BBT-conclusies
Richtlijn Industriële Emissies
Inhoud pagina: BBT-conclusies
BBT-conclusies is een belangrijk begrip in de Richtlijn Industriële Emissies. Vergunningen van IPPC-(of gpbv-) bedrijven moeten binnen vier jaar na de bekendmaking van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van de beteffende IPPC-installatie worden aangepast aan die BBT-conclusies. BBT staat voor Beste Beschikbare Technieken (in het Engels: BAT). BBT-conclusies zijn onderdeel van een BREF, zie voor de totstandkoming en herziening van een BREF de pagina BREF-proces.
Een wijziging in de Richtlijn Industriële Emissies ten opzichte van de IPPC-richtlijn is het gebruik van BBT-conclusies.
Volgens artikel 14 lid 3 van de Richtlijn Industriële Emissies vormen BBT-conclusies de referentie voor de vergunning. In artikel 15 lid 3 staat dat de emissiegrenswaarden in de vergunning niet hoger mogen zijn dan de met BBT geassocieerde emissieniveaus (BAT-AELs) uit de BBT-conclusies.
Dat betekent dat u bij het opstellen van een omgevingsvergunning voor het aspect milieu voor een IPPC-inrichting de BBT-conclusies moet toepassen en dat u alleen van deze BBT-conclusies kunt afwijken als u dit voldoende motiveert. Deze afwijkmogelijkheid staat in artikel 15 lid 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. Op grond van artikel 72 lid 1 van de Richtlijn zal Nederland aan de Europese Commissie moeten rapporteren wanneer een vergunning verleend wordt in afwijking van de BBT-conclusies.
De systematiek dat u alleen gemotiveerd mag afwijken van de BBT-conclusies komt overeen met de huidige Nederlandse werkwijze van art. 2.14 lid 1 onder c van de Wabo. Hierin staat dat de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden toegepast. In Artikel 5.4 van het BOR staat vervolgens hoe u de beste beschikbare technieken moet bepalen. Op grond van dit artikel worden in Bijlage 1 van het MOR nu de BREFs aangewezen als BBT-documenten. Als er straks BBT-conclusies worden vastgesteld door een comité van de lidstaten (artikel 75), zal de Nederlandse wet- en regelgeving hierop worden aangepast.
De Europese Commissie zal de BBT-conclusies die zij onder de Richtlijn Industriële Emissies vaststelt vertalen in alle lidstaat-talen, dus ook in het Nederlands.
Binnen een termijn van vier jaar na bekendmaking door de Europese Comissie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie moet het bevoegd gezag toetsten of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze nieuwe BBT-conclusies, actualiseert het bevoegd gezag indien noodzakelijk de vergunningvoorschriften en controleert het bevoegd gezag na actualisatie van de vergunningvoorschriften of de installatie hieraan voldoet. (Artikel 21 lid 3 Richtlijn Industriële Emissies).
[Wabo, artikel 1.1]
Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die –kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.
Een document bestaande uit die delen van een BBT-referentiedocument (BREF) met
- de conclusies over beste beschikbare technieken,
- de beschrijving ervan,
- gegevens ter beoordeling van de toepasselijkheid ervan,
- de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus,
- de daarmee verbonden monitoring,
- de daarmee verbonden consumptieniveaus en,
- in voorkomend geval, toepasselijke terreinsaneringsmaatregelen.
(artikel 3 begrip 12 van de Richtlijn Industriële Emissies)

