Inwerkingtredingsbesluit
Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Inwerkingtredingsbesluit
De onderstaande onderdelen van het Activiteitenbesluit treden niet per 1 januari 2008 werking:
Artikel 2.11, vijfde lid, onderdeel b, van het Activiteitenbesluit treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het Besluit bodemkwaliteit in werking treedt.
In artikel 2.16 van het Activiteitenbesluit is een uitputtende regeling opgenomen betreffende het vervoer van de eigen werknemers van en naar de inrichting. In verband met de oprichting van een Taskforce waarin werkgevers met werknemers en overheden gaan werken aan voorstellen voor het concreet en niet vrijblijvend regelen van vervoermanagement treedt artikel 2.16 niet met ingang van 1 januari 2008 in werking. Het artikel treedt in beginsel met ingang van 1 januari 2009 in werking. Met de wijziging van het Inwerkingtredingsbesluit van 19 november 2008 is de datum van inwerkingtreding van artikel 2.16 opgeschoven naar 1 juli 2010. Indien voor de laatstgenoemde datum adequate voorstellen door de Taskforce worden gedaan zal artikel 2.16 vervallen. Tot die tijd is artikel 6.9 van het besluit van toepassing.
Artikel 2.17, tweede lid, van het Activiteitenbesluit ten aanzien van inrichtingen die voor 21 december 2006 zijn opgericht op industrieterreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Op 21 december 2006 Besluit efficiënter gebruik geluidsruimte op gezoneerde industrieterreinen in werking getreden. Dat besluit wijzigde een aantal oude 8.40-besluiten in die zin dat voor inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein de geluidsnormen gelden op een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting, tenzij binnen 50 meter een geluidsgevoelige bestemming is gelegen. In het besluit efficiënter gebruik geluidsruimte op gezoneerde industrieterreinen is een overgangsregeling opgenomen ten aanzien van inrichtingen die voor de inwerkingtreding van dat besluit zijn opgericht op industrieterreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Ten aanzien van die inrichtingen worden de bij dat besluit ingevoerde bepalingen voor het eerst van toepassing twee jaar na inwerkingtreding van dat besluit. Dit overgangsrecht wordt voortgezet hetgeen inhoudt dat dit artikellid voor de betreffende inrichtingen eerst met ingang van 21 december 2008 in werking treedt.
In artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om in een gemeentelijke verordening een afwijkende geluidsnorm vast te stellen. Artikel 2.19 treedt nog niet in werking omdat de VNG hiervoor een model gemeentelijke verordening gaat opstellen. Pas nadat deze voldoende ontwikkeld is zal artikel 2.19 in werking kunnen treden. Tot die tijd is artikel 6.16 van het besluit van toepassing.
Op grond van artikel 3, vierde lid, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PbEU L 377) moeten de bepalingen inzake gevaarlijke afvalstoffen worden genotificeerd. Ofschoon de notificatie binnen de daarvoor aangegeven termijn is gedaan, is de betreffende procedure nog niet afgerond. Het zonder afronding van deze procedure in werking laten treden van de betreffende artikelen neemt het risico met zich van niet-toepasselijkheid en niet-handhaafbaarheid van deze artikelen en een inbreukprocedure van de Commissie tegen Nederland. Om dit te voorkomen treden onderstaande bepalingen nog niet in werking.
Inhoudelijk komt deze bepaling hier op neer: bedoeld was om de vergunningplicht voor een deel van de inrichtingen die gevaarlijk afval opslaan, te laten vervallen. Een afschaffing van de vergunningplicht voor deze inrichtingen kan vooralsnog niet plaatsvinden. Het betreft hier bijvoorbeeld kringloopwinkels, die voor de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit vergunningplichtig waren, maar nu onder het Activiteitenbesluit kunnen vallen. Dit is voorlopig nog niet het geval indien de kringloopwinkel gevaarlijk afval opslaat of verwerkt. Voor inrichtingen die onder één van de oude 8.40 amvb's vielen, blijven de voorschriften uit dat oude besluit, met betrekking tot de opslag en verwerking van gevaarlijk afval, gelden.
Betreffende bepalingen uit Activiteitenbesluit m.b.t. gevaarlijk afval die niet per 1 januari 2008 in werking treden:
paragraaf 3.3.5 voor zover het de opslag van bilgewater en afgewerkte olie in ondergrondse tanks betreft en paragraaf 4.1.1 voor zover het de opslag van gevaarlijke afvalstoffen in verpakking betreft afkomstig van onderhoud en reparatie van pleziervaartuigen, ten aanzien van inrichtingen waar gelegenheid wordt geboden voor het afmeren van pleziervaartuigen [ deels per 17 maart 2008 in werking getreden ]
artikel 4.15 voor zover het de opslag van afgedankte apparatuur betreft, ten aanzien van inrichtingen met een opslag tot 35 kubieke meter afgedankte apparatuur, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur die conform artikel 4 van die regeling is ingenomen bij het ter beschikking stellen van een nieuw product.
artikel 4.15 voor zover het de opslag van autowrakken betreft en artikel 4.84 voor zover het de opslag en het demonteren van autowrakken betreft, ten aanzien van inrichtingen waar onderhoud en reparatie van motorvoertuigen plaatsvindt en waar autowrakken worden opgeslagen waarop op 31 december 2007 het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer van toepassing was of zou zijn geweest.
paragraaf 4.1.1 voor zover het de opslag van gevaarlijke afvalstoffen betreft ontstaan bij bouwwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of herstelwerkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft, ten aanzien van inrichtingen met een opslag van gevaarlijke afvalstoffen ontstaan bij bouwwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of herstelwerkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft, waarop op 31 december 2007
1°. het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer;
2°. het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer;
3°. het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer;
4°. het Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer, of
5°. het Besluit jachthavens,
van toepassing was of zou zijn geweest.
artikel 4.105, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4.106, eerste lid, onderdelen b, c en d, artikel 4.107, eerste lid, voor zover het gevaarlijke afvalstoffen betreft, ten aanzien van inrichtingen waar gelegenheid wordt geboden voor het afmeren van pleziervaartuigen.

