Handhavingsverzoek - Welke Awb-procedure volgen
Handhaving
Inhoud pagina: Handhavingsverzoek - Welke Awb-procedure volgen
Vraag
Antwoord
Bij de voorbereiding van zo'n besluit is geen (uitgebreide) openbare voorbereidingsprocedure van hoofdstuk 3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgeschreven. Omdat het wel een besluit in de zin van de Awb is, moet -als niet voor een (uitgebreide) openbare voorbereidingsprocedure wordt gekozen- de "minimumprocedure" van de Awb worden gevolgd. Dat wil zeggen: hoofdstuk 4.
Op grond van artikel 4:7 en 4:8 Awb moeten verzoeker en belanghebbenden in beginsel in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze naar voren te brengen. Op het verzoek moet zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken, en in een aantal bijzondere gevallen binnen zes weken, worden beslist (artikel 18.16 Wm). Deze korte beslistermijn zal meestal een reden zijn om bij de voorbereiding van het besluit niet voor de (uitgebreide) voorbereidingsprocedure van afdeling 3.5 Awb te kiezen.
Het bevoegd gezag moet zelf inschatten wie als belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld om zijn zienswijze te geven en wie de belanghebbenden zijn aan wie volgens artikel 3:41 Awb het besluit moet worden bekendgemaakt.

