Aarhus verordening

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Openbaarheid > Nieuws > Aarhus Verordening

Aarhus verordening

Openbaarheid

Inhoud pagina: Aarhus verordening

Sinds 28 juni 2007 is de Aarhus Verordening, waarmee de instellingen en organen van de EU worden gebonden aan het Verdrag van Aarhus, van toepassing. De verordening brengt de drie pijlers van het Verdrag van Aarhus samen in een wetgevingsbesluit. Dit heeft tot gevolg dat de EU wetgeving meer wordt gestroomlijnd en er een grotere transparantie is ten aanzien van uitvoeringsmaatregelen die van de communautaire instellingen afkomstig zijn.

Verordening nr. 1367/2006: toepassing van het Verdrag van Aarhus op de communautaire instellingen

Inleiding
In 1998 is het Verdrag van Aarhus gesloten (verder: het verdrag). Het doel van het verdrag is het recht op toegang tot milieu-informatie, het recht op inspraak in de besluitvorming en de toegang tot de rechter te waarborgen bij milieuaangelegenheden. Deze drie “pijlers” van dit verdrag worden door de Commissie in de Verordening (EG) nr. 1367/2006 (verder: de verordening) ook toegepast op de communautaire instellingen. De verordening is dus bedoeld om het Verdrag van Aarhus toe te passen op EU-organen.
Door deze verordening wil men de Europese bevolking het gevoel geven op de hoogte te zijn van en betrokken te worden bij de uitvoering van het Europese milieubeleid.
Vanaf 28 juni 2007 is de verordening van toepassing.

De verordening brengt de drie pijlers samen in een wetgevingsbesluit. Dit heeft tot gevolg dat de EU wetgeving meer wordt gestroomlijnd en er een grotere transparantie is ten aanzien van uitvoeringsmaatregelen die van de communautaire instellingen afkomstig zijn.

Toegang tot milieu-informatie
De toegang tot milieu-informatie wordt geregeld in de artikelen 3 tot en met 8 van de verordening en omvat de bepalingen van de al eerder in werking getreden Verordening (EG) nr. 1049/2001. Deze verordening van 2001 regelt de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. De verordening van 2001 geldt nu ook voor de overige organen met milieutaken in de EU.

Al deze communautaire organen en instellingen zijn verplicht om milieu-informatie die voor hun functioneren relevant is te leveren, zonder onderscheid te maken op basis van staatsburgerschap, nationaliteit, woonplaats of officiële vestigingsplaats van de verzoeker. Zij dienen deze informatie op een actieve en systematische manier voor het publiek toegankelijk te maken; zij kunnen daartoe alle mogelijke communicatiemiddelen gebruiken, maar bij voorkeur computertelecommunicatie en/of elektronische technologie. Op die manier kunnen geïnteresseerden snel aan de milieu-informatie komen.

De bedoelde gegevensbanken of registers dienen de volgende informatie te bevatten:

  • voortgangsrapporten over de uitvoering van internationale verdragen, conventies of overeenkomsten en van communautaire wetgeving inzake of in verband met het milieu en van beleidsmaatregelen, plannen en programma’s betreffende het milieu;
  • stappen gezet in procedures met betrekking tot inbreuken op het Gemeenschapsrecht;
  • rapporten over de toestand van het milieu;
  • gegevens of samenvattingen van gegevens afkomstig van de monitoring van activiteiten die voor het milieu gevolgen hebben of waarschijnlijk zullen hebben;
  • vergunningen die belangrijke gevolgen hebben voor het milieu, alsmede milieuovereenkomsten of een verwijzing naar de plaats waar die informatie kan worden opgevraagd of gevonden;
  • milieueffectstudies en risicobeoordelingen met betrekking tot milieuelementen of een verwijzing naar de plaats waar die informatie kan worden opgevraagd of gevonden.

De informatie moet aan de volgende criteria voldoen:

  • zij moet actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar zijn;
  • zij moet toegankelijk zijn voor geïnteresseerden; verzoeken om informatie moeten snel behandeld worden.

De communautaire instellingen en organisaties stellen de aanvrager op zijn verzoek in kennis van de plaats waar informatie over de voor de verzameling van de informatie gebruikte methodes voor meting, analyse, monsterneming en voorbehandeling van de monsters kan worden gevonden.

Wanneer een communautaire instelling of organisatie een verzoek om toegang tot milieu-informatie ontvangt en deze informatie niet bij de instelling of organisatie berust, deelt zij de aanvrager zo spoedig mogelijk mee bij welke instelling, organisatie of overheidsinstantie de informatie wél berust. De instelling die het verzoek ontvangt, kan dit verzoek ook rechtstreeks aan de bevoegde instantie doorsturen.

In het geval van een onmiddellijke bedreiging van de menselijke gezondheid of het milieu werken de communautaire instellingen en organisaties samen met de overheidsinstanties om het publiek snel alle informatie te verstrekken die het in staat kan stellen maatregelen te nemen om uit de bedreiging voortvloeiende schade te voorkomen of te beperken.

Ten minste om de vier jaar wordt een Europees rapport over de staat van het milieu gepubliceerd. Het bevat informatie over de kwaliteit van het milieu en over de bestaande bedreigingen.

Inspraak van het publiek
Artikel 9 geeft aan in welke gevallen het publiek recht heeft op inspraak.
De communautaire instellingen en organen zorgen er door middel van passende praktische en/of andere voorzieningen voor dat het publiek inspraak krijgt tijdens de voorbereiding, wijziging of herziening van plannen of -programma’s betreffende het milieu.

De daartoe door de communautaire instellingen of organisaties getroffen voorzieningen:

  • bevatten tenminste een termijn van 8 weken, zodat er voldoende tijd is voor het informeren van het publiek over de relevante plannen en programma’s en de wijze waarop het inspraak kan hebben, en er voldoende tijd is voor een doeltreffende deelname van het publiek aan de voorbereiding van deze documenten;
  • maken inspraak van het publiek in een vroeg stadium mogelijk, wanneer alle opties open zijn;
  • zorgen ervoor dat bij besluitvorming naar behoren rekening wordt gehouden met het resultaat van de inspraak;
  • wijzen het publiek aan dat inspraak heeft.

Toegang tot de rechter
Verzoek tot herziening; artikel 10
Niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) zijn - op grond van artikel 10 - gerechtigd om op communautair niveau een verzoek in te dienen tot interne herziening van bepaalde administratieve handelingen die naar hun mening is strijd zijn met het milieurecht. Op die manier kunnen alle met het milieurecht strijdige maatregelen worden stopgezet vóórdat er tot gerechtelijke stappen wordt overgegaan.

Het verzoek moet binnen 6 weken na de bekendmaking ervan ingediend worden. De communautaire instelling of organisatie dient binnen uiterlijk 18 weken na de ontvangst van het verzoek een beslissing te nemen over het verzoek.

De NGO’s dienen aan de specifieke vereisten van artikel 11 te voldoen.

Vereisten NGO’s; artikel 11
De specifieke voorwaarden waaraan een NGO dient te voldoen om een verzoek tot interne herziening in te kunnen dienen, zijn:

  • zij moet een onafhankelijke rechtspersoon zonder winstoogmerk zijn;
  • haar uitdrukkelijk hoofddoel moet het bevorderen van de milieubescherming zijn;
  • zij moet al meer dan twee jaar bestaat en actief werkzaam zijn geweest op het gebied van milieubescherming;
  • de aangelegenheid met betrekking waartoe het verzoek tot interne herziening wordt ingediend, moet tot haar doel en werkterrein behoren.

Procedure voor het Hof van Justitie; artikel 12
Artikel 12; de NGO’s kunnen (overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Verdrag van Aarhus) een juridische procedure voor het Hof van Justitie aanspannen, wanneer:

  • De betrokken communautaire instelling of organisatie een eerder verzoek tot interne herziening heeft verworpen, of
  • De betrokken communautaire instelling of organisatie geen besluit neemt binnen de in artikel 10 van de verordening genoemde termijn, of
  • De NGO van mening is dat het genomen besluit niet volstaat om de naleving van de milieuwetgeving te garanderen.
 

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil