Vervoer gevaarlijke stoffen

Home > Onderwerpen > Hinder, gezondheid, veiligheid > Veiligheid > Vervoer gevaarlijke stoffen

Vervoer gevaarlijke stoffen

Veiligheid

Inhoud pagina: Vervoer gevaarlijke stoffen

De risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen stelt veiligheidseisen aan transportroutes met gevaarlijke stoffen, de omgeving daarvan en soms aan allebei. Het gaat daarbij om de modaliteiten weg, water en spoor. De regelgeving voor infrastructuur is nog in ontwikkeling, maar het is een logisch vervolg op het beleid van de afgelopen jaren.

Actuele ontwikkelingen

Er is nieuwe regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de maak. Deze bestaat uit:

  1. Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) wordt gewijzigd, met oa. de beperkingen voor transportroutes, de zogenaamde risicoplafonds;
  2. Besluit transportroutes externe veiligheid treedt in werking, met oa. de risicoplafonds voor de ruimtelijke ontwikkelingen rond transportroutes;
  3. Saneringsregeling

 

Besluit transportroutes gevaarlijke stoffen (Btev)

In 2012 treedt het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) in werking. In november 2008 is een ambtelijk concept van het Besluit transportroutes externe veiligheid  (Btev) gepubliceerd. Hierin staan regels op het gebied van externe veiligheid voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. Bijvoorbeeld verplichte veiligheidsafstanden tot deze transportroutes. Gemeenten krijgen hier in hun bestemmingsplannen dus te maken. Het ambtelijk concept is eind 2008 slechts ter informatie aangeboden aan de Tweede Kamer, er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Het conceptbesluit en de daarbij behorende toelichting worden nog aangepast en aangevuld met onder meer een saneringsparagraaf.

Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen

Momenteel staat het externe veiligheidsbeleid voor vervoer van gevaarlijke stoffen nog in de Nota en circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). De geactualiseerde circulaire is de voorloper van het Btev. Gemeenten, provincies en infrabeheerders worden dringend verzocht om bij vervoers- en omgevingsbesluiten rekening te houden met de circulaire.

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen is een project met drie werkgroepen voor water, weg en spoor. Daarin zitten vertegenwoordigers van rijk, provincies, gemeenten, infrastructuurbeheerders, chemische industrie en vervoerders van gevaarlijke stoffen. Zij worden daarbij ondersteund door adviesbureaus die de ruimtelijke plannen in kaart brengen en risicoberekeningen uitvoeren.

Het Basisnet geeft de verhouding aan tussen ruimtelijke ordening en de risico's van het vervoer gevaarlijke stoffen over rijkswegen, hoofdvaarwegen en spoorwegen. Zo wordt beschreven welke ruimtelijke ontwikkelingen wel en niet zijn toegestaan in het gebied tot 200 meter vanaf de infrastructuur. De transportroutes worden ingedeeld in drie categorieën, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen vervoer, ruimtelijke ontwikkelingen en veiligheid:

  • Op sommige routes krijgt het vervoer voorrang;
  • Op andere routes krijgen de ruimtelijke ontwikkelingen voorrang;
  • Op routes die belangrijk zijn voor zowel het vervoer als voor de ruimtelijke ontwikkelingen, wordt in overleg met betrokkenen naar oplossingen gezocht.

    Stand van zaken herziening regelgeving

De stand van zaken Basisnet Water en Weg, het definitieve ontwerp voor Basisnet Water en Weg en een stand van zaken Basisnet Spoor zijn inmiddels aan de Tweede Kamer aangeboden. Het definitieve ontwerp voor Basisnet spoor wordt later aan de Tweede Kamer. De risicoplafonds zullen juridisch geborgd worden door wijziging van de Wet Vervoer gevaarlijke stoffen. De bouwbeperkingen worden vastgelegd in het Btev. Vooruitlopend daarop zijn de Basisnetten Weg en Water al als bijlage bij de circulaire RNVGS opgenomen.

Routering gevaarlijke stoffen

Als basisregel geldt dat transporteurs met gevaarlijke stoffen de bebouwde kom zoveel mogelijk moeten mijden op grond van artikel 11 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat vervoer van gevaarlijke stoffen alleen binnen de bebouwde kom mag plaatsvinden ten behoeve van laden en lossen of als er geen geschikte route buiten de bebouwde kom beschikbaar is. Vervoer van gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom zal dus voornamelijk bestemmingsverkeer zijn en nauwelijk doorgaand verkeer.

Bovendien geldt voor transporten van zogenaamde 'routeplichtige stoffen' (zoals LPG en vuurwerk) dat die zoveel mogelijk gebruik moeten maken aanwezige routering. De routeplichtige stoffen zijn aangewezen in tabel 3 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen. Rijkswegen zijn aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen, op enkele tunnels onder belangrijke vaarwegen na. Daarnaast mogen gemeenten binnen hun grenzen wegen aanwijzen waar routeplichtige stoffen vervoerd mogen worden. Veel provinciale wegen zijn geschikt voor aanwijzing als route gevaarlijke stoffen. De route moet aansluiten op wegen waarop vervoer van routeplichtige stoffen is toegestaan. Op andere dan de aangewezen wegen mogen routeplichtige stoffen alleen worden vervoerd met een ontheffing van de betreffende gemeente.

De gemeentelijke routering is niet verplicht. Het is voor gemeenten alleen interessant als zij geschikte transportroutes hebben om aan te wijzen. Als alle (doorgaande) wegen door bebouwde kommen gaan, is het misschien beter om geen routering vast te stellen. Want als er geen verplichte routes zijn aangewezen, geldt de basisregel dat transporteurs met gevaarlijke stoffen de bebouwde kom zoveel mogelijk mijden.

fabriek
 

Kenniscentrum InfoMil