Dwangsom - begunstigingstermijn bij opleggen last onder dwangsom? Hoe lang moet de termijn zijn?

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Handhaving > Vragen en antwoorden > Bestuursdwang > Dwangsom en begunstigingstermijn

Dwangsom - begunstigingstermijn bij opleggen last onder dwangsom? Hoe lang moet de termijn zijn?

Handhaving

Inhoud pagina: Dwangsom - begunstigingstermijn bij opleggen last onder dwangsom? Hoe lang moet de termijn zijn?

Vraag

Heeft een overtreder recht op een begunstigingstermijn bij het opleggen van een last onder dwangsom?

Antwoord

Nee. Indien de overtreding onmiddellijk gestaakt kan worden, is een begunstigingstermijn niet noodzakelijk, zo oordeelde de Raad van State 26 maart 1997, F03.97.0126.  Het ging om een besluit, houdende opleggen last onder dwangsom als bedoeld in artikel 18.9Wm (thans artikel 5:32 Awb) i.v.m. het zonder vergunning houden van repetities, feesten, concerten en uitvoeringen. Inzake bestuursdwang bepaalt artikel 5:24 lid 5 Awb dat er geen termijn behoeft te worden gegund, indien de vereiste spoed zich daartegen verzet.


Wanneer het niet mogelijk is de overtreding onmiddellijk te beëindigen schrijft de Raad van State een 'redelijke' termijn voor. In een uitspraak van de ABRvS 4 september 2002, nr. 200101199/1 werd een begunstigingstermijn van 17 uur redelijk geacht omdat de ondernemer in een vergelijkbare situatie al eerder binnen korte termijn een situatie had aangepast.In een uitspraak van de ABRvS van 10 augustus 2001, nr. 200103187/1 werd de vraag aan de orde gesteld of een gelegenheid bieden de verontreinigde bodem te saneren door het verlengen van de begunstigingstermijn toepassing van 5:34 Awb rechtvaardigt. Dit aangezien de overtreder door het beëindigen van zijn activiteiten aan zijn verplichtingen kan voldoen.


Die redelijke termijn kan zelfs korter zijn dan de termijnen die gegund zijn om bezwaar of beroep in te stellen tegen het dwangsom besluit.  Dat blijkt uit ABRvS 9 juli 1998, F03.98.0098.


In ABRvS 24 februari 1998, F03.98.0108 (KG 1998/174) wordt overwogen dat uit artikel 5:32, vijfde lid, van de Awb als regel voortvloeit dat aan een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom een begunstigingstermijn wordt verbonden. In een uitspraak van de ABRvS 14 april 2004, nr. 200401463/1 overweegt de Voorzitter dat de begunstigingstermijn er niet op is gericht de mogelijke legalisering van niet-vergunde activiteiten af te wachten, maar ertoe strekt om een termijn te stellen waarbinnen de overtreder de last onder dwangsom kan voorkomen door zelf aan de last te voldoen.


Zie ook de landelijke sanctiestrategie milieuhandhaving als bedoeld in criterium 2.3 van de professionalisering van de milieuhandhaving.

Een handvat vindt u ook in: leideraad dwangsombedragen en termijnen (versie 8-2009)

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil