Toekomstige wijzigingen Activiteitenbesluit
Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Toekomstige wijzigingen Activiteitenbesluit
Op deze pagina vindt u informatie over de derde tranche van de tweede fase en andere toekomstige wijzigingen die van invloed zijn op de reikwijdte van het Activiteitenbesluit.
Sinds voorjaar 2008 is het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen VROM en VenW) gestart met de tweede fase van de modernisering van de algemene regels. Doel van deze tweede fase is om nog meer vergunningplichtige inrichtingen onder het Activiteitenbesluit te brengen.
Op basis van onderzoek en overleg zijn bedrijfstakken en activiteiten geselecteerd die onder het Activiteitenbesluit kunnen worden gebracht. Omdat deze bedrijfstakken en activiteiten divers van aard zijn, is er voor gekozen om de tweede fase in tranches te verdelen. De eerste en tweede tranche zijn inmiddels in werking getreden.
In 2010 is een vervolgonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in het aantal inrichtingen per bedrijfstak dat na de eerste en tweede fase nog vergunningplichtig is. Er volgen in ieder geval nog een derde en een vierde tranche.
Derde tranche
De derde tranche betreft meer complexe bedrijfstakken. Deze tranche is op 29 april 2010 gestart.
In de derde tranche wordt in zeven werkgroepen - in overleg met uitvoerende overheden en bedrijfsleven - gekeken naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van algemene regels voor een aantal bedrijfstakken. In deze tranche komen de volgende bedrijfstakken onder de werking van het Activiteitenbesluit:
- Rubber- en kunststofverwerking (uitgezonderd het schuimen of expanderen met bepaalde blaasmiddelen)
- Industrieel vervaardigen van voedingsmiddelen (uitgezonderd diervoederindustrie en bedrijven met een productie boven de IPPC-grens (Bijlage 1, categorie 6.4 van IPPC-richtlijn))
- Schietinrichtingen (binnenschietbanen en paintball)
- Betonindustrie (betonmortel- en betonproductenindustrie)
- Grafische industrie (rotatieoffset , flexodruk en verpakkingsdiepdruk)
- Onderhoudsplaatsen voor trams, metro en treinen (spoorwegemplacementen blijven vergunningplichtig)
Daarnaast wordt in de derde tranche het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties (Bems) opgenomen in het Activiteitenbesluit en wordt de vergunningplicht voor het verstoken van bepaalde brandstoffen in een stookinstallatie opgeheven. Hierdoor vervalt onder andere de vergunningplicht voor houtgestookte stookinstallaties.
Op 11 november 2011 zijn de wijzigingen van het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling en het Besluit omgevingsrecht in het kader van de derde tranche voorgepubliceerd in de Staatscourant. Meer informatie vindt u in het bijbehorende nieuwsbericht.
De derde tranche treedt naar verwachting op 1 januari 2013 in werking.
Vierde tranche
Na de derde tranche volgt in ieder geval nog een vierde tranche. In de vierde tranche gaan mogelijk nog een aantal onderwerpen mee, waarvoor in de derde tranche werkgroepen zijn gestart, maar het onderzoek nog niet hebben afgerond. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid wat er in de vierde tranche precies onderzocht gaat worden.
Andere wijzigingen
Naast de derde en vierde tranche, zijn er veel andere ontwikkelingen die leiden tot aanpassingen in het Activiteitenbesluit. Hier vindt u een overzicht.
| Wijziging | Planning inwerkingtreding |
|---|---|
| Vuurwerkbesluit | 1 juli 2012 |
| Reparatiebesluit | nog niet bekend |
| Landbouwactiviteiten | 2012 |
| Bodemenergiesystemen | 1 januari 2013 |
| PGS-actualisaties | 2013 |
| Implementatie Richtlijn Industriële Emissies | 1 januari 2013 |
Vuurwerkbesluit
De regels voor vuurwerk zijn vastgelegd in het Vuurwerkbesluit. Dit besluit regelt de hele vuurwerkketen. Vanaf het moment dat het vuurwerk Nederland binnenkomt tot het transport, opslag, bewerking, doorverkoop en het afsteken van vuurwerk. Het Vuurwerkbesluit wordt gewijzigd naar aanleiding van de evaluatie van het Vuurwerkbesluit die in 2007/2008 is uitgevoerd.
De inwerkingtreding was oorspronkelijk gepland op 1 oktober 2011, maar is uitgesteld. De definitieve wijzigingsbesluit is op 29 maart 2012 gepubliceerd in het Staatsblad. Het gewijzigde Vuurwerkbesluit treedt op 1 juli 2012 in werking.
Het wijzigingsbesluit, waarmee het Vuurwerkbesluit wordt gewijzigd, bevat ook twee wijzigingen die het Besluit omgevingsrecht en het Activiteitenbesluit raken:
- Verhogen meldingsgrens voor opslag van 1.000 kg naar 10.000 kg.
Dit betekent dat bedrijven met een opslag van 10.000 kg vuurwerk of minder meldingsplichtig worden in plaats van vergunningplichtig. De melding in het kader van het Vuurwerkbesluit is geregeld in artikel 2.2.4 van dit besluit. Deze melding kan straks worden gedaan via de website van het Landelijke Meld- en InformatiePunt (LMIP) (www.meldpuntvuurwerk.nl/). - Vervallen verbod combinatie afleveren brandstoffen in combinatie met opslag van vuurwerk.
Meer informatie vindt u op de pagina Vuurwerkbesluit.
Reparatiebesluit
In dit besluit worden enkele fouten en omissies in het wijzigingsbesluit van 15 november 2010 (tweede tranche van de tweede) hersteld.
Landbouwactiviteiten
Voorafgaand aan de derde tranche worden agrarische activiteiten onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Het gaat daarbij om activiteiten die voor deze wijziging zijn geregeld in het Besluit landbouw milieubeheer, het Besluit glastuinbouw, het Besluit mestbassins milieubeheer, het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij en het Lozingenbesluit bodembescherming.
Deze operatie brengt de volgende wijzigingen met zich mee:
- Agrarische activiteiten komen onder het Activiteitenbesluit.
- Meer omgevingsvergunningplichtige inrichtingen onder algemene regels.
Voor een aantal categorieën van agrarische inrichtingen (met name intensieve veehouderijen) wordt de omgevingsvergunningplicht opgeheven. - IPPC-inrichtingen deels onder het Activiteitenbesluit.
Met deze wijziging worden agrarische IPPC-inrichtingen aangewezen als type-C inrichtingen onder het Activiteitenbesluit, waardoor hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit mede van toepassing wordt op deze inrichtingen. - Activiteiten buiten inrichtingen onder algemene regels.
Met deze wijziging worden de regels uit het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij en het Lozingenbesluit bodembescherming opgenomen in het Activiteitenbesluit. Hiermee wordt het Activiteitenbesluit ook van toepassing op activiteiten die zich deels of geheel buiten de begrenzing van de inrichting afspelen. - Ondergrenzen voor kleinschalige of hobbymatige activiteiten.
In veel inrichtingen vinden naast bedrijfsmatige activiteiten ook hobbymatige activiteiten plaats. Om te voorkomen dat het Activiteitenbesluit onnodige strenge eisen stelt aan deze activiteiten is er bij een tweetal activiteiten (mechanisch bewerking van hout of kurk en mechanische bewerking van kunststof of kunststofproducten) een ondergrens opgenomen waaronder de voorschriften uit het besluit niet van toepassing zijn. Er zijn ook ondergrenzen opgenomen voor het opslaan van vaste mest, het hebben van een hemelwatervoorziening bij pot- en containerteelt, het uitwendig wassen van motorvoertuigen en (landbouw)werktuigen en voor het houden van dieren.
De inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit landbouwactiviteiten is uitgesteld. Het besluit treedt niet in werking per 1 juli 2012.
Meer informatie vindt u op de pagina Opname Besluit landbouw in Activiteitenbesluit en in het nieuwsbericht Wijzigingsbesluit landbouwactiviteiten uitgesteld.
Bodemenergiesystemen
Voor bodemenergiesystemen is nieuwe regelgeving in voorbereiding. Met het wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen wordt een aantal bestaande besluiten gewijzigd.
Het wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen bepaalt de regels met betrekking tot het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. In het besluit wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen. De open systemen circuleren grondwater en worden ‘warmte koude opslagsystemen' (WKO) genoemd. De gesloten systemen wisselen warmte en koude uit via een gesloten buizenstelsel in de ondergrond en worden daarom 'bodemwarmtewisselaars' genoemd.
Het wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen omvat de volgende wijzigingen van het Activiteitenbesluit en het Besluit omgevingsrecht:
- Wijzigingen in meldingsvereisten voor een inrichting met een gesloten bodemenergiesysteem
- Nieuwe activiteit "Het installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem" toegevoegd aan het Activiteitenbesluit
- Voor het installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem wordt in bepaalde gevallen een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig.
Meer informatie over de nieuwe regelgeving voor bodemenergiesystemen vindt u op de website Alles over wko.
PGS-actualisaties
In artikel 1.2 van de Activiteitenregeling is opgenomen naar welke versies van de PGS-richtlijnen in de voorschriften van de Activiteitenregeling wordt verwezen. Een aantal PGS-richtlijnen is of wordt geactualiseerd. Voordat in artikel 1.2 naar de meest recente versie kan worden verwezen, moet eerst bekeken worden of er voor bestaande situaties overgangsrecht nodig is.
Voor de geactualiseerde versies van PGS 15, 25, 28 en 30 wordt momenteel bekeken welke aanpassingen nodig zijn. Deze aanpassingen treden op zijn vroegst in 2013 in werking.
Meer informatie over de actualisatie van PGS richtlijnen kunt u vinden op de website van het PGS Projectbureau.
Implementatie Richtlijn Industriële Emissies
De Richtlijn Industriële Emissies (RIE) is een herziening van de Europese IPPC-richtlijn. Voor Nederland betekent de implementatie van de Richtlijn Industriële Emissies een aanpassing van de Wabo, Wm, Bor, Mor en Activiteitenbesluit. Nederland wil bij deze implementatie de huidige besluiten Besluit verbranden afvalstoffen, Besluit emissie eisen stoookinstallaties A en Oplosmiddelenbesluit integreren in het Activiteitenbesluit. Meer informatie vindt u op de pagina Implementatie Richtlijn Industriële Emissies.
Meer informatie
Steeds meer bedrijven onder algemene regels (website van Rijksoverheid)

