Dwangsom - procedure

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Handhaving > Vragen en antwoorden > Dwangsom > dwangsom - procedure

Dwangsom - procedure

Handhaving

Inhoud pagina: Dwangsom - procedure

Vraag

Hoe verloopt de procedure tot opleggen van de dwangsom?

Antwoord

Voor het opleggen van een herstelsanctie, zoals de dwangsom, is de normale procedure voor de totstandkoming van beschikkingen, opgenomen in hoofdstuk 4 van de Awb, van toepassing. Het bevoegd gezag kan echter de procedure van afdeling 3.4 of 3.5 van toepassing verklaren.

Veel gemeenten hanteren een stappenplan bij het nemen van sanctiebeschikkingen (tenzij er spoedeisend belang is). Dit kan er, uitgaande van de normale procedure van de Awb, als volgt uitzien.

  • Wordt bij een controle een overtreding geconstateerd, dan kan het bevoegd gezag een eerste waarschuwende brief met beëindigingverzoek sturen. Deze stap kan eventueel worden weggelaten, bijvoorbeeld als er al een adequaat handhavingniveau is.
  • Blijkt na een (tweede) controlebezoek dat de overtreding voortduurt, dan volgt opnieuw een waarschuwende brief, waarin staat binnen welke termijn de overtreding moet zijn beëindigd en welke sanctiemiddelen zullen worden ingezet als dit niet is gebeurd. Voordat het bestuursorgaan de beschikking geeft waartegen een belanghebbende, die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende/overtreder in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen (artikel 4:8 eerste lid Awb), al dan niet aan de hand van een concept dwangsombeschikking. De overtreder heeft de keus of hij mondeling of schriftelijk zijn zienswijze wil geven (artikel 4.9 Awb). Het kan achterwege worden gelaten als de vereiste spoed zich daartegen verzet (artikel 4:11 Awb), deze al eerder in de gelegenheid is gesteld (en zich sindsdien geen nieuwe feiten hebben voorgedaan), het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld.
  • Als na een (derde) controlebezoek blijkt dat de overtreding weer/nog steeds begaan wordt , dan volgt een dwangsombeschikking, waarin de sanctie wordt opgelegd. Het bevoegd gezag moet dit binnen een redelijke termijn doen. De dwangsombeschikking wordt bekendgemaakt aan overtreder en andere belanghebbenden (afdeling 3.6 Awb). Het bevoegd gezag kan ervoor kiezen om het besluit te publiceren.

Duurt na de inwerkingtreding van de dwangsombeschikking de overtreding voort dan verbeurt de overtreder de dwangsom van rechtswege en ontstaat de verplichting om het verbeurde bedrag binnen zes weken te voldoen aan het bevoegd gezag. Na het opleggen van de sanctie moet worden gecontroleerd of na het verstrijken van de begunstigingstermijn de overtreding weer/nog steeds begaan wordt. Wordt niet binnen 6 weken betaald, dan is de schuldenaar in verzuim (art. 4.97 Awb)

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil