Regeling op-, overslag en distributie benzine
VOS
Inhoud pagina: Regeling op-, overslag en distributie benzine
De Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer ('Benzineregeling') stelt technische eisen aan terminals, tankverhuurbedrijven en benzinestations. De regeling is direct werkend voor alle vergunningplichtige inrichtingen. De taken van het bevoegd gezag liggen vooral op het gebied van handhaving van tankuitvoeringen en maximale concentraties van dampen in de afvoer van dampverwerkingsinstallaties.
In 2005 is de Benzineregeling aangepast met een ontgassingsverbod van benzine uit binnenvaartschepen. Voor terminals met een doorzet van meer dan 10.000 ton/jaar zijn eisen opgenomen ten aanzien van dampterugwinnings-, dampverbrandingseenheden of voorlopige dampopslagvoorzieningen.
Eisen aan terminals
- Alle terminals
- Terminals met een doorzet van meer dan 10.000 ton/jaar
- Tankverhuurbedrijven (terminals die alleen bestemd zijn voor het verhuren van tankcapaciteit aan derden en waarvan de opslaginstallaties mede zijn bedoeld voor het opslaan van andere stoffen dan benzine)
Voor alle terminals zijn in Bijlage I van de regeling technische eisen opgenomen ten aanzien opslaginstallaties. Deze eisen betreffen:
- kleur verf van de buitenwand en het dak van bovengrondse tanks
- de afdichtingen van tanks met een uitwendig of inwendig drijvend dak
- dampterugwinningssystemen
- ontwerp en onderhoud van inwendig drijvende daken.
Voor terminals met een doorzet van meer dan 10.000 ton/jaar zijn in Bijlage II van de regeling technische eisen opgenomen ten aanzien van overslaginstallaties. De voorgeschreven maximale gemiddelde concentraties van vluchtige organische stoffen in de afvoer van een dampterugwinningseenheid zijn:
- 10 g/Nm3 gedurende één uur in het geval van belading van tankwagens of mobiele tanks die per spoor worden vervoerd;
- 20 g/Nm3 gedurende één uur in het geval van belading van schepen.
De emissie van een dampterugwinnings- of dampverbrandingsinstallatie moet tenminste eenmaal per drie jaar worden gemeten. De eisen aan deze metingen staan ook in Bijlage II van de regeling.
Verder worden voor terminals met een doorzet van meer dan 10.000 ton/jaar eisen gesteld aan laadportalen.
Bij tankverhuurbedrijven mag, in geval van belading van schepen, de gemiddelde concentratie van dampen in de afvoer van een dampterugwinningseenheid, die tevens wordt gebruikt voor andere koolwaterstoffen dan benzine of benzinecomponenten, maximaal 35 g/Nm3 bedragen (in plaats van 20 g/Nm3). Tankverhuurbedrijven zijn terminals die alleen bestemd zijn voor het verhuren van tankcapaciteit aan derden en waarvan de opslaginstallaties mede zijn bedoeld voor het opslaan van andere stoffen dan benzine.
Eisen aan benzinestations
Vrijwel alle benzinetankstations voor mototvoertuigen voor het wegverkeer, zowel voor openbare verkoop als eigen gebruik, in zowel type B als C inrichtingen, vallen onder de voorschriften voor tankstions van het Activiteitenbesluit. De stage I eisen uit de Benzineregeling zijn daarnaast alleen van toepassing op IPPC inrichtingen, voor deze inrichtingen gelden van het Activiteitenbesluit alleen de fase II eisen.
Wijziging Benzineregeling (ontgassingsverbod benzine binnenvaart)
Sinds 1 januari 2006 is voor raffinaderijen en terminals het beladen en het laten beladen van ladingtank van een binnenvaartschip met een andere stof dan benzine verboden, tenzij één van de volgende situaties van toepassing is:
- de ladingtank van het binnenvaartschip aangesloten is op de dampverwerkingsinstallatie
- uit het ladingjournaal blijkt dat de drie voorgaande ladingen geen benzine waren of de desbetreffende ladingtank bij de voorafgaande belading voor meer dan 95% gevuld was met een andere stof dan benzine
- uit het ladingjournaal blijkt dat de ladingtank door een exploitant van een ontgassings-DVI gasvrij van benzine is gemaakt, waarbij de dampconcentratie, gemeten op een representatief punt in de leiding van de ladingtank naar de ontgassings-DVI, bij standaardomstandigheden gedurende 30 minuten minder dan 3,5 g/m3 heeft bedragen
- het schip met toestemming van het bevoegd gezag naar de buitenlucht ontgast is van benzine.
De laatste mogelijkheid zal alleen benut kunnen worden in het geval van calamiteiten.
Het ontgassingsverbod wordt geregeld in de Regeling benzinevervoer in mobiele tanks 2006 (Verkeer en Waterstaat) en de Wijziging Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer (VROM). Beide regelingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant van 15 juli 2005, nr. 135.
In het Praktijkblad Handhaving ontgassingsverbod van benzine in de binnenvaart vindt de handhaver welke mogelijkheden er zijn bij controles op naleving van het ontgassingsverbod. In 2006 organiseerde InfoMil een voorlichtingsbijeenkomst voor handhavers over het ontgassingsverbod benzine voor de binnenvaart.
Implementatie in Nederland
De Benzineregeling is één van de regelingen waarmee de Europese richtlijn betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations (94/63/EG) is geïmplementeerd. De Europese richtlijn, hierna aangeduid als Benzinerichtlijn, heeft tot doel de emissies van benzine vrijkomend bij de opslag en distributie van benzine te voorkomen en beperken.
Naast de regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer is de Benzinerichtlijn geïmplementeerd via:
- Regeling benzinevervoer in mobiele tanks (Verkeer en Waterstaat)
- Activiteitenbesluit (Infrastructuur en Milieu)
Het verbod op ontgassing van benzine moet uiteindelijk een vermindering van de uitstoot van benzinedampen opleveren van bijna 2 kiloton per jaar. Dat is bijna 1 procent van de totale emissie van vluchtige organische stoffen in Nederland. Het totale verbod op ontgassen van benzinedampen geldt in alle Rijnstaten.

