Uniforme voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht
Wet milieubeheer
Inhoud pagina: Uniforme voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht
Wanneer is de nieuwe uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 Awb van toepassing? Bij de InfoMil helpdesk kwamen veel vragen over dit onderwerp. De nieuwe procedure regelt de voorbereiding van de meeste besluiten over Wm vergunningen.
Per 1 juli 2005 zijn de afdelingen 3.4 en 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) samengevoegd tot de nieuwe afdeling 3.4 "Uniforme openbare voorbereidingsprocedure". Als gevolg van de procedurewijzigingen zijn ook veel artikelen van de Wet milieubeheer veranderend.
Wat is de huidige procedure voor besluiten in het kader van de Wet milieubeheer?
De hoofdregel is dat op het aanvragen, wijzigen of intrekken van een milieuvergunning, of het wijzigen van de voorschriften of beperkingen van de vergunning afdeling 3:4 Awb van toepassing is. Uitzonderingen hierop vormen de melding op basis van art. 8.19 Wm, het besluit tot het stellen van een nadere eis op basis van art. 8.13 lid 1 onder f. of een 8.40 AmvB en de intrekking van een vergunning op basis van art 8.25, lid 1 ,onder c t/m f Wm. Hiervoor geldt de procedure van Hoofdstuk 4 Awb. Voor de intrekking op basis van art. 8.25, lid 1 onder c t/m f geldt nog een bijzondere regeling voor inspraak en kennisgeving (art. 8.25, lid 8).
Bij ontvangst van een aanvraag of bij het ambtshalve nemen van een besluit begint het bestuursorgaan met kennisgeving van het ontwerp (3:12). Als het besluit gericht is tot een of meer belanghebbenden, krijgen zij het voor de terinzagelegging eerst toegezonden (3:13).
Het besluit wordt zes weken lang ter inzage gelegd (3:11).
Vanaf het moment van terinzagelegging kunnen belanghebbenden hun ‘zienswijze’ (dat is de officieel gekozen term) naar voren brengen (3:15, 3:16). Bij milieuvergunningen kunnen echter zienswijzen door een ieder worden ingediend (zie art. 13.3 Wm nieuw). Het dossier dat ter inzage ligt moet overigens actueel worden gehouden (3:14): alle nieuwe stukken moeten eraan toegevoegd worden, dus ook de zienswijzen.
Als het gaat om een besluit op aanvraag, neemt het bestuursorgaan de beslissing zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag (3:18). In afwijking hiervan geldt voor wijzigingsbesluiten waarbij de aanvraag door een ander dan de vergunninghouder is gedaan en voor besluiten tot intrekking van een vergunning op aanvraag een termijn van twaalf weken. Als er in genoemde procedures geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, geldt een beslistermijn van vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. Vervolgens moet het besluit bekend worden gemaakt.
Nog een belangrijke wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure: in artikel 20.1 Wm staat nu dat alleen een belanghebbende (zie art. 1:2 Awb) beroep kan instellen. De oude procedure bood ruimere mogelijkheden; toen kon iedereen beroep instellen.
Voor meer informatie zie www.overheid.nl op:
- Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb;wettekst (Stb 2002, 54)
- Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure; Memorie van toelichting
- Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure (wijziging Wet milieubeheer en andere wetten, overgangsrecht) (Stb 2005, 282)
- Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb; Memorie van toelichting
- Aanpassingsbesluit uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb(wijziging amvb’s, tijdstip inwerkingtreding (Stb 2005, 320).
|
| Oude procedure | Nieuwe procedure | ||
|---|---|---|---|---|
| Titel | Openbare voorbereidingsprocedure en Uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure. Afdelingen 3.4 en 3.5 Awb. | Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Afdeling 3.4 Awb. | ||
| Stap 1 | Ontwerpbesluit zenden aan aanvrager en andere betrokken bestuursorganen uiterlijk twaalf weken na ontvangst aanvraag (3:19 lid 1). | Kennisgeving van het ontwerpbesluit (3:12). | ||
| Stap 2 | Uiterlijk twee weken na stap 1: tegelijkertijd terinzagelegging en kennisgeving (3:19 lid 2). | Bij één of meer belanghebbenden tot wie het besluit is gericht: zending van het ontwerp aan hen (3:13) voorafgaand aan terinzagelegging. | ||
| Stap 3 |
| Terinzagelegging gedurende zes weken (3:11). | ||
| Stap 4 | Indienen bedenkingen bij het bestuursorgaan door een ieder gedurende vier weken vanaf terinzagelegging (3:24, 3:25, 3:26). | Indienen zienswijzen bij het bestuursorgaan door belanghebbenden gedurende zes weken vanaf terinzagelegging (3:15, 3:16). Voor vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer: indienen zienswijze door een ieder (13.3 Wm jo 3:15, lid 2 Awb). Bij het voornemen tot intrekking van een vergunning op een van de gronden in art. 8.25 lid 1 onder c. t/m f. Wm: vergunninghouder wordt in de gelegenheid gesteld binnen 6 weken zijn zienswijze te geven. | ||
| Stap 5 |
|
| ||
| Overgangs- |
| |||

