Melden van het breken van verschillende afvalstoffen met dezelfde breekinstallatie terwijl in de vergunning niet is gesteld dat deze maar een aantal uren/keren per jaar mag worden gebruikt.
Wet milieubeheer
Inhoud pagina: Melden van het breken van verschillende afvalstoffen met dezelfde breekinstallatie terwijl in de vergunning niet is gesteld dat deze maar een aantal uren/keren per jaar mag worden gebruikt.
Vraag
Er is vergunning verleend voor het breken van afvalstof X. De vergunninghouder wil nu met dezelfde breekinstallatie, naast afvalstof X, ook een andere soort afvalstof, afvalstof Y, breken. Beide afvalstoffen zijn afkomstig van sloopwerken die door de vergunninghouder elders worden uitgevoerd. Bijkomend gevolg van het breken van afvalstof Y is dat de inrichting vaker en meer uren in bedrijf is. Er is niet gesteld in de vergunning dat de installatie maar een bepaald aantal keren per jaar of uren per jaar gebruikt mag worden. Mag de wijziging gemeld worden?
Antwoord

Eerst moet de vraag beantwoord worden welke capaciteit is vergund. Als in de vergunning niet is aangegeven hoe vaak of hoeveel uren per jaar de inrichting gebruikt kan worden en het is ook niet uit de aanvraag af te leiden, moet bij het beoordelen van een 8.19-melding uit worden gegaan van de maximale capaciteit (dus eigenlijk mag de inrichting altijd open). In dat geval kan het gewenst zijn om de vangnetbepalingen van artikel 8.19, lid 1 onder c Wm (art. 8.22, 8.23 of 8.25 Wm) toe te passen.
Of het bedrijf het breken van afvalstof Y in plaats van afvalstof X op zich met een 8.19-melding kan afdoen (dus even er van uitgaande dat de vangnetbepaling niet wordt ingeroepen), is afhankelijk van het antwoord op de vraag of het bedrijf binnen de doelvoorschriften van de vergunning blijft. Als men binnen de doelvoorschriften van de vergunning blijft kan dit gemeld worden.
Daarbij speelt ook de invloed op de doelmatige verwijdering van afvalstoffen een rol, omdat ook dit ingevolge artikel 1.1 van de Wm een milieugevolg is. In essentie gaat het om het oordeel of door de verandering de doelmatige verwijdering van afvalstoffen verstoord/negatief beïnvloed wordt.
(Zie ABRvS 11 juni 2003, 200202046: "Er is derhalve sprake van grotere nadelige gevolgen voor het milieu in de zin van voormeld artikel 8.19, tweede lid (oud), indien de gemelde verandering leidt tot een minder doelmatige verwijdering van afvalstoffen dan de (werking van de) inrichting, zoals deze is vergund").

