Bevoegdheden bevoegd gezag - provinciale toezichthouders - gemeente

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Handhaving > Vragen en antwoorden > Bevoegdheden > Mogen provinciale toezichthouders in een gemeentelijke inrichting toezicht houden?

Bevoegdheden bevoegd gezag - provinciale toezichthouders - gemeente

Handhaving

Inhoud pagina: Bevoegdheden bevoegd gezag - provinciale toezichthouders - gemeente

Vraag

Mogen provinciale toezichthouders hun werkzaamheden uitoefenen in inrichtingen waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is?

Antwoord

Ja. Enige toelichting is wel op zijn plaats, artikel 18.4, derde lid van de Wet milieubeheer kent geen beperking: Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde binnen hun ambtsgebied zijn eveneens belast de bij besluit van GS, B&W of andere met de uitvoering van de betrokken wet belaste bestuursorganen aangewezen ambtenaren. 

Gemeentelijke toezichthouders zijn dus bevoegd binnen de eigen gemeente en provinciale toezichthouders binnen hun provincie. In het algemeen zullen gemeenteambtenaren toezicht houden op ‘gemeentelijke inrichtingen’ en provinciale ambtenaren op ‘provinciale’ inrichtingen. Maar het is ook mogelijk dat gemeentelijke of provinciale toezichthouders toezicht uitoefenen op niet-gemeentelijke of niet-provinciale inrichtingen. Dit systeem vereist afstemming tussen de verschillende bestuursorganen. Een gemeentelijk toezichthouder die een provinciale inrichting heeft bezocht, heeft er meestal niets aan zijn bevindingen te rapporteren aan zijn gemeente; de gemeente is niet bevoegd tot het nemen van bestuursrechtelijke (handhavings)maatregelen. Hij zal zijn bevindingen derhalve moeten rapporteren aan de provincie en de provincie zal op basis van zijn rapportage actie kunnen ondernemen. Stel nu dat de provincie eerst weer een eigen toezichthouder op de inrichting af zou moeten sturen omdat de provincie geen opdrachten kan geven aan een gemeente-ambtenaar. Een aanwijzing in deze zin leidt dus tot afstemmingsbehoefte. In de praktijk spreken provincies en gemeenten daarom af de toezichthouders van de ander ook zelf aan te wijzen. Daarmee ontstaat een reguliere verhouding tussen toezichthouder en bevoegd gezag.

Art. 18.3 Wm verplicht gedeputeerde staten tot het instellen van een overlegorgaan waarbij ter bevordering van een doelmatige handhaving daarover in iedere provincie regelmatig overleg wordt gevoerd tussen vertegenwoordigers van de bij de handhaving betrokken bestuursorganen.

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil