor consumentenvuurwerk);
- Bijlage 2 van het Vuurwerkbesluit (voor professioneel vuurwerk).
Bij het opstellen van de voorschriften gelden de aandachtspunten die in stap 1 van het proces van vergunningverlening zijn benoemd. Voor zover deze aandachtspunten niet expliciet in het Vuurwerkbesluit zijn opgenomen (bijvoorbeeld de expeditie van vuurwerk), moeten deze worden geregeld in de voorschriften. Het bevoegd gezag kan m.b.t. consumentenvuurwerk nadere eisen stellen ten aanzien van (zie artikel 2.2.3 van het Vuurwerkbesluit):
- bereikbaarheid van de ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn
- de wijze waarop consumentenvuurwerk wordt opgeslagen
- bouwkundige voorziening tussen de toegangsdeur en (buffer)bewaarplaats
- de interne afstanden om domino-effecten te voorkomen
Het bevoegd gezag kan m.b.t. professioneel vuurwerk nadere eisen stellen ten aanzien van (zie artikel 3.2.2 van het Vuurwerkbesluit):
- de wijze waarop professioneel vuurwerk wordt opgeslagen
- de interne afstanden om domino-effect te voorkomen
- de compartimentering
- de wijze waarop bij brand alarm wordt geslagen
Risico-inventarisatie en Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)
Zie de Leidraad Risico-inventarisatie en het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. De vergunningverlener moet ervoor zorgdragen dat de vereiste gegevens door de aanvrager worden verstrekt en vervolgens in het RRGS worden opgenomen (zie stap 1b: welke informatie kan worden verlangd?).

