Wijziging Activiteitenbesluit afleveren brandstoffen op 31 december 2011 in werking
Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Wijziging Activiteitenbesluit afleveren brandstoffen op 31 december 2011 in werking
De wijzigingen van Activiteitenbesluit- en regeling die betrekking hebben op het afleveren van brandstof zijn op 29 november 2011 gepubliceerd. De publicaties zijn te vinden in Staatsblad 2011, nummer 552 en Staatscourant 2011, nummer 211136. De wijzigingen gelden vanaf 31 december 2011 (Stb. 2011, 598).
Deze wijzigingen betekenen een kleine verandering van de voorschriften in het Activiteitenbesluit voor het afleveren van vloeibare brandstof aan motorvoertuigen voor het wegverkeer. Het gaat dan onder andere om benzine en gecomprimeerd aardgas. De belangrijkste wijziging is dat de eisen in het Activiteitenbesluit voor het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas aan het wegverkeer gaan gelden voor alle tankstations in type B en C inrichtingen. De eisen zijn straks ook van toepassing op het afleveren voor eigen gebruik in deze inrichtingen.
Daarnaast is met deze wijziging de Europese richtlijn inzake fase-II benzinedampterugwinning geïmplementeerd. Als gevolg hiervan gelden de fase II dampterugwinning eisen uit artikel 3.20 van het Activiteitenbesluit straks voor alle tankstations, ook die binnen IPPC-inrichtingen. De overige voorschriften voor tankstations in het Activiteitenbesluit gelden niet voor IPPC-inrichtingen.
Aanleiding wijziging
Aanleiding voor de wijziging is de Europese richtlijn inzake fase II-benzinedampterugwinning bij het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations. Omdat de meeste tankstations voor openbare verkoop in Nederland al een dergelijk systeem hebben, zijn de gevolgen van de wijziging beperkt.
Eisen afleveren wegverkeer in hoofdstuk 3
Bij de implementatie van de richtlijn zijn alle eisen voor het afleveren van brandstof aan motorvoertuigen voor het wegverkeer in hoofdstuk 3 geplaatst. Hierdoor gelden de eisen ook voor tankstations in type B en C inrichtingen voor eigen gebruik.
De fase II dampterugwinningeisen in het Activiteitenbesluit gelden straks ook voor tankstations binnen IPPC-inrichtingen. De richtlijn is hiermee strikt geïmplementeerd. Het van toepassing zijn van deze eisen op IPPC-inrichtingen volgt uit de combinatie van de wijziging van de definitie van type C-inrichting in combinatie met een wijziging van artikel 1.4 dat de werkingssfeer van type C bepaalt. Hierin is nu specifiek gesteld dat artikel 3.20 over fase II ook voor IPPC-inrichtingen geldt. De overige voorschriften voor tankstations in het Activiteitenbesluit, zoals die met betrekking tot veiligheid en de wasplaats, gelden niet voor IPPC-inrichtingen en moeten worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Daarnaast geeft de Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer nog enkele direct werkende eisen, met name stage I.
Aanpassingen van ontwerpbesluit
Naar aanleiding van de publicatie van het ontwerpbesluit in juni zijn twee reacties ontvangen, die hebben geleid tot de volgende aanpassingen.
In het ontwerpbesluit was de verplichting om ondermeer de resultaten van de metingen, keuringen en controles in een installatieboek op te nemen en om deze resultaten drie jaar te bewaren, geschrapt. Deze verplichting is op verzoek van een aantal brancheverenigingen toch gehandhaafd, omdat het installatieboek in de uitvoeringspraktijk uitstekend werkt en een vaste termijn duidelijkheid en rechtszekerheid biedt.
Op basis van het ontwerpbesluit kon bij een inrichting type C de onwenselijke situatie ontstaan dat voor dezelfde afleverinstallatie zowel voorschriften uit de vergunning als uit dit besluit gelden. In het definitieve besluit is daarom opgenomen dat de voorschriften uit hoofdstuk 3 ook gelden voor een installatie waar zowel motorvoertuigen als andere werktuigen worden afgetankt.
Tot slot is er meer duidelijkheid gevraagd over de eisen aan ureum. Bij afleverinstallaties gaat het om een oplossing van ureum in water, die gebruikt wordt als bijvoeging bij diesel, om schoner te rijden (bijvoorbeeld AdBlue). De Activiteitenregeling biedt nu duidelijkheid. De ureum oplossing valt niet onder het begrip gevaarlijke stof en er gelden uitsluitend bodemvoorschriften voor.

