Richtlijn Industriële Emissies nader uitgelegd

Richtlijn Industriële Emissies nader uitgelegd

Richtlijn Industriële Emissies

Inhoud pagina: Richtlijn Industriële Emissies nader uitgelegd

De Richtlijn Industriële Emissies omvat een integratie van de IPPC-Richtlijn met zes andere richtlijnen voor grote stookinstallaties, afvalverbranding, oplosmiddelen en de titaandioxide-industrie. Hiermee is de reikwijdte uitgebreid ten opzichte van de oorspronkelijke IPPC-Richtlijn. Daarnaast is er geprobeerd beter af te stemmen met een aantal andere richtlijnen zoals de kaderrichtlijn afvalstoffen en de kaderrichtlijn water. Op deze pagina wordt de inhoud en de werkingssfeer van de richtlijn uitgelegd.

Zeven richtlijnen samengevoegd
De Richtlijn Industriële Emissies omvat de samenvoeging en stroomlijning van

Daarnaast is er geprobeerd beter af te stemmen met een aantal andere richtlijnen, zoals de kaderrichtlijn afvalstoffen en de kaderrichtlijn water.

De Richtlijn Industriële Emissies bestaat uit een aantal hoofdstukken

  1. gemeenschappelijke bepalingen (gelden voor de hele richtlijn)
  2. IPPC-installaties (gpbv-installaties) 
  3. grote stookinstallaties
  4. afvalverbrandings- en -meeverbrandingsinstallaties
  5. installaties waarin en activiteiten waarbij organische oplosmiddelen worden gebruikt
  6. installaties voor de productie van titaandioxide
  7. comité, overgangs en slotbepalingen

De Richtlijn Industriële Emissies bevat regels inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. (Art. 1 van de richtlijn)

‘IPPC-activiteiten' en sectorhoofdstukken
Hoofdstuk II bevat bepalingen voor installaties waarin één of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden. Deze installaties heten in de officiële vertaling gpbv-installaties, ze zijn in Nederland beter bekend als IPPC-installaties. De hoofdstukken III tot en met VI kunnen ook op IPPC-installaties van toepassing zijn. De emissiegrenswaarden in de vergunning van een IPPC-installatie moeten op BBT-conclusies gebaseerd zijn (artikel 15 lid 3). Het bevoegd gezag mag strengere eisen stellen dan de BBT-conclusies (artikel 14 lid 4). Alleen in specifieke gevallen mag het bevoegd gezag van de BBT-conclusies uit de BBT-referentiedocumenten (BREFs) afwijken door minder strenge eisen te stellen (artikel 15 lid 4). Een afwijking is uitsluitend toegestaan indien uit een beoordeling blijkt dat het halen van de emissieniveaus uit de BBT-conclusies zou leiden tot buitensporige hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen als gevolg van de geografische ligging of plaatselijke milieuomstandigheden of de technische kenmerken van de betrokken installatie. Deze benadering sluit aan bij de Nederlandse werkwijze zoals die op grond van de IPPC-richtlijn nu al gebruikelijk is. De emissiegrenswaarden mogen in geen enkel geval de emissiegrenswaarden uit de bijlagen van de Richtlijn overschrijden (artikel 15 lid 4). Deze bijlagen geven de emissiegrenswaarden bij de hoofdstukken III tot en met VI.

BBT-conclusies en BREFs
Een belangrijk nieuw onderdeel van de BREFs (de Referentiedocumenten met de Beste Beschikbare Technieken) zijn de BBT-conclusies. Dit zijn de conclusies over de Beste Beschikbare Technieken. Hierin worden onder andere de met de Beste Beschikbare Technieken geassocieerde emissieniveaus en de daarmee verbonden monitoring beschreven. Deze BBT-conclusies zullen worden vastgesteld door een comité van de lidstaten (artikel 75) ze zullen vertaald worden in alle talen van de EU-lidstaten.

Uitbreiding ‘IPPC-activiteiten' beperkt
Bijlage I van de Richtlijn Industriële Emissies is verduidelijkt en uitgebreid ten opzicht van bijlage I van de IPPC-richtlijn. Onder de reikwijdte vallen nu ook

  • vergassen en vloeibaar maken van andere brandstoffen dan steenkool
  • productie van houtpanelen (bij meer dan 600 m3 per dag; categorie 6.1 c)
  • conservering van hout en houtproducten met chemicaliën (bij meer dan 75 m3 per dag; categorie 6.10)

Daarnaast zijn er aanzienlijke wijzigingen in de categorie afvalbeheer (categorie 5), waardoor er meer afvalbewerkende  en -verwerkende bedrijven onder de richtlijn komen. De uitbreiding van bijlage I is in de uiteindelijke Richtlijn Industriële Emissies minder vergaand dan in het oorspronkelijke Commissievoorstel (zie de pagina totstandkoming, zo wordt de drempel voor stookinstallaties niet verlaagd en is geen optelregel voor diercategorieën op basis van de stikstofuitscheidingsfactoren gekomen).

Eisen inspecties
De Richtlijn Industriële Emissies bevat minimumeisen aan de inspectie van IPPC-installaties (art. 23): afhankelijk van de risico-indeling die vastgelegd is in een toezichtsplan moeten IPPC-installaties ten minste één keer per 3 jaar bezocht worden.

114366
wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil